Op eieren rondlopen in de chocoladekamer

Illustratie uit ‘Het snoepprinsesje’ Gertie Jaquet: Het snoepprinsesje. The house of books, 40 blz. € 14,-. Vanaf 3 jaar.

Gertie Jaquet: Het snoepprinsesje. The house of books, 40 blz. € 14,-. Vanaf 3 jaar.

Elisabeth Mollema: Krieltje. Van Goor, 103 blz. € 9,95. Vanaf 10 jaar.

Jan Paul Schutten: Graaf Sandwich en andere etenswaardigheden. Nieuw Amsterdam, 131 blz. € 14,95. Vanaf 9jaar.

Maria van Donkeleaar en Martine van Rooijen: Het neusje van de zalm. Gottmer, 85 blz. € 16,95. Vanaf 6 jaar.

Ligt het aan het thema, of is het crisis? Aan tafel! – eten en snoepen in kinderboeken, het thema van de Kinderboekenweek 2009, heeft vele auteurs en vermoedelijk ook uitgevers geïnspireerd tot het schrijven of laten schrijven van kookboeken en weetboeken. Er zijn boeken over vreemd eten als kwal, tarantula, schapenkop en stierenballen, een boek met spreekwoorden en uitdrukkingen over eten en drinken, weet-wat-je-eet-boeken en er valt veel te koken, met Karin, met monsters of jezelf. Maar er is weinig om mee weg te kruipen, een spannend smulboek, een boek vol fantasie- eten, monsterlijk lekker eten, waarbij het aantal calorieën en de uitgebalanceerdheid van een maaltijd er absoluut niet toe doen, kortom ongestraft genot. Het is allemaal net iets te correct en te kloppend, en zo verantwoord dat het doodslaat.

Neem Het snoepprinsesje van Gertie Jaquet. Het begint verrukkelijk. Ze mag genieten van eten, prinses Mollie, dat zie en lees je en geloof je al te graag. Ze geniet zich zelfs suf, als dochter van de koning en de koningin, die haar bergen en bergen snoep geven. Op kleurig zoete tekeningen maakt ze jaloersmakende tochten langs dropkamer, zuurtjeskamer, chocoladekamer en koekjeskamer. Ze gaat elke dag al die kamers door, om aan het eind van de dag nog even in het koninklijk jambad te springen; ‘daar’, schrijft Jaquet, ‘lepelde ze nog heerlijk een halfuurtje in het rond’.

Maar dan de straf. Tonnetjerond wordt Mollie. Ze moet afvallen. Dat lukt na de komst van een dj, op wiens muziek ze uur na uur, dag na dag, zelfs de hele week wil dansen. Het inzicht: ‘Waarom zou ik nog snoepen?, ik dans veel beter na een bruine boterham met kaas!’

Ondanks de verantwoorde afloop is Het snoepprinsesje het lekkerste prentenboek dat rond het Kinderboekenthema verschijnt. Voor leesboeken geldt dat voor Krieltje van Elisabeth Mollema. Krieltje kan alles ongestraft eten, en dat is zijn probleem. Hij blijft zo klein dat hij niet eens gepest wordt: de grote jongens zíén hem niet. ‘Ik kan er net zo goed niet zijn’, denkt hij. ‘het voelt alsof je niet bestaat. En als je niet bestaat, kun je net zo goed dood zijn’. Zelfs als hij gewond langs de weg is, valt hij niemand op. En wat zijn moeder hem ook voorzet – chocolademousse, hotdogs, chili con carne, supershakes – en hoeveel hij daar ook van eet, hij groeit niet. Mollema beschrijft de wanhoop van de jongen serieus en toch luchtig, wat mede komt door de karikaturale andere personen, zoals Krieltjes enige vriend Lex die er het liefst meteen op slaat. Er gaan maanden en een spannende mountainbikewedstrijd vooraf aan de dag dat hij hoger langs de meetlat reikt. Ook een boek voor in de keuken, onder meer vanwege het recept voor een spectaculaire hoge taart.

Graaf Sandwich en andere etenswaardigheden is een lekker non-fictieboek over eten. Kort en simpel legt Jan Paul Schutten, tevens auteur van het Kinderboekenweekgeschenk 2009, de herkomst van voedsel, drinken en aanverwante zaken uit. Men leert dat chips het per ongelukste eten ter wereld is, waarom Britten liever azijn dan mayo op hun patat doen, dat iedereen snot eet en dat alles lekkerder smaakt als het in je lievelingsbeker wordt geserveerd (omdat het je lievelingsbeker is).

Zeker zo leerzaam én mooi vormgegeven is Het neusje van de zalm van Maria van Donkelaar en Martine van Rooijen, met illustraties van Wendy Panders. In dit boek op groot formaat wordt de (mogelijke) herkomst van spreekwoorden en uitdrukkingen over eten en drinken, soms op rijm, verteld aan de hand van concrete situaties en vrolijke, simpele tekeningen; juist de illustraties maken het een boek om steeds even te pakken en in stukjes tot je te nemen, als had je een doos bonbons. ‘Je ligt lekker op het strand’, staat op de bladzij waar een haas blij rondspringt bij de woorden ‘In je knollentuin zijn’. ‘De zon schijnt en je leest een spannend boek. Dan ben je in je knollentuin’. En bij ‘Op eieren lopen’: Heb jij ook een nette tante? Bij wie niets mag? […] Bij zo’n tante loop je op eieren. Je hebt vast nog nooit echt op eieren gelopen. Maar je snapt wel hoe voorzichtig je dan moet zijn.’ De oogst van deze kinderboekenweek mag mager zijn, zo’n duidelijk met zorg gemaakt boek maakt dan veel goed.