Een digitale guerrilla in de woestijn

Internet heeft activisten in de Arabische wereld veel meer mogelijkheden gegeven.

Maar Arabische regimes slaan terug, en verandering blijft nog wel even uit.

De Syrische blogger Karim Arbaji werd tien dagen geleden tot drie jaar gevangenis veroordeeld wegens het verspreiden van „valse informatie die het nationaal gevoel kan verzwakken”. Hij modereerde een populair online jeugdforum over sociale en politieke kwesties, akhawia.net (broederschap).

„Je weet, als je speelt met het regime moet je ervoor betalen”, zegt de eveneens Syrische cyberactivist A.H. Dat hij alleen met zijn initialen in de krant wil, tekent de benarde situatie van de media in zijn land. „Ik had precies zoiets als hij met het blad van mijn universiteit maar ik had geluk en ik zat maar twee weken vast.”

A.H. trad een paar weken geleden op tijdens een manifestatie die IKV Pax Christi ter gelegenheid van de Nacht van de Vrede van de VN had georganiseerd. Samen met zijn Jordaanse collega Ghassan Younis gaf hij een workshop digital peace guerrilla. Zijn taak was uit te leggen hoe je in Syrië om de overheidsblokkades van de sociale netwerksite Facebook, oppositieblogs en YouTube heen komt. Dat doet hij namelijk in Syrië ook.

Younis heeft een stuk minder problemen. „Alleen de monarchie is echt taboe. In principe hebben we een grotere marge van vrijheid. In Jordanië zitten geen bloggers gevangen.”

Internet heeft activisten in het algemeen veel meer armslag gegeven. Met behulp van sociale netwerksites als Facebook, en Twitter kunnen ze documenten verspreiden, misstanden aan de kaak stellen en protesten organiseren. Maar is het een instrument van verandering? Op hun beurt hebben veel van de autoritaire regimes in de Arabische wereld hun tegenmaatregelen genomen. Naast de blokkades is in Syrië identificatie verplicht in internetcafés, „en als er dan iets problematisch op internet komt, weten ze je te vinden”, zegt A.H.

Allebei concentreren A.H. en Ghassan Younis zich op de Palestijnse zaak en op de rechten van niet-gelovigen. Younis: „Atheïsme ligt gevoelig, alles is hier verbonden met religie, maar tot dusverre heeft niemand me lastig gevallen. Misschien is het bij wet illegaal wat ik doe, veel is illegaal, maar je kan het doen zolang het systeem niet in de aanval gaat.”

Als het om echte politieke verandering gaat koesteren de activisten geen hoge verwachtingen. A.H.: „Internet in Syrië staat nog in de kinderschoenen. Niet meer dan 17 procent van de bevolking beschikt over een internetaansluiting. Veel mensen gebruiken het web gewoon voor de chatrooms en om met vrienden te communiceren. En als je tot de middenklasse hoort en een succesvolle carrière hebt, wil je dat niet in de waagschaal stellen. Later wordt internet vast een goed werktuig voor verandering, maar nu kan je er niet veel meer mee dan organiseren, contacten leggen.”

Younis wijst erop dat er al veel sociale verandering is afgedwongen door satelliettelevisie, het eerste medium dat de grenzen van de regimes negeerde, en door internet. „Veel zaken die achter gesloten deuren bleven, kwamen naar buiten, zoals homoseksualiteit en atheïsme. Mensen accepteren nu nieuwe ideeën.” Maar politieke verandering ligt veel gecompliceerder. „Dat heeft zoveel kanten. We hebben meer tijd nodig. Geen dertig jaar. Door internet zal het sneller gaan. Echte verandering heeft misschien vijf tot tien jaar nodig.”

Lees het webblog van Ghassan Younis op: gyonis.com