Offensief Jemen mag jaren duren

De Jemenitische regering slaagt er niet in de shi’itische opstand in het noorden te beëindigen. Hulporganisaties slaan alarm.

Ruim anderhalve maand woeden nu zware gevechten in het noorden van Jemen tussen regeringstroepen en zaïditische rebellen. Operatie Verschroeide Aarde is de niets-verhullende naam van het legeroffensief dat, zoals president Ali Abdullah Saleh vorige week nog onderstreepte, zal doorgaan tot de rebellen zich overgeven.

„Al duurt het nog vijf of zes jaar”, zei Saleh in een rede ter gelegenheid van de verjaardag van de revolutie van 1962 die een eind maakte aan het eeuwenoude zaïditische imamaat in Jemen. „We wijken niet, we stoppen niet!” Zo’n 60.000 burgers zijn in die zes weken ontheemd geraakt door de gevechten; honderden mensen zijn gedood. Internationale hulporganisaties hebben alarm geslagen.

De zaïdieten, ongeveer een derde deel van 23 miljoen Jemenieten, zijn een shi’itische minderheidssekte. Na de omverwerping van de imams, erfelijke geestelijk en politiek leiders, begon de marginalisering van hun hartland in de provincies Saada, Omran en Al-Jawf.

Deze achterstelling is een van de wortels van het conflict dat in 2004 uitbrak en nu zijn vijfde oorlogsronde beleeft. De tweede is de groeiende invloed in Jemen van salafisten, sunnitische scherpslijpers die niets van shi’ieten moeten hebben. Ook niet van zaïdieten, die anders dan de Twaalver shi’ieten die in Iran en Irak de meerderheid van de bevolking vormen, in hun geloofsbeleving tamelijk dichtbij sunnieten staan. Volgens de clan van de Al-Houthi’s, die de zaïditische opstand leidt, is de opkomst van de salafisten het product van de warme samenwerking tussen de Jemenitische regering en het ultraconservatief-sunnitische buurland Saoedi-Arabië.

President Saleh en zijn regering op hun beurt zien de hand van Iran in de opstand in het noorden. „We kunnen geen officiële groepen beschuldigen in Iran”, zei hij een paar weken geleden. „Maar er zijn Iraniërs die met ons communiceren en zeggen dat ze bereid zijn te bemiddelen. Dat betekent dat ze met hen [de rebellen] in verbinding staan”, eindigde hij triomfantelijk. De rebellen zelf ontkennen dat ze financiële en wapenhulp van Iran krijgen. Denktanks als de International Crisis Group die het conflict volgen, zeggen dat er niet of nauwelijks concreet bewijs is van Iraanse steun.

De naam van het offensief en president Salehs bezweringen dat hij desnoods jaren doorvecht, geven aan dat het conflict althans in de hoofdstad Sana’a niet als een lokaal probleem wordt gezien maar als een bedreiging voor de eenheid van het land, dat ook al kampt met een groeiende afscheidingsbeweging in voormalig Zuid-Jemen. Het zijn inderdaad conflicten (geworden) waardoor de regering greep verliest op haar grondgebied. Westerse regeringen, met name de Amerikaanse, waarschuwen dat de regionale Al-Qaeda-organisatie hiervan profiteert.

Het is niet duidelijk wat de noordelijke opstandelingen precies willen bereiken. In 2004, toen de rebellie uitbrak, proclameerde de toenmalige rebellenleider Hussein Badr al-Din al-Houthi de terugkeer naar het imamaat met hemzelf als de nieuwe leider. Maar hij is inmiddels gedood en de huidige rebellenleider, Abdul-Malik al-Houthi, ontkende deze week nog de macht te ambiëren. „Dat is niet waar”, zei hij in een vraaggesprek met de Saoedische krant Al-Sharq al-Awsat . „We willen gerechtigheid vestigen; we zijn niet uit op posten maar we accepteren geen onrecht en onderdrukkers. We steunen op God en we hebben verder niemand nodig.”

Voorzover bekend – de autoriteiten hebben het frontgebied voor journalisten afgesloten – vermindert de strijdlust van de rebellen niet onder het regeringsoffensief. Integendeel, de steun voor de Houthi’s zou groeien omdat de harde hand van de overheid ook willekeurige burgers in het gebied treft. Twee weken geleden zijn volgens getuigen zeker honderd doden gevallen toen de luchtmacht een ontheemdenkamp aanviel.

Volgens diverse bronnen krijgt de oorlog nu ook een tribale dimensie doordat de regering de hulp van stammen heeft ingeroepen tegen de rebellen. Volgens de International Crisis Group betekent dit dat het conflict zich tot ver buiten zijn oorspronkelijke omvang kan uitbreiden.

Buitenlandse hulporganisaties waarschuwen dat wat nu een noodtoestand is, zich makkelijk kan ontwikkelen tot een humanitaire crisis als er geen staakt-het-vuren komt. De internationale gemeenschap in het algemeen is nog niet geïnteresseerd. Op een noodoproep van de Verenigde Naties om 23 miljoen dollar voor hulp aan de bevolking is nog niet gereageerd, op 250.000 dollar van de VS en 143.885 dollar van Ierland na.