Tot nader order: doorwerken

Afgelopen dinsdag kon ik op een splitscreen (lang leve Apple) het verloop van de onderhandelingen in de Sociaal Economische Raad (SER) over de AOW volgen en de beraadslagingen in de Amerikaanse Senaat over een nieuw stelsel van ziektekostenverzekering. De problemen waarvoor een oplossing dient te worden gevonden, zijn in de kern hetzelfde. Eind jaren vijftig en begin jaren zestig hebben westerse landen sociale zekerheidsprogramma’s geïntroduceerd die een halve eeuw later financieel niet meer houdbaar blijken te zijn.

De programma’s gaan aan hun succes ten onder. Door de toegenomen welvaart is de vruchtbaarheid afgenomen, terwijl de levensverwachting juist is toegenomen. In de Verenigde Staten zijn alle 65-plussers via Medicare van overheidswege verzekerd voor ziektekosten. Er is ook een publieke ziektekostenverzekering genaamd Medicaid voor de lage inkomens (minder dan 30.000 dollar per jaar), maar de buitensporige kostenstijging wordt veroorzaakt door de 65-plussers.

Volgens een projectie van het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid zullen de uitgaven voor gezondheidszorg tot 2018 jaarlijks met gemiddeld 6,2 procent stijgen tot 2018, terwijl het bruto nationaal product in die periode slechts met 4,1 procent zal stijgen. Om de ziektekosten onder controle te krijgen is het nodig dat ook de naar schatting 30 tot 45 miljoen Amerikanen die nu onverzekerd of onderverzekerd rondlopen, verplicht worden een verzekering af te sluiten. Ziektekostenverzekering is bij uitstek een voorbeeld van een markt voor citroenen, waar alleen de kneuzen een particuliere verzekeringspolis willen afsluiten.

Maar zelfs als het Amerikaanse Congres overeenstemming bereikt over een herziening van het ziektekostenstelsel, waardoor de kosten onder controle worden gebracht – dat wil zeggen dat die niet sneller stijgen dan het bruto nationaal product – dan zijn de problemen nog niet voorbij.

In 2050 zullen de aan 65-plussers gerelateerde uitgaven voor de oudedagsvoorziening plus ziektekosten in de Verenigde Staten 12 procent van het bruto nationaal product bedragen. In Nederland, dat sneller vergrijst dan de Verenigde Staten doordat het geboortecijfer en de immigratie lager zijn, zullen de uitgaven niet alleen sneller maar ook verder stijgen. Bij ongewijzigd beleid zullen in 2040 de aan 65-plussers gerelateerde uitgaven voor de AOW en ziektekosten 18 procent van het bruto nationaal product bedragen, aldus het Centraal Planbureau in Ageing and the Sustainability of Dutch Public Finances (2006).

De opstelling van de vakbonden deze week ter zake van de AOW-leeftijd is net zo onverantwoord als de opstelling van de Republikeinen in het Amerikaanse Congres ter zake van de herziening van het ziektekostenstelsel. Een blinde kan zien dat het voorstel dat de vakbonden afgelopen dinsdag presenteerden, niet de vereiste 4 miljard euro aan besparing oplevert. Die besparing zou immers vrijwel uitsluitend moeten komen van mensen die vrijwillig langer doorwerken, terwijl zij daarvoor nauwelijks worden gecompenseerd in de vorm van een hogere AOW.

Het voorstel van de vakbonden is ook nog eens inconsequent. De vakbonden zeggen dat ze de AOW-leeftijd voortaan willen laten meestijgen met de levensverwachting. Maar waarom zou 2009 daarvoor het ijkpunt moeten zijn? Omdat toen duidelijk werd dat een handvol bankiers met hun hebzucht de wereldeconomie tot de rand van de afgrond had gebracht?

Veel logischer is om te kijken naar 1957, het jaar van de invoering van de AOW, zoals oud-minister voor Volksgezondheid Els Borst afgelopen maandag in een ingezonden brief in de Volkskrant schreef. Dit argument telt des te zwaarder omdat bij de invoering van de AOW een halve eeuw geleden er al uitdrukkelijk rekening mee werd gehouden dat de AOW-leeftijd zou moeten stijgen. De preciezen onder u zullen erop wijzen dat 1947 het ijkpunt zou moeten zijn: vanaf dat jaar kon een 65-jarige een beroep doen op de Noodwet Ouderdomsvoorziening.

Dat laagopgeleiden een kortere levensverwachting hebben dan hoogopgeleiden, kan alleen een argument voor differentiatie van de AOW-leeftijd zijn als ook sekse in de beschouwing wordt betrokken (vrouwen hebben op hun 65ste gemiddeld nog drie jaar langer te leven dan mannen). Jammer genoeg heb ik daar nog niemand voor horen pleiten.

De halvegaren die met doorgeladen vuurwapens naar townhall meetings gingen om te protesteren tegen ‘Obamacare’ vormden het absolute dieptepunt van deze zomer. Maar de FNV, die dreigt met looneisen tegen werkgevers die een verhoging van de AOW-leeftijd steunen, is een goede tweede. Als ’s lands grootste vakcentrale denkt looneisen te kunnen stellen en met acties te kunnen dreigen terwijl de Nederlandse economie het afgelopen kwartaal met 5,4 procent is gekrompen en bijna 2 miljoen mensen onder de 65 aangewezen zijn op een uitkering, dan is er toch echt iets mis met het ontslagrecht in de polder.

Misschien staan we wel aan de vooravond van een nieuwe technologische revolutie die in eenzelfde economische bloeiperiode als in de jaren negentig resulteert. Het begrotingstekort zal dan als sneeuw voor de zon verdwijnen, de staatsschuld zal slinken en zelfs de vergrijzing zal mogelijk een overkomelijk probleem blijken te zijn.

Maar voorlopig staan alle seinen nog op rood. Tot nader order moeten we allemaal een paar jaar langer doorwerken.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/mees