Krachtige groei, schrijnende armoede - wat telt?

Met de economie op de Westelijke Jordaanoever gaat het goed, meldt Israël op basis van IMF-cijfers. Er is wel hoop, maar het gaat er overigens dramatisch slecht, zegt het IMF zelf.

Is het Singapore? Brazilië? Waar groeit de economie in tijden van wereldwijde economische neergang nog met 7 procent? Waar zie je het toerisme nog toenemen met 94 procent? Waar zijn de beurskoersen de laatste tijd met 18 procent gestegen? „Raad nog maar eens. Het is de Westelijke Jordaanoever.”

Zo begint een juichend stuk dat de Israëlische ambassadeur in de Verenigde Staten, Michael Oren, een paar weken geleden in The Wall Street Journal schreef.

Nergens ter wereld, schrijft Oren, vind je een economie die zo hard groeit als in de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. In weerwil van de eeuwige rampverhalen over de Palestijnse economie is dit gebied „een succesverhaal”. Oren: „De zaden die de Israëlische premier Banjamin Netanyahu ‘economische vrede’ heeft genoemd, staan al in volle bloei in de commerciële skyline van Ramallah.”

Israël heeft er belang bij de positieve kanten van de Palestijnse economie te benadrukken. Sinds de rechtse regering-Netanyahu dit voorjaar is aangetreden, staat ‘economische vrede’ centraal. Het idee: als de Palestijnen het onder de bezetting en semiautonomie economisch maar goed hebben, dan ebt de claim op een eigen staat vanzelf weg.

Inmiddels is Netanyahu, zij het onder voorwaarden, bereid tot de stichting van een Palestijnse staat, maar de economie staat voorop. De stichting van een Palestijnse staat zou betekenen dat Israël nederzettingen op Palestijns gebied moet ontmantelen, of Oost-Jeruzalem moet opgeven. Premier Netanyahu, president Shimon Peres en ambassadeurs als Michael Oren benadrukken daarom graag de verbeterde omstandigheden op de Westelijke Jordaanoever onder bezetting.

Steevast zijn de rapporten van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de bron van de positieve berichten. En inderdaad, zegt Oussama Kanaan, hoofd van de IMF-missie in Jeruzalem, in sommige opzichten gáát het ook beter. Deze week presenteerde het IMF een rapport met voorzichtig positieve toon aan de Verenigde Naties. Israël heeft enkele belangrijke controleposten opgeheven, waardoor Palestijnen gemakkelijker kunnen reizen. De steden Ramallah, Hebron, Bethlehem en Nablus laten een economische groei zien, en een daling van de werkloosheid. „De relatieve ontspanning heeft voor een vermindering van geweld gezorgd, met positieve gevolgen voor het toerisme en de handel in de steden. Bovendien is er met internationale steun een politieapparaat opgebouwd. Dat is hoopvol.”

Maar ronduit boos wordt Oussama Kanaan als zijn rapporten, zoals hij het noemt, „verkeerd geïnterpreteerd” worden. „Kunnen ze niet lezen? Vermeldt u het adres van onze website maar in uw artikel: www.imf.org. Wie de IMF-gegevens goed leest, moet met ons tot de conclusie komen dat het nog altijd dramatisch slecht gaat op de Westoever.”

Volgens Kanaan is het IMF voor een politiek karretje gespannen. „Israël zegt met onze cijfers in de hand hoe goed het gaat. Ik begrijp het wel, want het komt ze politiek goed uit. Maar het is niet wat wij zeggen. Ten eerste is de groei van 7 procent in 2009 een prognose. Als alles meezit, kunnen we dat halen. Het lijkt misschien aardig, maar bedenk wel dat de economie in de Palestijnse gebieden volledig is ingestort vanaf 2000, toen de Tweede Intifadah begon en de Palestijnse Gebieden geïsoleerd werden. Het kost nog jaren voordat we ook maar in de buurt van de situatie van 1999 komen. En dan moet Israël nog heel wat blokkades opheffen.”

Voor dit jaar verwacht het IMF een stijging van het bruto binnenlands product (bbp) met ruim 6 procent, maar nog altijd leeft bijna de helft van de Palestijnen op de Westoever onder de armoedegrens. In de geïsoleerde Gazastrook, waar de islamitische beweging Hamas regeert, is het volgens het IMF overigens helemaal slecht gesteld. Goederen komen er niet binnen, er heerst gierende werkloosheid en grote armoede.

Volgens Kanaan is de Westoever „een van de lastigste gebieden ter wereld om zaken te doen”, al zijn er hier en daar wegversperringen opgeheven. „Er is geen haven, geen vliegveld. Israël controleert alle grenzen en legt ook talloze beperkingen op aan de binnenlandse economie. Waar ter wereld controleert de ene mogendheid het vervoer van een andere?” Tweederde van de Westoever wordt bestuurd door het Israëlische leger. Palestijnen mogen er vrijwel niets bouwen, laat staan industriële ondernemingen beginnen. „De volledige Jordaanvallei is vruchtbaar en strategisch gebied, maar Palestijnen hebben er niks aan. Het is militair terrein.”

De IMF-topman zegt dat economische vrede zonder politieke vrede, wat Israël wil, „onhaalbaar” is. „Vind maar eens een investeerder die geld wil steken in zo’n onstuimig gebied. Er is geen garantie dat het niet morgen weer mis is en dat alle wegen weer afgesloten zijn. Zolang er geen serieus werk wordt gemaakt van een politieke oplossing, blijft de economie het slecht doen.”