Irving stuurt vader en zoon héél lang op reis

John Irving: Last night in Twisted River. De Bezige Bij, 554 blz. €19,90. De Nederlandse vertaling verschijnt in februari 2010, ook bij De Bezige Bij.

De synopsis van John Irvings twaalfde roman klinkt veelbelovend: de 12-jarige Danny Baciagalupo treft zijn vader in bed aan terwijl die bereden wordt door zijn zwaarlijvige, langharige minnares. Danny begaat de, slechts binnen het oeuvre van Irving aannemelijke, vergissing te denken dat de vrouw een beer is die bezig is zijn vader te verslinden en slaat haar dood met een gietijzeren braadpan. Het probleem is dat de vrouw ook de minnares was van de enige dienaar der wet in de houthakkersnederzetting in New Hampshire waar Baciagalupo sr. de kok is.

Vader en zoon slaan terstond op de vlucht. De achtervolging zal 47 jaar duren, en voert hen onder meer naar Boston, Vermont, Iowa en Toronto. Dat belooft veel, even veel als het begin van deze (opnieuw) zeer lijvige roman. De jonge Angel Pope verdrinkt in de rivier onder een drijvende massa omgehakte bomen, het is naar zijn familie dat het voortvluchtige duo in eerste instantie uitwijkt, en Angels moeder zal tot aan het eind een rol blijven spelen.

Helaas is daarmee wel zo ongeveer al het positieve gezegd over dit boek, dat vooral lijdt aan een euvel dat Irving al eerder parten speelde: het er-niet-genoeg-van-kunnen-krijgen. Het dictum ‘schrijven is weglaten’ is aan hem niet besteed, integendeel, schrijven is doorgaan, pagina’s maken, zijpaden inslaan. De roman sleept zich van de ene anekdote voort naar de volgende, er wordt zoveel herhaald dat de lezer zich gemakkelijk geminacht zal voelen, en de research glinstert op diverse plekken door de vertelling heen. Zo leren we onderweg (te) veel over de Chinese en Italiaanse keuken, diverse vuurwapens, de houtverwerkende industrie en de incompetentie van George W. Bush. Ook wordt de aanslag van 9/11 nog eens naverteld. Waarom? Dat is een vraag die je bij Irving niet mag stellen.

Danny ontwikkelt zich tot een beroemd schrijver wiens vierde boek (evenals Irvings, en is dat niet toevallig?) opeens een wereldhit wordt. Dat stelt Irving niet alleen in staat cameo-rollen te kunnen uitdelen aan collega’s als Vonnegut, Carver en Rushdie, maar ook een fictief oeuvre samen te stellen dat bij de fans van zijn werk ongetwijfeld glimlachjes van herkenning zal oproepen.

In het laatste hoofdstuk lijkt ook Irving zelf te beseffen dat hij met de openingspagina’s het sterkste deel van zijn boek heeft geschreven. Daar immers laat hij de vertelling zich op mooie manier in de eigen staart bijten door auteur Danny Baciagalupo in zijn spartaanse schrijvershut zich het hoofd te laten pijnigen over een openingszin van een verhaal, dat over de dood van de jonge Angel en de vlucht van een vader met zijn zoon gaat. Dat maakt de roman weliswaar mooi rond, maar helaas kunnen de uiteindjes van die curve de teleurstelling over de rest niet verhullen.