Kampioenen van de popapartheid

Met de studio-experimenten van The Beatles ontstond voor het eerst popmuziek die niet was bedoeld om op te dansen. Zo raakte de rock geïsoleerd van de zwarte muziek, die altijd had gezorgd voor ritmische vernieuwing.

Elijah Wald: How The Beatles Destroyed Rock ’n’ Roll. An Alternative History Of American Popular Music. Oxford University Press, 323 blz. € 30,-

Iedere dj kent de wet van de dansvloer: wie het publiek aan het dansen wil krijgen, moet zich richten op de meisjes. Meisjes en vrouwen gaan eerder dansen dan jongens en mannen. De dj moet dus beginnen met meisjesmuziek, dat wil zeggen: geen rock, heavy metal, punk of soortgelijke zware muziek waar vooral jongens van houden, maar lichtvoetige, melodieuze dansmuziek.

Ook in Amerika werkt het zo, zo blijkt uit How The Beatles Destroyed Rock ’n’ Roll van de Amerikaanse muziekhistoricus Elijah Wald (1959). ‘In het algemeen dansen Amerikaanse vrouwen omdat ze willen dansen, terwijl Amerikaanse mannen dansen omdat ze bij de vrouwen willen zijn’, schrijft Wald in dit boek dat getuige de ondertitel een ‘alternatieve geschiedenis van de Amerikaanse populaire muziek’ wil zijn. Instemmend citeert Wald, die eerder onder meer een boek schreef over de bluespionier Robert Johnson, de bluesmuzikant Little Milton: ‘Het komt erop neer dat op elke vrouw die je de dansvloer op krijgt drie mannen volgen.’

Het gevolg van de wet van de dansvloer is dat de populairste popmuziek die is waar de meeste vrouwen van houden. Maar de geschiedenis van de popmuziek is tot nu toe vooral geschreven door mannen, stelt Wald vast. ‘En specifieker, door mannen die eerder de neiging hebben muziek te verzamelen en te bediscussiëren dan erop te dansen. Dat is niet per se slecht (sommigen zijn mijn beste vrienden....), maar het is relevant om te begrijpen waarom ze van de muziek hielden waar ze van hielden.’

Ook herhalen die mannen elkaar, zo gaat Wald verder in zijn inleiding waarin hij worstelt met een probleem waar bijvoorbeeld ook architectuurhistorici mee te kampen hebben. Doordat geschiedschrijvers de neiging hebben elkaars werk als bron te gebruiken, is er een canon ontstaan van muziekstukken en gebouwen. Maar de canonieke muziekstukken en gebouwen vormen slechts een heel klein deel van de totale muziek- en architectuurproductie en hebben niet de soundtrack van een tijdperk of het aanzicht van de steden bepaald. Bovendien waren ze in hun eigen tijd vaak helemaal niet zo populair.

Eigenlijk laat de hele kwestie zich terugbrengen tot de vraag: moet een popmuziekhistoricus aandacht besteden aan de avant-gardes of aan de succesrijkste musici uit de geschiedenis? How The Beatles Destroyed Rock ’n’ Roll is een meesterlijk en overtuigend pleidooi om allebei te doen. Zonder iets af te doen aan het belang van avant-gardisten als Duke Ellington en Elvis Presley voor de geschiedenis van de popmuziek wijst Wald keer op keer op een ongelooflijk aantal nu bijna vergeten of ondergewaardeerde musici die vaak geliefder waren dan de canonieke musici. Hij besteedt bijvoorbeeld veel aandacht aan Paul Whiteman, de bandleider die de meeste muziekhistorici beschouwen als een handige gladjakker die jazz acceptabel maakte voor het grote publiek.

Wald laat zien dat Whiteman terecht de King of Jazz werd genoemd, niet alleen omdat hij het populairste Amerikaanse jazzorkest van de jaren twintig leidde maar ook omdat hij buitengewoon invloedrijk was. Duke Ellington noemde hem zijn grote voorbeeld en in 1924 gaf Whiteman Gershwin de opdracht A Rhapsody in Blue te schrijven en zorgde er zo voor dat de jazz toen al zijn Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band kreeg.

Zo haalt Wald in bijna elk hoofdstuk van How The Beatles wel een miskend talent onder het historische stof vandaan. Hij begint met de laat 19de-eeuwse bandleider Alfred Sousa (naar wie de sousafoon is vernoemd), en schrijft in ‘Teen Idyll’ bijvoorbeeld liefdevol over Ricky Nelson, die in de tweede helft van de jaren vijftig de populairste rock-’n-rollster op Elvis na was. Nelson was al bekend als acteur in de tv-serie The Adventures of Ozzie and Harriet, toen hij half serieus een nummer opnam van Fats Domino. Een ongelooflijke serie rock-’n-rollhits zou volgen.

In ‘Twisting Girls Change The World’ breekt Wald een lans voor de Amerikaanse meisjesgroepen uit begin jaren zestig. In het algemeen worden deze jaren vóór de ‘Britse invasie’ in de VS van groepen als The Beatles en The Rolling Stones gezien als een absoluut dieptepunt in de geschiedenis van de Amerikaanse popmuziek. Maar voor Wald is dit het tijdperk dat dansende vrouwen eindelijk de popmuziek domineerden. The Shirelles, The Supremes, The Marvelettes en The Dixie Cups zongen niet alleen onderdanige zwijmelnummers, zo weerlegt hij het bestaande oordeel over het werk van de meisjesgroepen. Sommige liedjes waren regelrechte onafhankelijkheidsverklaringen, zoals Betty Everetts ‘You’re No Good’ en Lesley Gore’s ‘You Don’t Own Me’.

Wald mag ook graag wijzen op kleine dingen met onverwachts grote gevolgen. Zo was de twist niet de zoveelste dansrage, maar veranderde die de wereld. De twist maakte dat vrouwen voor het eerst in de geschiedenis alleen konden dansen. Hoewel het in vroeger tijden gewoon was dat vrouwen met elkaar dansten bij gebrek aan danslustige mannen, bleef dansen altijd iets dat je met zijn tweeën deed. Maar in je eentje kon je ‘doen alsof je je achterste droogt met een handdoek terwijl je met beide voeten sigaretten uitmaakt’, zoals de twist toentertijd eens werd omschreven. ‘It takes two to tango but one to twist’.

De twist is een van de weinige revoluties die in How The Beatles Destroyed Rock ’n’ Roll voorkomen. Terwijl de meeste historici de muziekgeschiedenis vooral beschrijven als een dialectische reeks reacties op eerdere stijlen, beklemtoont Wald juist de continuïteit tussen de verschillende muziekstijlen en -genres. Zo was Elvis niet de jonge revolutionair die de wereld schokte door zwarte muziek te zingen. Hij was in goed gezelschap: Jerry Lee Lewis en Carl Perkins deden hetzelfde. En Bill Haley had het zelfs eerder al gedaan, zonder dat hij voor een revolutionair werd gehouden. Er bestond ook geen wezenlijk verschil tussen de rhythm & blues zoals zwarte muzikanten die al jaren maakten en de ‘nieuwe’ rock-’n-roll. En terwijl Elvis nu vaak wordt afgeschilderd als een rebel, was hij eigenlijk een brave jongen die liever ballads als ‘Love Me Tender’ zong dan de snelle rock-’n-roll die platenbaas Sam Philips hem liet opnemen. Hetzelfde gold voor zijn publiek: de meeste fans hielden niet alleen van de wilde Elvis maar ook van de ideale schoonzoon Pat Boone. Elvis zelf trouwens ook, voegt Wald daaraan toe.

Toch eindigt How The Beatles Destroyed Rock ’n’ Roll met een revolutie, een heel grote zelfs. In het laatste hoofdstuk, ‘Say You Want A Revolution’, verklaart Wald eindelijk de titel van zijn boek. Hij laat zien hoe The Beatles, die ooit waren begonnen als een coverbandje van rhythm & blues- en rock-’n-rollnummers, de muziek voorgoed veranderden. In een paar jaar tijd vormden zij rock-’n-roll om tot rock, dat wil zeggen: kunstmuziek die in het oeuvre van The Beatles zijn hoogtepunt vond in Sgt Pepper's Lonely Hearts Club Band. Deze legendarische en misschien wel invloedrijkste plaat uit de popgeschiedenis was niet het product van vier Engelse rock-’n-rollers, maar van vier sonic auteurs die onder leiding van producer George Martin 700 uur in de studio doorbrachten met een groot orkest en een batterij geluidsapparatuur.

Rock was (en is) serieuze muziek waarvan de producenten, zoals Pink Floyd (en Coldplay), neerkijken op ‘commerciële’ dansmuziek. Voor het eerst in de geschiedenis was er een muzieksoort ontstaan die niet in de eerste plaats was bedoeld om op te dansen, betoogt Wald. Zo raakte de rock geïsoleerd van de zwarte muziek, die altijd had gezorgd voor ritmische en dansbare vernieuwingen. Terwijl in de rock-’n-roll van de jaren vijftig en zestig de verschillen tussen zwarte en witte muziek zo vaag waren geworden dat het tijdschrift Billboard in 1964 besloot de hitlijst voor (zwarte) rhythm & blues op te heffen, distantieerde rock zich van de contemporaine zwarte muziek. Sinds The Beatles is de segregatie terug in de popmuziek en heeft Billboard weer een rhythm & blues-hitlijst.

Net zo min als de geschiedenis ophield met de val van de Muur, eindigde de popmuziek met The Beatles. Maar Walds alternatieve geschiedenis wel. Het enige minpunt van How The Beatles Destroyed Rock ’n’ Roll is dat het boek zo vroeg ophoudt. In de epiloog stipt Wald de ontwikkelingen in de popmuziek na de Beatles aan en stelt hij bijvoorbeeld vast dat de disco uit de jaren zeventig en de latere hiphop weer bijna exclusief zwart waren (en zijn). Maar dat betekent niet dat de popmuziek nu slechter is dan die van voor de Beatles, voegt hij er haastig aan toe: ieder tijdperk levert goede muziek op. Hopelijk past Wald zijn brede, alternatieve benadering van de popmuziek ook nog eens toe op de bijna veertig jaar die op de scheiding van de Beatles volgden.