Mahlers eerste symfonie als start van festiviteiten

Concert Kon. Concert-gebouworkest o.l.v. Daniel Harding.

Concertgebouw, A’dam, vanavond. Radio 4: 11/10, 14.15uur (Avro) ***

De Mahler-festiviteiten kunnen in Mahler-stad Amsterdam niet vroeg genoeg beginnen. In juli 2010 wordt Mahlers 150ste geboortedag gevierd, in mei 2011 zijn 100ste sterfjaar. Maar bij het Concertgebouworkest begon een twee seizoenen omspannend Mahler-project met alle symfonieën (en meer) in chronologische volgorde gisteravond al met de Eerste symfonie onder Daniel Harding.

Het orkest wordt in zijn Mahler-cyclus geleid door een sterke line-up van dirigenten: drie symfonieën door chef Jansons, één door Haitink, Fischer, Gatti, Maazel, Boulez en Inbal. Jammer dat Chailly ontbreekt.

De Eerste symfonie is er een met veel Amsterdamse traditie: Mahler zelf dirigeerde in 1903 bij het Concertgebouworkest de Nederlandse première, sindsdien volgden nog 265 uitvoeringen door het orkest.

Daniel Harding (34), die al vijftien jaar geleden als tienerdirigent een vliegende start maakte onder de vleugels van mentor Simon Rattle, heeft veel eigen ideeën over de Eerste symfonie. Het natuurgevoel (openingsdeel) bloeide ultrazacht op, hoekige accenten moesten de boertige kanten van de partituur kracht bijzetten en de klezmerzwier mocht juist niet te zeer schmieren. Toch, of juist door die ideeën, wilde deze Eerste ondanks gaaf orkestspel nog niet echt van de grond komen; daarvoor leken de sporen van Hardings koers en de onder de maten broeiende Mahler-traditie te zeer uiteen te lopen. Misschien dat de aandacht bij de resterende vijf uitvoeringen meer naar de grote lijn en de klank in bredere zin uitgaat, waardoor ook meer ruimte ontstaat voor adem, ontroering en bespiegeling.

Janéceks Lachische Dansen, als opmaat gespeeld, bieden speelmuziek van het allerlekkerste soort. Jammer dat Harding de mogelijkheden tot detaillering, opwinding, melancholie en Volkstümlichkeit hier niet veel meer uitspeelde.

Mischa Spel