Val regering Roemenië na tien maanden

In volle crisistijd is de centrum-linkse regering in Roemenië gevallen. De sociaal-democratische kabinetsleden stapten op uit onvrede met het ontslag van een van hun ministers. Daardoor dreigt een lening bij het IMF in gevaar te komen.

De regeringscrisis begon met het ontslag eerder deze week van de minister van Binnenlandse Zaken, Dan Nica van de sociaal-democratische PDS, door premier Emil Boc. Boc, van de liberaal-democratische partij PD-L, verweet Nica te weinig te doen aan de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad. Bovendien had Nica geïnsinueerd dat de PD-L fraude voorbereidt bij de komende presidentsverkiezingen van 22 november en 6 december, door busritten te organiseren voor kiezers. Toen zittend president Traian Basescu (ook van de PD-L) gisteren het ontslag van Nica bevestigde, stapten alle negen PDS-ministers uit het kabinet.

Het centrum-linkse kabinet was amper tien maanden aan het bewind, na parlementsverkiezingen eind vorig jaar. Voorlopig probeert de PD-L te regeren met een minderheidskabinet. Nieuwe verkiezingen zijn volgens de grondwet niet mogelijk tot na de presidentsverkiezingen. Mogelijk worden verkiezingen uitgeschreven voor het voorjaar.

Roemenië (ruim 22 miljoen inwoners) werd na acht jaar economische groei vorig jaar hard getroffen door de wereldwijde economische crisis. Verwacht wordt dat de economie dit jaar met 10 procent zal krimpen, het begrotingstekort loopt op tot 7,3 procent. Na harde maatregelen die reeds zorgden voor veel sociale onrust menen economen dat nieuwe besparingen noodzakelijk zijn.

Roemenië, lid van de EU sinds januari 2007, kreeg in het voorjaar een lening van 20 miljard euro van het Internationaal Monetair Fonds en de EU. Gevreesd wordt dat een minderheidskabinet niet in staat zal zijn om de maatregelen door te voeren die nodig zijn om het tweede deel van de lening te krijgen. In november evalueert een commissie van het IMF de maatregelen. Vooral in de publieke sector moet worden bespaard.

Roemenië is na Letland, Hongarije en Tsjechië het vierde van de jonge EU-lidstaten waar de regering recentelijk is gevallen. Zowel Hongarije als Tsjechië kregen eerder dit jaar een partijloze premier die de landen door de crisis moet loodsen.

Samen met Bulgarije, ook lidstaat sinds 2007, behoort Roemenië tot de armste landen van de Europese Unie. (AFP, AP, Reuters)