Het was nog niet zo erg als nu

De inwoners van de Indonesische stad Padang zijn gewend aan aardbevingen.

Maar de verwoesting is nu wel erg groot. Vooral de grote gebouwen zijn ingestort.

Lerares Nurmalina barst in huilen uit als ze komt aanlopen bij de school waar ze lesgaf. Op deze privéschool in de Indonesische kuststad Padang, waar welgestelde kinderen in de middag- en avonduren Engels leerden, deden woensdag 60 leerlingen hun laatste examen. Tot kwart over vijf, toen de aardbeving toesloeg.

Nu kijken honderden stadsgenoten hoe militairen een gele lijkzak uit het puin wegdragen. Het is tot nu toe de vijfde leerling, die uit de ingestorte school is gehaald. Klapstoeltjes, computers, tafels: alles ligt door elkaar op de grote hoop puin die nu voor het schoolgebouw ligt. De gevel ligt eruit, zodat je in de kleine lichtgeel geverfde kamers kunt binnenkijken.

Nurmalina gaf ergens anders les toen het gebeurde. „Een paar van mijn collega’s zijn vanochtend uit het puin gehaald en liggen in het ziekenhuis. Maar ik weet niet hoeveel er nog gevonden zullen worden.” Terwijl het dodental steeds hoger wordt, kan niemand voorspellen hoeveel lichamen uiteindelijk onder de puinhopen vandaan zullen komen.

Een aardbeving van 7,6 op de schaal van Richter, ongeveer 70 kilometer uit de kust, richtte een verwoesting aan die volgens de VN ten minste 1.100 levens heeft gekost. Een deel daarvan kwam om in Padang. Maar in Pariaman, een stadje ten noorden van Padang, zou de schade nog groter zijn. Dat bevindt zich het dichtst bij het epicentrum, en volgens het Indonesische rampencentrum staat nog maar 15 procent van de huizen er overeind.

In Padang, een stad met 900.000 inwoners, zijn vooral de hoge gebouwen ingestort. Juist de simpele houten huisjes zonder verdiepingen hebben de aardbeving veelal overleefd. Het kantoor van de belastingdienst, met de typische spitse daken die zo kenmerkend zijn voor dit deel van het eiland Sumatra, is in het midden ingezakt. Van een andere school is alleen een hoop stenen over.

In de Chinese wijk is de verwoesting het grootst. Veel kleine winkeltjes met woonhuizen erboven zijn ingestort of in brand gevlogen na de beving. Na zonsondergang lijkt het hier een spookstad. De elektriciteit in Padang is uitgevallen en in het donker waagt niemand zich op straat. Gegraven naar mensen wordt er niet.

Ziekenhuis M. Jamil in Padang moest snel de patiënten evacueren toen de aardbeving toesloeg. De hartafdeling is geheel ineengestort, maar gelukkig waren er aan het eind van de middag niet al te veel patiënten, vertelt een arts. De patiënten die er het ernstigs aan toe waren, worden nu behandeld in groene tenten op het grasveld voor de ingang. De meesten slapen, hun familie zit om hen heen.

Ook staan er tenten voor aardbevingsslachtoffers. Een meisje van tweeënhalf wordt verzorgd door haar oma. Haar moeder hield haar in haar armen toen ze naar buiten rende, vertelt een medepatiënt. Maar zij kreeg brokstukken van haar huis op haar hoofd en overleed ter plekke. Haar dochtertje schoot uit haar armen en overleefde.

Harlinis dacht dat er een truck kwam langsrijden, toen de aardbeving begon. Maar toen het wel erg lang duurde, rende ze naar buiten en riep ze haar moeder, die net avondeten aan het koken was. Die geloofde eerst niet dat er een aardbeving was, en rende daarna niet snel genoeg naar buiten. Ze werd geraakt door het puin en ligt nu tussen de gewonden. Röntgenfoto’s maken van haar botten kan alleen niet, want het apparaat dat daarvoor nodig is, is tijdens de aardbeving gesneuveld.

In de hal van het ziekenhuis hangen de platen van het plafond los en is de grond bezaaid met puin. Toch worden hierbinnen de ernstigste gewonden van de aardbeving behandeld. Hier ligt ook de 24-jarige Gita Morella, die op woensdag aan het werk was in een bekende elektronicawinkel in de Chinese wijk. „Ze heeft vijftien uur onder het puin gelegen”, vertelt haar vader. Toen ze gered werd, was ze bij bewustzijn. Maar op haar linkerbeen was een stuk beton gevallen. Het kan niet meer gered worden, fluisteren de verpleegsters. Haar vader wordt weggeroepen, hij moet tekenen voor de amputatie.

Toch had Morella nog geluk, want enkele van haar collega’s staan op de lijst met overleden slachtoffers. Hier in ziekenhuis M. Jamil zijn 45 lichamen binnengekomen. Een stuk of negen liggen nog in gele zakken te wachten tot familie hen ophaalt, om volgens de islamitische traditie zo snel mogelijk te worden begraven.

Veel van de slachtoffers werden getroffen in het Ambacang Hotel, een mooi hotel uit de Nederlandse tijd. Maar de witgepleisterde voorgevel is er nu uit gevallen, en heeft de auto’s die vóór het hotel stonden bedolven. De planten op de relingen van de balkons zijn wel blijven staan.

Naast het deel van het hotel dat nog redelijk overeind staat, ligt nu een grote berg stenen, hout en glas. Daarop staat een bulldozer het puin te ruimen, want eronder liggen nog mensen. Misschien wel veertig, fluisteren omstanders.

Een van hen, universitair docent Safrizal Chan, zucht dat het een verdrietige tijd is voor Padang. „Het is ook al zo vaak gebeurd”, zegt hij. Inderdaad kwamen in 2007 ook 70 mensen om bij een aardbeving in Padang, de stad waarvan al bekend was dat hij op een gevaarlijke breuklijn ligt. Haar inwoners zijn wel gewend aan aardbevingen. „Maar het is nog niet zo erg geweest als nu”, zegt Chan.