En dan moet de president zélf nog landen

Vandaag beslist het IOC welke stad de Olympische Spelen van 2016 organiseert.

Chicago is favoriet. Alleen al door de lobby van Barack en Michelle Obama.

Inwoners van Kopenhagen kijken na twee dagen nauwelijks meer vreemd op als een stoet van zeker 25 auto’s met loeiende sirenes door de stad trekt. Zo gaat dat als de Amerikaanse presidentsvrouw Michelle Obama, de Braziliaanse president Lula da Silva of de Spaanse koning Juan Carlos is gearriveerd.

Dit soort beelden zijn bekend van staatsbezoeken of een G20-conferentie. Maar ze zijn niet gebruikelijk voor de jaarlijkse plenaire vergadering (Sessie) van het Internationaal Olympisch Comité (IOC).

Maar er is sprake van een kentering. De verkiezing van een stad voor de Olympische Spelen is tegenwoordig een zaak van nationaal belang, blijkt uit de aanwezigheid van vier regeringsleiders en één koning in Kopenhagen. Zij zijn met één doel gekomen: ‘hun’ stad promoten.

De komst van de Amerikaanse First Lady, woensdag, was nog maar een voorbode van de vele geblindeerde auto’s en bewakers met getrokken pistolen die gisteren de ene na de andere hoogwaardigheidsbekleder bij het IOC afleverden. Maar de meest spectaculaire ontvangst zal vandaag de Amerikaanse president Barack Obama krijgen.

Vandaag beslissen de IOC-leden of Rio de Janeiro, Chicago, Madrid of Tokio de Zomerspelen van 2016 mag organiseren. Niet eerder ging die stemming gepaard met zo veel politieke druk. Er was altijd de gebruikelijke politieke steun voor de kandidaatssteden, maar niet eerder bemoeiden zóveel regeringsleiders zich zó nadrukkelijk met de verkiezing van een olympische stad.

De toon werd vier jaar geleden gezet door Tony Blair, de toenmalige premier van Groot-Brittannië. Hij kwam in 2005 speciaal naar de Sessie in Singapore om Londen als olympische stad voor de Spelen van 2012 aan te bevelen. Het verhaal gaat dat Blair de zwevende kiezers onder de IOC-leden met een gloedvolle speech over de streep heeft getrokken en zo het favoriete Parijs aftroefde.

Blairs optreden inspireerde twee jaar geleden de toenmalige Russische president Vladimir Poetin tot een bezoek aan de IOC-Sessie in Guatemala-Stad, waar Sotsji tot de kandidaatssteden voor de Winterspelen van 2014 behoorde. Poetin vond het tijd worden dat Rusland 34 jaar na ‘Moskou’ weer eens Olympische Spelen toegewezen zou krijgen. Voor de eer van de natie, maar ook uit economische overwegingen. Poetin kreeg zijn zin na een toespraak in vloeiend Engels, een taal die hij bij officiële persconferenties nooit wil spreken. Maar ach, voor het goede doel maakte hij graag een uitzondering.

De optredens van Blair en Poetin waren echter kinderspel vergeleken bij het lobbygeweld dat nu in Kopenhagen wordt aangewend door de vier kandidaatssteden. En dat leidt ook tot gewijzigde werkverhoudingen van de betrokken regeringsleiders.

Een week geleden bij de G20-top in Pittsburgh zochten de Amerikaanse president Barack Obama, de Japanse premier Yukio Hatoyama, de Braziliaanse president Lula da Silva en de Spaanse premier José Luis Rodríguez Zapatero nog overeenstemming over grote financiële en economische vraagstukken. Vandaag staan zij – figuurlijk, maar toch – met geslepen messen tegenover elkaar.

En ze zijn niet alleen, want hun gevolg is minstens zo imposant. Zapatero wordt bijvoorbeeld vergezeld door de Spaanse koning Juan Carlos en een aantal sporthelden, onder wie oud-tennisster Arantxa Sánchez Vicario. Tokio zet olympische kampioenen in als de zwemmer Daich Suzuki, kogelslingeraar Koji Murofushi en de marathonloopster Naoko Takahashi. In het spoor van Lula is de levende Braziliaanse voetballegende Pelé naar Kopenhagen gekomen.

Maar de delegatie van Chicago slaat alles, want naast grote sportnamen als oud-atleet Michael Johnson en voormalig turnkampioene Nadia Comaneci is ook televisiester Oprah Winfrey ingezet. En niet zonder resultaat, want Michelle Obama en Oprah Winfrey beheersten de afgelopen dagen in Denemarken de kranten en het televisienieuws.

Vandaag landt president Obama zelf in de Deense hoofdstad. Er zijn politieke kenners in zijn eigen land die menen dat hij hoog spel speelt: „Als hij niet terugkomt met goud, krijgt hij dezelfde vragen als het Amerikaanse basketbalteam wanneer dat geen goud wint”, aldus voormalig Witte Huismedewerker Chris Lehane in Politico. Maar, zo stelde Michelle Obama in dezelfde krant: „Damned if you do, damned if you don’t.”

Els van Breda Vriesman, die als voormalig IOC-lid het proces in Kopenhagen met enige deskundigheid van afstand kan beoordelen, verbaast zich al lang niet meer over de enorme inspanningen van steden om gekozen te worden. De scherpe competitie dwingt steden met steeds betere kandidaatsstellingen te komen. En daarmee worden de Olympische Spelen volgens haar steeds weer naar een hoger niveau getild. „De Spelen zijn in de loop der jaren steeds prestigieuzer en lucratiever geworden, dat maakt het aantrekkelijk.”

Maar helpt het? Zijn IOC-leden ontvankelijk voor zoveel aandacht van groten der aarde? Een deel wel, denkt Van Breda Vriesman. „Ik schat zo’n 10 tot 15 procent. Op mij hebben presidenten en premiers nooit indruk gemaakt. Ik had meestal mijn keus al voor de Sessie bepaald. Of ik had twee gelijkwaardige kandidaten en liet mijn keus dan afhangen van de laatste presentatie. Door de speeches van politici heb ik me nooit laten leiden. Maar ik kan me goed voorstellen dat een aantal IOC-leden daar wel gevoelig voor is.”

Als Van Breda Vriesman nu een keus had moeten maken, zou ze hebben getwijfeld tussen Rio de Janeiro en Chicago, maar zou de Noord-Amerikaanse stad waarschijnlijk haar voorkeur hebben gekregen. Het voormalig IOC-lid vindt dat Zuid-Amerika een keer de Spelen moet krijgen, maar zij heeft vraagtekens over het organisatieniveau van de Brazilianen. „De Pan-Amerikaanse Spelen van 2007 in Rio de Janeiro waren een enorme puinhoop. En ja, de komst van Obama kan doorslaggevend voor Chicago zijn. De Verenigde Staten lagen niet zo goed bij IOC-leden, maar sinds de verkiezing van Obama tot president is die houding veranderd.”