Landbouw zonder Oranjegevoel

De Nederlandse kandidaten voor het Europees parlement hechten sterk aan het nationaal belang, zeiden ze. Bij de verdeling van taken in Brussel blijkt weinig afstemming.

Ze hadden het in hun campagnes al aangekondigd, de nieuwe Nederlandse Europarlementariërs. Het Nederlands belang zou in Brussel voorop komen. VVD-lijsttrekker Hans van Baalen zou natuurlijk in Nederland blijven wonen. Wim van de Camp (CDA) zou geregeld Oranjeberaad bijeenroepen. En nu is er dan hun gezamenlijke brief, waarin ze eurocommissaris Ashton (handel) verzoeken snel werk te maken van een rapport over kinderarbeid.

Maar dachten de 25 parlementariërs ook aan het Nederlands belang toen ze moesten zeggen van welke parlementaire commissie ze lid wilden worden? Het is in de twintig commissies van het Europees Parlement dat het werk voor de in juni verkozen politici deze maand echt begon. Voor diepgaande debatten is in de plenaire vergadering, met 735 leden, namelijk geen tijd.

Wat zouden belangrijke commissies zijn voor Nederland? Industrie, onderzoek en energie? Economische en monetaire zaken? Beide commissies tellen één vast Nederlands lid. Constitutionele zaken, waar de afgelopen jaren werd gesproken over Europese Grondwet (die Nederland verwierp): nul Nederlanders. Net als de commissie Landbouw en plattelandsontwikkeling. En dat terwijl Nederland nog altijd heel wat landbouwproducten exporteert.

In de commissie Vervoer en toerisme – Nederland transportland – heeft maar één Nederlander een vaste plek. Heel wat populairder is de commissie Burgerlijke vrijheden, binnenlandse zaken en justitie. Op dat terrein kun je publicitair scoren, bewezen Kathalijne Buitenweg (GroenLinks), Sophie in ’t Veld (D66) en Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) de afgelopen jaren. Ze kregen bijvoorbeeld veel aandacht door te pleiten voor gelijke behandeling van homo’s.

Nu zitten er liefst zeven Nederlanders in de commissie Burgerlijke vrijheden. Alleen de Italianen hebben er net zo veel. De Duitsers (zes), de Britten (vijf) en Fransen (vier) hebben er minder, terwijl al die landen veel meer parlementariërs hebben.

„Toen wij het lijstje zagen, viel het ons ook op dat in sommige commissies geen Nederlanders zitten”, zegt Barry Madlener van de PVV – een partij die het Nederlands belang heel belangrijk vindt. Madlener is niet gelukkig. „Als er in de Tweede Kamer straks vragen zijn over bepaalde onderwerpen, dan kunnen die niet goed worden beantwoord.”

De vier PVV’ers in het Europees Parlement keken bij het kiezen van commissies naar het eigen partijprogramma, zegt Madlener. Zo kwamen ze uit op Buitenlandse Zaken („in verband met de uitbreiding van de EU”), Burgerlijke vrijheden („daar gaat het over asiel en migratie en internationale criminaliteit”), Begroting („we vinden dat Nederland daar te veel aan betaalt”) en Interne markt („belangrijk voor de consument”).

Behalve het partijprogramma speelde de persoonlijke achtergrond vaak een rol bij de keuze voor een commissie. Wim van de Camp (CDA) koos óók voor Burgerlijke vrijheden, zegt hij, omdat hij in de Tweede Kamer sinds 1994 woordvoerder justitie was. En Dennis de Jong (SP) werkte als ambtenaar jarenlang op dat terrein. Hij benadrukt dat hij óók plaatsvervangend lid is van de commissie Interne markt, wat betekent dat hij mee mag stemmen als een vast lid afwezig is.

Toine Manders (VVD) zou willen dat alle Nederlandse Europarlementariërs voor de verdeling van de commissies onderling afspraken hadden gemaakt. Het belangrijkste zijn volgens hem de commissies waar parlementariërs invloed hebben op wetgeving, zoals Interne Markt. En dus niet Buitenlandse Zaken, waar zijn eigen delegatieleider Hans van Baalen voor koos. „Daar mag je wat zeggen over de mensenrechten in Irak. Je haalt er misschien het journaal mee. Maar je hebt geen invloed.”

Zelf koos Manders voor Interne markt, een commissie die zwaar belobbyd wordt door het bedrijfsleven, omdat het parlement daar meebeslist over tal van wetten die bedrijven rechtstreeks raken.

Moet het de volgende keer anders? Een goede vraag, vindt Wim van de Camp (CDA). „Het lijkt me een mooi onderwerp voor ons eerste Oranjeberaad.” Van de Camp heeft al een datum: 20 oktober.