Het is weer tijd voor een Papandreou

Griekenland gaat zondag naar de stembus. Dat is traditioneel een strijd tussen familieclans. De socialist Papandreou is aan de winnende hand.

De electorale veldslag die zondag in Griekenland wordt geleverd gaat weer tussen Jorgos Papandreou en Kostas Karamanlis. In 1961 en 1963 was het niet anders - toen ging het tussen de gelijknamige grootvader van eerstgenoemde en de gelijknamige oom van laatstgenoemde. Kleinzoon en neef bevochten elkaar al eerder bij de parlementsverkiezingen van 2007 en bij de Europese verkiezingen eerder dit jaar. De grootvader en de vader van Jorgos zijn ook al premier geweest, oom Kostas was het tussen 1955 en ’63 en opnieuw tussen 1974 en ’80. De huidige politici worden voor het gemak bij hun verkleinnamen genoemd, hoewel Jorgakis al 57 is en Kostakis 53.

In het buitenland heerst hilariteit over deze familiestrijd van ruim een halve eeuw, waarin ook nog een derde familie een rol speelt. Kostas Mitsotakis (89) was premier tussen 1990 en ’93, zijn dochter Dora is de huidige minister van Buitenlandse Zaken en zijn zoon Kyriakos een vooraanstaand Kamerlid. De Grieken vinden het heel gewoon en eigenlijk ook wel aardig dat de politiek binnen de familie blijft. Ruim zeventig van de kandidaten voor de komende verkiezingen gaan terug op vader, grootvader, oom of echtgenoot.

Geen haan die er naar kraait, afgezien van Jorgos Karatzaferis, de leider van de rechts-populistische partij Orthodoxe Volksconcentratie (LAOS), die van de „familieheerschappij” een verkiezingsthema heeft gemaakt. In de hoofdstad hangen grote affiches tegen de tzakia, de familiehaarden. Over Karamanlis en Papandreou verkondigt hij: „geen van beiden heeft gewerkt, ze werden geboren voor de politiek.” Hij laat zich erop voorstaan dat zijn vader een eenvoudig timmerman was en dat hijzelf langs de huizen ging om melk te verkopen.

Maar het ziet er niet naar uit dat hij daarmee veel extra stemmen zal halen. Hij moet het vooral hebben van stemmingmakerij tegen de vreemdelingen en de daarmee volgens LAOS samenhangende onveiligheid. Van de hopeloos teruggevallen regeringspartij Nieuwe Democratie (ND) zullen er waarschijnlijk meer stemmen afvallen naar LAOS en naar onthouding dan naar Papandreou’s socialistische PASOK, die ruimschoots op winst staat. Karamanlis’ strohalm is de laatste tijd: „een stem voor LAOS is een stem voor de PASOK.”

Tot twee weken voor de verkiezingen mochten opiniepeilingen worden gepubliceerd. In die peilingen had PASOK een voorsprong van zes procentpunt op ND. Sindsdien gaan de speculaties vooral over de vraag of die voorsprong kleiner wordt of nog groter. En daarmee samenhangend: krijgt de PASOK een absolute meerderheid van meer dan 150 zetels? Rekenkundig wordt dat plausibel als de kleine ecologische partij, die bij de Europese verkiezingen aardig scoorde, onder de kiesdrempel van drie procent blijft. De andere partijen hebben, om dit te verhinderen, ook veel aandacht besteed aan het milieu en de PASOK heeft bijvoorbeeld afgezien van de gebruikelijke gigantische affiches. De partij is afwezig in het stadsbeeld, misschien ook omdat ze zo zeker is van haar zaak. Over de hele linie was de verkiezingsstrijd rustiger dan bij vorige gelegenheden.

Papandreou kondigt ook een „groene economie” aan, gepaard aan toenemende bedrijvigheid en versterking van de koopkracht. Karamanlis legt de nadruk op de noodzaak van „onaangename maatregelen”, bevriezing voor twee jaar van (ambtenaren)salarissen en pensioenen en verdere bezuinigingen. „De PASOK doet net of er geen economische wereldcrisis is,” zegt hij. Zijn vaste vraag aan Papandreou is: „waar haal je het geld vandaan voor plannen die zeker tien miljard euro kosten, terwijl het land worstelt met de grootste staatsschuld van Europa die teruggaat op twintig jaar PASOK-bewind?” Dat laatste is overigens niet helemaal waar. Sinds 1990 was ND ruim acht jaar aan de macht, en ook in die jaren nam de staatsschuld toe.

Papandreou van zijn kant stelt dat zijn programma niet tien, maar hooguit drie miljard euro kost, te verkrijgen uit een progressievere belastingpolitiek en een strenge bestrijding van de enorme belastingontduiking. Inderdaad was die in de PASOK-periode groter. Hij schildert de afgelopen vijfenhalf jaar van de ND af als een periode van totale neergang, en vooral dit pleidooi krijgt weerklank. Griekenlands positie op de concurrentieschaal daalde van de 34ste naar de 72ste plaats, onder landen als Botswana en Kazachstan.

Boven de Griekse verkiezingsstrijd hangt de schaduw van Europees begrotingscommissaris Almunia, die onlangs in een verklaring de partijleiders - maar ongetwijfeld vooral Papandreou - waarschuwde realistisch te blijven. Het begrotingstekort, dat binnen twee jaar tot drie procent moet worden teruggebracht, bedraagt minstens zes en waarschijnlijk acht procent. Papandreou gaat er niettemin vanuit dat hij opnieuw met Brussel kan gaan onderhandelen.