Hij neemt me zoals ik ben

Wilson Varela (30) is deze week tien jaar in Nederland.

Na een wilde jeugd koos de Colombiaan voor het priesterschap.

In de hoogtijdagen van het rooms-katholicisme waren bijna negenduizend Nederlanders over de hele wereld actief in de missie. Inmiddels zijn de rollen omgedraaid. Geestelijken van elders komen naar hier om het priestertekort nog enigszins draaglijk te houden.

Dus begon bisschop Frans Wiertz tijdens een priesterwijding in de kathedraal van Roermond afgelopen juni plotseling Spaans te spreken. „Wat zegt-ie?”, vroeg de Nederlandse wijdeling die samen met de Colombiaan Wilson Varela in afwachting was van het ritueel. „Dat je een kaaskop bent”, antwoordde Varela lachend. Terwijl juist Wilson Varela (30) zelf een beetje een kaaskop is geworden. Hij merkte het toen hij deze zomer vier weken met vakantie was in zijn geboorteland Colombia. „Ik zat continu te mailen met vrienden in Nederland. En na een week of drie zei ik tegen mijn moeder dat het tijd werd om naar huis te gaan. Ze keek me vreemd aan, toen ik dat zei.”

Varela bewondert het doorzettingsvermogen van de gemiddelde Nederlander. Colombianen laten zich volgens de priester sneller uit het veld slaan. Maar hij houdt niet van het poldermodel in Nederland. „Al tijdens mijn eerste stage als priester viel me op dat hier over alles vergaderd moet worden. Vreselijk! Alsof de kerk een bedrijf is.”

U woont en werkt samen met een Nederlandse priester. Gaat dat goed?

„We zijn twee totaal verschillende personen. Hij is als pastoor een harde werker en een echte planner. Ik functioneer als kapelaan heel anders: meer relaxed en meer op basis van improvisatie. Een preek schrijf ik nooit uit. Ik bereid het wel voor, maar ik kijk vooral naar de mensen. Dan komen de woorden meestal vanzelf.”

Leiden dit soort verschillen ook tot een andere beleving van het geloof?

„Nederlanders hebben een heel legalistisch godsbeeld. God als een soort rechter die voortdurend oordeelt. Terwijl Hij je neemt zoals je bent. Mensen moeten niet voor God naar de kerk komen. Als ik dat vertel tijdens diensten of tijdens gesprekken, wordt er vreemd opgekeken. Maar de mens is niet gemaakt voor de sabat. De sabbat is er voor de mens. De mens bestaat niet voor de kerk, maar andersom. Als mensen er niets ontvangen, kunnen ze net zo goed thuisblijven.”

Uw parochie ligt in de ‘probleemwijk’ Roermond-Oost. Is dat niet erg relatief voor een Colombiaan die opgroeide in de Colombiaanse stad Medellín?

„Ik kom uit een goede familie, maar heb de harde werkelijkheid wel met eigen ogen aanschouwd. Op mijn tiende had ik mijn eerste moordslachtoffer al gezien. In Nederland gaat het er rustiger aan toe. De mensen zijn rijker. Maar de geestelijke armoede is niet anders dan in Colombia. Met bezit is niets mis. Ik wil geen soberheid prediken. Ik kom hier gelovigen tegen die zeggen dat ze van God geen mooie auto mogen kopen. Onzin! Net als al dat sparen hier. Mensen houden zich in, voor na hun pensioen en dan krijgen ze twee maanden na het afscheid van hun werk een hartinfarct. Wat heb je dan met je leven gedaan? Er is wel meer dan materialisme. Er gaan ook veel levens kapot aan individualisme en egocentrisme.”

Is dat het verhaal achter uw roeping?

„Als tiener heb ik er flink op los geleefd: volop feesten, relaties met meisjes en experimenteren met drugs. Op mijn vijftiende had ik voor het eerst een moment dat ik mij leeg voelde. Ik dacht: is dit alles? Ik genoot zoveel als ik kon. Ik had alles wat ik begeerde. Ik heb alles gedaan. Maar het kon me niet helemaal verzadigen. Ik was ooit gedoopt, zelfs misdienaar geweest. Maar sinds mijn elfde ging ik niet meer naar de kerk. Vanuit een soort schaamte. Een vriend nodigde me uit voor een van de bijeenkomsten van de Neokatechumenale Weg. Ik was daar al nieuwsgierig naar, omdat de bijeenkomsten plaatsvonden tegenover ons huis en ik er elke keer een vrouw dolgelukkig naartoe zag gaan, terwijl ik wist dat ze terminaal was. Ze had de kanker op haar gezicht, maar ook een glimlach. Ik dacht: wat weet zij wat ik niet weet.”

En?

„Tijdens de bijeenkomsten kreeg ik een ander beeld van God. Het zal wel erg clichématig klinken, maar Hij is echt als een vader. Hij neemt je zoals je bent.”

Voelde u toen meteen de roeping?

„Dat kwam later. Ik was bij een grote stadionbijeenkomst waar gevraagd werd wie priester wilde worden. Ik studeerde toen voor ingenieur en had een vriendin, maar ik voelde dat ik het moest doen. Op die manier kwam ik terecht op het seminarie van de Neokatechumenale Weg in Colombia. Mijn omgeving keek er erg van op. Er zijn vrienden van toen naar mijn wijding in Roermond gekomen, omdat ze het pas wilden geloven als ze het met eigen ogen zouden zien.”

Hoe kwam u in Nederland terecht?

„We geven de Weg onze onvoorwaardelijke beschikbaarheid. Dat betekent dat je in principe overal naartoe kunt worden gezonden. Op 11 september 1999 was er een grote bijeenkomst in Rome waar de priesterstudenten over de wereld werden verdeeld. Toen de loten voor Nederland werden getrokken, hoorde ik mijn naam: Wilson Varela. Op dat moment word je persoonlijk gevraagd: ben je beschikbaar? Ik draaide mij om. Ik zat vlakbij de rector van mijn seminarie in Colombia. Ik vroeg: waar ligt Nederland? Hij zei alleen maar: kun je zwemmen?”

U wist niets van Nederland?

„Bijna niets. Ik kende La Naranja Mecánica, zo noemden we bij ons het Nederlands elftal. Mijn beeld ging niet verder dan kaas, molens en Amsterdam als icoon van vrijheid.”

Maar er was meer.

„Drie dagen na de bijeenkomst in Rome, ben ik ’s nachts in Nederland aangekomen. De snelwegen maakten een vervreemdende indruk. In Colombia lopen ze dwars door de bebouwing. Hier vroeg ik me af: waar zijn de huizen? Ik kwam terecht in een oud Franciscaner klooster in Nieuwe Niedorp, tussen de koeien en de schapen. Met nog een Colombiaan en twee Polen ging ik Nederlandse les volgen op een ROC in Schagen. We waren een jaar of twintig. De andere studenten waren moslimvrouwen in de leeftijd van vijftig, zestig jaar. Ze vonden ons vreemd en vroegen op een zeker moment of wij homo’s waren. Daarna heb ik mijn priesteropleiding gevolgd op de seminaries in Vogelenzang (bij Haarlem) en in Roermond.”

Werd daar ook nog aandacht besteed aan de Nederlandse cultuur?

„Jazeker. En in de weekeinden woonden we in bij Nederlandse gezinnen om ook een indruk te krijgen van het normale leven hier. Verder heb ik veel geleerd door het lezen van kranten en van het luisteren naar de radio.”

Heeft u nooit spijt van de door u gekozen weg?

„Ik heb nog mijn vragen en twijfels over het geloof. Maar dit is wel mijn route. Mijn familieleden hebben dat ook gezien toen ze hier waren voor de wijding. Daarvoor twijfelden ze of ik niet alleen voor de vorm enthousiast was. Ik ben hier op mijn plek. Sommige mensen zijn mijn moeder komen bedanken dat ze mij heeft afgestaan. Dat heeft veel indruk op haar gemaakt. Ik ben nog steeds beschikbaar voor de hele wereld. Maar tijdens de wijding heb ik mijzelf letterlijk en figuurlijk in handen van de bisschop van Roermond gelegd. Zo staat het ook in het kerkelijk recht beschreven: de bisschop beschikt. Gezien de snelle afname van het aantal priesters kan dat betekenen dat ik hier nog een hele tijd zal blijven. In psalm 16 staat een zin ‘Een heerlijk land is mij toegemeten’. Zo voel ik het ook. Mijn lot is gevallen op een heerlijk land.”