Menem aangeklaagd in zaak aanslag 1994

Een Argentijnse rechter heeft gisteren ex-president Carlos Menem (1989-1999) aangeklaagd wegens veronderstelde obstructie van een politieonderzoek naar de zware bomaanslag op een joods centrum in de hoofdstad Buenos Aires, in 1994. Menem zou onderzoek naar de zogeheten ‘Syrische link’ achter de aanslag hebben gehinderd om een met zijn familie bevriende Syrische zakenman te beschermen.

Naast Menem werden gisteren ook een voormalig hoofd van de inlichtingendienst SIDE, Menems broer Munir, een oud-rechter en een ex-politiecommissaris aangeklaagd voor betrokkenheid bij de obstructie. Ze worden beschuldigd van machtsmisbruik, verheimelijking en ambtsovertreding. Ze riskeren daarmee celstraffen oplopend tot 24 jaar cel.

De bomaanslag op het joodse centrum AMIA was met 85 dodelijke slachtoffers de zwaarste ooit in Argentinië. Wie achter de aanslag zat en wat het motief was, is nooit onomstotelijk vast komen te staan.

Een vooral door Israël en VS naar voren gebrachte theorie, die ook ingang heeft gevonden bij justitie in Argentinië, is dat Iran achter de aanslag zat. Het land zou uit wraak voor het stuklopen van de nucleaire samenwerking met Argentinië aan leden van de Libanese shi’itisch-fundamentalistische beweging Hezbollah opdracht hebben gegeven voor de aanslag.

Tot hun vrijspraak in 2004 werd ook een twintigtal agenten van het politiekorps van Buenos Aires verdacht van betrokkenheid. Zij werden vervolgd door de nu aangeklaagde rechter Juan José Galeano. Hij zou deze valse ‘lokale connectie’ gevolgd hebben om de aandacht van de ‘Syrische link’ af te leiden, in opdracht van Menem.

Menem is nu senator en geniet onschendbaarheid. Het Congres kan hem deze afnemen. (AFP, Reuters, AP)