Praten over vluchtheggen maakt het land niet mooi

Alle goede bedoelingen van de politiek ten spijt schrijdt de verloedering van het boerenlandschap voort, aldus een rapport van de Landschapswacht.

Wie weet nog wat schurvelingen zijn? Het zijn smalle, lage wallen die in de Middeleeuwen werden aangelegd om akkers te beschermen tegen wild en zeewind, vooral te vinden in Ouddorp, op Goeree Overflakkee.

Veel schurvelingen en soortgelijke landschapselementen zijn vervallen, en niet meer herkenbaar als waardevol landschap. Op duizenden plaatsen in Nederland staan verwaarloosde elzensingels, vlechtheggen, houtwallen, knotwilgen, hoogstamboomgaarden, tuunwallen en karakteristieke boerenerven. En de toekomst is niet hoopvol, stelt De Landschapswacht in een deze week gepresenteerd rapport.

De Landschapswacht is een stichting onder de vleugels van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap van natuurbeschermer Jaap Dirkmaat. De stichting heeft de voorbije zes jaar eigener beweging terreinen beoordeeld van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, en bijna tachtig ‘waardevolle landschapselementen’ opgeknapt bij particulieren. Met toestemming van de eigenaar, en op kosten van De Landschapswacht, die daarvoor subsidie krijgt.

In het rapport krijgt politiek Den Haag er flink van langs. Er wordt tegenwoordig wel veel gepraat over hoe waardevol het Nederlandse cultuurlandschap is, maar in de praktijk komt er van opknappen en behouden weinig terecht. Bij „geen enkele overheid” bestaat een overzicht van erfgoedwaardige landschappen, waar ze liggen en in welke staat ze zich bevinden, meent de Landschapswacht.

Bovendien wordt bij inventarisaties ruim een kwart van de waardevolle elementen „niet meegenomen”, aldus het rapport. Waardevol erfgoed ligt vaak in gebieden waarvoor subsidies niet gelden, de subsidies zelf zijn vaak te laag, en de duur van de contracten, zes jaar, is „te kort”. Bovendien worden eigenaren omvoldoende actief benaderd.

In veel rapporten, onder meer van het Planbureau voor de Leefomgeving, is gehamerd op de slechte staat van het agrarische cultuurlandschap in Nederland. Maar geld is er te weinig. De Landschapswacht heeft berekend dat er 23 miljoen per jaar beschikbaar is, terwijl jaarlijks 100 miljoen nodig is, met in het eerste jaar nog eens 320 miljoen extra voor herstel. Bijna tien maanden geleden publiceerde een taskforce onder voorzitterschap van SER-voorzitter Rinnooy Kan een advies om het landschap te verfraaien. Maar reacties van de politiek bleven schaars. Er is geen extra geld uitgetrokken. Er is geen ‘planbatenheffing’, waartoe de commissie-Rinnooy Kan adviseerde, om mensen die profiteren van een mooi landschap daar ook een bijdrage aan te laten leveren, en ook geen landschapsheffing waarin uit de winsten uit bouwactiviteiten ook het landschap kan worden verfraaid.

Ja, erkent de Landschapswacht, er zijn wel enkele aansprekende voorbeeldprojecten in het land, zoals een landschapsveiling, of een proef om huizenkopers te laten betalen voor een gegarandeerd vrij uitzicht. Maar structureel is er niets geregeld. Het laatste wat minster Verburg (Natuur, CDA) erover heeft gezegd, ruim drie maanden geleden, is dat de ministeries van LNV en VROM en de provincies „hard bezig” zijn de voorstellen van de taskforce uit te werken. De Landschapswacht wil niet langer wachten en gaat nu ook minister Plasterk (Cultuur, PvdA) benaderen. „Misschien dat we bij hem, als verantwoordelijk minister voor cultureel erfgoed, meer succes hebben”, zegt een woordvoerder.

Lees het rapport via nrc.nl/binnenland