Lang leve het duister in ons

Drie vertellers, vijf stijlen, moord en incest – ‘Onzichtbaar’ is een boordevolle roman. Maar Paul Auster houdt de touwtjes voor het eerst in jaren strak in handen.

Paul Auster: Onzichtbaar. Vert. Ronald Vlek. De Arbeiderspers, 240 blz. € 19,95 (geb.) De Engelse editie, Invisible, verschijnt eind oktober bij Henry Holt

‘Natuurlijk, een manuscript.’ Die titel gaf Umberto Eco mee aan het voorwoord van zijn postmoderne succesroman De Naam van de Roos. Het zou ook het motto kunnen zijn van flink wat romans van Paul Auster. De pseudo-detective City of Glass bijvoorbeeld, die eindigt met de vondst van een dagboek waaruit het verhaal gereconstrueerd is dat we net hebben gelezen. Oracle Night, waarin de gevonden handschriften en notitieblokjes over elkaar heen buitelen. Travels in the Scriptorium, dat gaat over een man die alleen in een kamer zit met een vreemd manuscript op zijn bureau. En ook Invisible, Austers vijftiende roman, die bij wijze van primeur eerst in het Nederlands uitkomt.

Onzichtbaar, zoals het boek in vertaling heet, begint met een spannend verhaal in de ik-vorm. Tegen de tijd dat blijkt dat dit het autobiografisch manuscript van een doodzieke burgerrechtenactivist is, zijn we al meegesleept door Adam Walkers verslag van zijn ontmoeting met een mysterieuze figuur, in het najaar van 1967. Walker is een student en hij raakt in de ban van de zestien jaar oudere Rudolf Born, een man met een aantrekkelijke vrouw, hoge connecties en geld. Walker profiteert van alledrie, totdat hij bij een nachtelijke wandeling door New York achter de ware en vooral bedenkelijke aard van zijn weldoener komt. Net als Mephisto in de oude Faustmythe is Born het ene moment een verleidelijke, aimabele figuur, en het andere een meedogenloze misdadiger.

Vervolgens wordt in een kort intermezzo duidelijk dat Walker het eerste deel van zijn manuscript naar een oude studievriend heeft gestuurd, die ons, de lezers, het verhaal presenteert. Daarop gaat Walkers verhaal verder in de jij-vorm. Dit is niet zomaar een verteltruc; bij de gebeurtenissen die hij beschrijft – een gepassioneerde liefdesrelatie met zijn zuster – kan hij wel wat afstand gebruiken. En dat is maar een van de vele manieren waarop Walkers schepper, Paul Auster, ervoor zorgt dat Onzichtbaar compositorisch niet verslapt. Na het deel in de jij-vorm volgt als vanzelfsprekend een deel in de hij- vorm (een reconstructie van de aantekeningen die de inmiddels gestorven Walker heeft nagelaten), waarna het boek besloten wordt met de dagboekaantekeningen van een bijfiguur, die ons een laatste blik biedt op de enigmatische en naar de jungle geëmigreerde Rudolf Born.

Credo

Drie vertellers, vijf verschillende stijlen, raadselachtige verwikkelingen, moord en incest – Onzichtbaar is een boordevolle roman. Maar Auster houdt de touwtjes strak in handen, trouw aan het credo dat ook dit keer weer expliciet in zijn boek staat: ‘Dat iets niet waarschijnlijk is, wil nog niet zeggen dat het ook niet gebeurt.’ Hij spint een ingewikkeld web van verhalen en personages, en hij weet het. Het is niet zonder ironie dat hij de samensteller en uitgever van het boek, Jim, tegen het einde een hilarische opsomming laat geven van alle namen die hij omwille van de privacy heeft veranderd. De passage begint met: ‘de lezer kan er derhalve van verzekerd zijn dat Adam Walker niet Adam Walker is’, en herhaalt die frase voor elk personage dat we hebben leren kennen. ‘En tot slot: ik neem aan dat ik er ook niet ook nog bij hoef te zeggen dat mijn naam niet Jim is.’ Waarna de lezer natuurlijk moet denken dat die Jim – geboren in 1947, succesvol schrijver, wonend in Brooklyn – eigenlijk Paul Auster is.

Typisch Auster, zo’n spel met identiteiten en verhalen-in-verhalen. (‘Om de waarheid te vertellen, moeten we die fictionaliseren’ zegt Jim tegen het einde van de roman.) Soms leidt het tot niets, zoals in de romans van de afgelopen jaren (Brooklyn Follies, Travels in the Scriptorium, Man in the Dark) die alledrie té bedacht, té bloedeloos en te zeer op de automatische piloot geschreven waren. Maar in Onzichtbaar werkt het, waarschijnlijk omdat de personages interessant zijn. Adam Walker is een indrukwekkende gedoemde dichter, met wiens gewetensconflicten en verliefdheden je kunt meeleven – ook wanneer die zijn mooie zusje betreffen. Zijn vriendinnen zijn vrouwen van vlees en bloed, net als zijn vader en zijn moeder. En Rudolf Born is angstaanjagend dubbelhartig, met zijn overrompelende jovialiteit, zijn getroebleerde (oorlogs)verleden, zijn sluimerende wreedheid en zijn scherpe, cynische analyses van de moderne politiek. Zo verdedigt hij de stelling dat Adolf Hitler een bewonderaar was van de Verenigde Staten en dat hij de Amerikaanse geschiedenis als model gebruikte voor zijn verovering van Europa: ‘Het uitroeien van de indianen wordt het uitroeien van de Joden; de expansie naar het westen voor het exploiteren van natuurlijke hulpbronnen wordt de expansie naar het oosten met hetzelfde oogmerk; het inzetten van zwarte slaven omwille van goedkope arbeid wordt het knechten van de Slavische volkeren ten behoeve van een eender resultaat. Lang leve Amerika […] Lang leve het duister in ons.’

Hardboiled

Je zou het op basis van de bovenstaande citaten misschien niet zeggen, maar Onzichtbaar is ook stilistisch een geslaagde roman. Auster behoort niet tot de grote woordkunstenaars van de Amerikaanse literatuur; hij schrijft de meeste van zijn boeken in de ‘hardboiled’ stijl die hij zich eigen gemaakt heeft toen hij in het begin van zijn carrière detectives schreef. Maar in Onzichtbaar zijn prachtig geschreven passages te vinden – over de tragiek van de ‘opgebrande ziel’ Rudolf Born, over de constatering dat er ‘meer poëzie dan rechtvaardigheid op de wereld’ is, en over de crisis waarin Walker verkeert als hij naar Parijs vlucht: ‘Vrees is feit geworden. Onschuld is veranderd in schuld, en hoop is een woord dat rijmt op vertwijfeling.’ Des te jammerder is het dat de roman niet al te vloeiend is vertaald, of beter gezegd: een beetje ambtelijk en soms veel te letterlijk.

Auster wordt meestal in één adem genoemd met Kafka; iets wat voor de hand ligt omdat zijn boeken een zekere beklemming uitstralen én omdat hij bewonderende essays geschreven heeft over de auteur van Het slot en Het proces. Wat vaak vergeten wordt is dat zijn schatplichtigheid aan de Amerikaanse literatuur uit de 19de-eeuw veel groter is. Romans als The New York Trilogy, Leviathan en The Book of Illusions zitten vol met verwijzingen naar de van schuld en boete doortrokken romans en novelles van Herman Melville en Nathaniel Hawthorne; en over Onzichtbaar is vooral de intellectualistische geest van Edgar Allan Poe vaardig. Born is het soort gevaarlijke, hyperintelligente, onvoorspelbare antiheld waarvan er tientallen in Poe’s verhalen rondlopen, en net als in de Tales of Mystery and Imagination ligt de gruwel in deze roman dicht onder de oppervlakte.

Adam Walker is het ultieme slachtoffer: een gefrustreerde hemelbestormer die pas na zijn dood bewijst welk een schrijver er aan hem verloren is gegaan. Met hem gebeurt wat Born al in het begin van het verhaal in commissie voorspelt: ‘[Mijn vrouw] gelooft dat je te goed bent voor deze wereld en dat de wereld je daarom uiteindelijk zal vermalen.’ Dat je daarna nog meer dan tweehonderd pagina’s geboeid blijft, is het belangrijkste van alle complimenten die je Auster moet geven.

Zie nrc.tv en nrcboeken.nl voor een gesproken recensie van Onzichtbaar