Normaal Maastrichts Peil

Het is er nog steeds, het plafond van 3 procent dat de Europese Unie stelt voor het maximale begrotingstekort. Gisteren nog drong de Europese Commissie aan op het op orde brengen van de staatsschuld onder haar lidstaten die als gevolg van de kredietcrisis en de recessie behoorlijk is opgelopen.

Het zal nog een hele inspanning worden om de tekorten op termijn naar 3 procent te krijgen. Het Nederlandse begrotingstekort komt volgend jaar volgens de begroting 2010 uit op 6,2 procent. En er zijn ergere gevallen in Europa.

Maar waar kwam dat plafond van 3 procent ook alweer vandaan? Uit het Verdrag van Maastricht. Daarin stonden de maximale staatsschuldquote van 60 procent en een maximaal begrotingstekort van 3 procent gebeiteld in, zo bleek aan de vooravond van de invoering van de euro, niet al te hard marmer.

De getallen zijn geen toeval: bij een nominale economische groei van 5 procent (zeg: 3 procent reële groei en 2 procent inflatie) blijft een staatsschuld constant op 60 procent van het bruto binnenlands product als het begrotingstekort 3 procent van dat bbp bedraagt. Reken maar uit: een bbp van 100 is het volgende jaar 105. Een staatsschuld van 60 groeit, bij een begrotingstekort, aan tot 63. En dat is niet toevallig 60 procent van 105.

Een staatsschuld zal bij een nominale groei van 5 procent en een tekort van 3 procent, altijd naar 60 procent tenderen. Dat was ook het hele idee. Maar wat nu wanneer, als we het Internationaal Monetair Fonds (IMF) moeten geloven, er een ‘nieuw normaal’ komt: een langdurige periode van lage groei en inflatie? Dan veranderen de parameters.

Stel: de economische groei daalt structureel naar de 1,6 procent die het IMF noemt. Dan moet het plafond voor het begrotingstekort omlaag naar iets minder dan 2,2 procent om een staatsschuldquote van 60 procent constant (en dus beheersbaar) te houden.

Maar bij een structureel lagere groei kan ook een lagere inflatie horen. Stel dat ook de inflatie daalt, tot gemiddeld 1 procent. In dat geval moet het tekortplafond terug naar iets minder dan 1,6 procent. Nu staat het huidige plafond van 3 procent politiek wel zo’n beetje vast.

In het geval dat groei en inflatie inderdaad lager worden, maar de eurolanden met het terugdringen van hun begrotingstekort niet verder komen dan het Maastrichtse tekort van 3 procent, tendeert de staatsschuld op termijn naar meer dan 100 procent van het bbp. Dat komt overeen met wat een land als Italië nu als staatsschuld heeft.

Geen wonder dat men zich bij de Europese Commissie in Brussel wat zorgen maakt.

Maarten Schinkel