Schokgolf door Servië na moord Franse voetbalfan

Progressief Servië vindt het weer tijd voor een tegengeluid. Tienduizend mensen trokken de straat op tegen de agressie van extreem-rechts na de dood van een Franse voetbalfan.

Ze zijn er weer bij. In de menigte voor de filosofiefaculteit in Belgrado staan Dusica Hadzi-Pesic, een vrouw met wild grijs haar, en haar vriendin Mirjana Popovic-Radovic. Net zoals ze hier midden jaren negentig stonden. En in het jaar 2000, om te demonstreren tegen toenmalig president Slobodan Milosevic.

Op dit pleintje tussen boekhandel Plato en de trappen naar de winkelstraat verzamelt zich sinds jaar en dag progressief Servië, als er aanleiding is voor een tegengeluid. Twee weken geleden zou op deze plek de Gay Pride beginnen, die op het laatste moment werd afgelast omdat volgens de regering de dreiging te groot was dat extreem-nationalistische organisaties en hooligans het stadscentrum in een slagveld zouden veranderen.

De directe aanleiding om bij elkaar te komen is het geweld tegen de Franse voetbalfan Brice Taton. Taton werd op 17 september op een terras in het centrum in elkaar geslagen door hooligans van Partizan Belgrado. Afgelopen dinsdag overleed hij aan zijn verwondingen. Zijn dood en een reeks minder ernstige aanvallen op buitenlanders in Servië hebben een schokgolf veroorzaakt.

Met zo’n tienduizend andere Serviërs lopen Hadzi-Pesic en Popovic-Radovic donderavond een Mars tegen Geweld door het centrum. Ze komen langs het monument waar een dag eerder al duizenden burgers en gezagsdragers bloemen neerlegden en kaarsen branden onder een portret van Taton. „We hadden verwacht dat de agressiviteit en het fascisme na die vreselijke jaren negentig en met Milosevic zou verdwijnen,” zegt Popovic-Radovic.

Na het zinloze geweld tegen Taton en kort daarna het afgelasten van de homoparade, is in Servië een discussie losgebarsten over de macht van extreem-rechtse organisaties. Niemand ziet de aanval op Brice Taton als een misstap van een groepje dronken voetbalfans. Nee, daags voor de omstreden homoparade heeft de coalitie van extreem-rechts, georganiseerde misdaad en hooligans het nodig gevonden er even aan te herinneren wie de baas is, is de gangbare opinie. Taton is een willekeurig gekozen slachtoffer van de strijd om de macht in het land. Menigeen brengt de moord op de hervormingsgezinde premier Zoran Djindjic in 2003 in herinnering.

De theorieën lopen uiteen over wat de dieperliggende oorzaken zijn voor de knieval van de regering anno 2009 voor gewelddadige hooligans. In praatprogramma’s op tv wordt bezorgd de jeugd geanalyseerd. Jongeren zonder ideologie, maar met de intense overtuiging dat de hele wereld tegen hen is. Welke ‘parapolitieke’ organisaties proberen hen te misbruiken? Voetbalclubs, vaak nog staatseigendom met politiek benoemde besturen, worden in Servië gezien als verlengstuk van de geheime dienst. Agressieve fans zijn hun knokploegen.

De regering poogt intussen toch nog spierballen te tonen. Er zijn arrestaties verricht en hoge straffen aangekondigd voor de moordenaars van Taton. De minister van Justitie ijvert voor een wettelijk verbod op een aantal bekende rechts-extreme organisaties. President Boris Tadic zei gisteren dat de strijd tegen fascisme en geweld topprioriteit is. „Zelfs belangrijker dan Europese integratie.” Voor Servische zwartkijkers, gepokt en gemazeld door de vele teleurstellingen van de afgelopen twintig jaar, zijn het slechts schijnbewegingen binnen de kleine actieradius die extreem-rechts de regering toestaat.

„Politici hebben er de laatste jaren zelf voor gezorgd dat ze sterker konden worden,” zegt student Dusan Jovanovic die ook meeloopt in de mars. Protesten van extreme groepen tegen bijvoorbeeld de onafhankelijkheid van de Servische provincie Kosovo, kwamen de regering goed uit. Geweldplegers werden niet aangepakt, eerder indirect aangemoedigd.

Een massale volksopstand tegen fascisme ziet hij „helaas” niet in Servië. Daarvoor staan op dit plein te veel dezelfde mensen als vroeger.