IOC-lid Anton Geesink: 'Ik word niet voor vol aangezien'

Anton Geesink vindt dat het voltallige bestuur van sportkoepel NOC*NSF moet aftreden. Dat zei het Nederlandse lid van het International Olympisch Comité (IOC) gisteren in Kopenhagen, waar hij verblijft om de jaarlijkse plenaire vergadering bij te wonen.

Geesink meent dat het bestuur de olympische waarden steeds verder verkwanselt en te weinig rekening houdt met de belangen van de sporters. Ook heeft Geesink moeite met de werkwijze van het bestuur, waarin „te veel wordt gepolderd en te weinig ruimte is voor een afwijkend standpunt.” „Ik wil mijn mening blijven uitdragen, iedereen mag weten waar ik voor of tegen ben.”

Geesink heeft het gevoel te worden genegeerd binnen het bestuur, waar hij als IOC-vertegenwoordiger deel van uitmaakt. „Ik word niet voor vol aangezien. Ik ben de allochtoon in het bestuur. Ik voel me net zo behandeld als een Marokkaan of een Turk in Nederland. De indruk wordt gewekt dat ik onbetrouwbaar ben.”

Als voorbeeld noemt Geesink zijn vergeefse roep om meer oud-sporters bij het bestuurswerk te betrekken en het gebrek aan Nederlandse sportbestuurders op internationaal niveau. „Dat laatste is de schuld van NOC*NSF.”

De zoektocht naar een opvolger van Erica Terpstra als voorzitter van de sportkoepel heeft ook zijn woede gewekt. Geesink: „Het is een schande dat in een land met vijf miljoen actieve sporters in een advertentie om een kandidaat moet worden gesmeekt. Die benoemingscultuur heeft desastreuze gevolgen voor de sport, omdat gewerkt wordt volgens het principe voor wat hoort wat. ”

Geesink hekelt ook het Olympisch Plan 2028, waarmee hij niets te maken wil hebben. „Dat ik niet meedoe is om de manier waarop het bestuur zich tegenover mij heeft gedragen. Ze hoeven op mij niet meer te rekenen.”