Duitsland gidsland

Je kunt het ook zo zien: de aanhoudende strijd tussen ‘volk’ en ‘elite’ die Nederland de laatste jaren in zijn greep houdt, heeft weinig met idealen en visie, maar vooral met nijd te maken. De begrippen volk en elite zijn harde stokken om een hond te slaan. Mensen die namens ‘het volk’ spreken, blijken meestal niet ergs volks en mensen die ervan beschuldigd worden tot de verderfelijke elite horen, hebben vrijwel altijd een achtergrond die nogal gewoontjes is. Waartegen gestreden wordt is geen elite van baronnen en dubbele namen, het is een elite van gewone jongens en meisjes die zich een plaatsje in het centrum van het openbaar bestuur hebben verworven en nooit meer achterom hebben gekeken. De bestuurlijke elite, die voornamelijk bestaat uit mannen die nauwelijks boeken lezen en alleen naar het theater gaan om elkaar te ontmoeten, zegt cultuur hoog in het vaandel te hebben, net als een pluriforme samenleving – en zo ontstaat de onheilige drie-eenheid van allochtonen, bestuurders en cultuurliefhebbers, een prachtig doelwit. Aan de andere kant, het volk dat met de rotzooi achterblijft, de miskenden en gekrenkten, die gedwongen worden te luisteren naar vioolspel terwijl Rome brandt.

Van dat heldere schema blijft overigens weinig over, zodra je de opvattingen van de betrokken partijen tegen het licht houdt. Kijk naar de heersende opvattingen van links en rechts over de maatschappij: links houdt traditioneel heel veel van gewone mensen, daar is de sociaal-democratie voor uitgevonden, maar krijgt een hekel aan het volk, wanneer het zich begint uit te leven in harde sentimenten en zich verslingerd aan afzichtelijk populisme.

Aan de rechterkant heerst een even grote gespletenheid: aan de ene kant de oprechte zorg voor de hardwerkende burger die niet meer gehoord wordt, die dagelijks lijdt onder het democratisch tekort en de zwalkende instituties – en aan de andere kant het spook van Theodore Dalrymple, een volkomen ontspoorde massa, die het aan respect voor gezag ontbreekt, geen enkele sociale verantwoordelijkheid meer neemt en eigen falen altijd aan anderen wijt. Dat is volgens rechts weliswaar de schuld van de linkse elite, die geen verantwoordelijkheid heeft genomen en niet handhaaft – maar het beeld is aan beide kanten, links en rechts, hetzelfde: het volk heeft twee gezichten, een redelijk en een onredelijk gezicht.

In de huidige discussies wisselen die verschillende gezichten van het volk elkaar af, zodat in de beeldvorming de burger zich nu eens terecht in de steek gelaten voelt en dan weer hopeloos verwend is, de ene dag gedreven wordt door intense betrokkenheid bij een falend politiek systeem en de volgende dag een grenzeloos egoïsme wordt toegedacht.

Met de elite is het niet anders – nu eens een baken van beschaving in tijden van verdwazing en hatelijk populisme, dan weer een troep volgevreten graaiers en onverantwoordelijke zelfverrijkers. Iedereen gebruikt het beeld wat hem het beste uitkomt. En er is altijd wel een passend voorbeeld uit het nieuws bij te vinden: de PvdA-directeur van een woningcorporatie die zijn eigen salaris maandelijks verhoogt of de kansarme bewoner van een kansarme buurt die niet van zijn dochter kan afblijven, op zolder een hennepplantage heeft en onbekommerd scheldt op profiterende buitenlanders. Intussen loopt de zuurgraad op.

Bij de verkiezingen in Duitsland afgelopen weekend was de teneur van Nederlandse commentatoren dat het daar eigenaardig beschaafd toeging – men vocht elkaar niet de tent uit, er vlogen geen beschuldigingen en beschimpingen heen en weer, er was geen sprake van oprispingen over ‘uitschot’ (Jan Peter Balkenende). Vertwijfeld vroegen verschillende weekbladen zich af waar de Duitse Wilders was. Hoe kon het dat de kwestie die Nederland nu al bijna tien jaar obsedeert en verscheurt – het integratiedebat – in de Duitse verkiezingen geen rol speelde? Dat moest wel een akelige vorm van ontkenning zijn. Ik was tijdens de verkiezingen in Berlijn met een groep studenten. En de Nederlanders die we daar spraken, herhaalden consequent hetzelfde refrein: wat het integratiedebat betreft, lopen wij tien jaar voor op de Duitsers, zij moeten nog ontwaken uit de multiculturele droom, enzovoort.

Hollandse hoogmoed: Nederland loopt tien jaar voor op Duitsland. In de tijd dat Nederland zichzelf gidsland waande, ging men ervan uit dat de rest van de wereld op ons wilde lijken, nu men zich van alle kanten bedreigd voelt in zijn eigenheid en de aanwezigheid van de islam tot een nationale obsessie heeft gemaakt, gaat men er opnieuw klakkeloos vanuit dat de rest van de wereld wel zal volgen. Wie zich niet uitleeft in hysterie en woede, heeft het gewoon nog niet begrepen, zo simpel is het. Anders gezegd: proberen de Duitsers het goed te doen, zitten ze toch weer helemaal fout.

Maar Duitsland is een groot land, veel groter en belangrijker dan Nederland – en grote landen voelen zich iets meer thuis in een geglobaliseerde wereld dan kleine landen. Het is geen toeval dat het integratiedebat heftiger is naarmate de landen kleiner of onbeduidender zijn – Nederland, België, Denemarken, Zwitserland en Oostenrijk. Het beeld van een Duitse politieke elite die het debat onderdrukt door een overmaat aan politieke correctheid klopt niet, want dan zou de rechts-extremistische NPD na al die jaren wel in de Bondsdag zijn gekomen – ook nu waren er lang niet genoeg ‘proteststemmen’. De Duitsers zijn te beschaafd om het te zeggen, maar misschien beschouwen ze die Nederlandse obsessie met integratie wel als een manier van wegkijken, in plaats van benoemen.

De dag voor de verkiezingen hoorde ik Angela Merkel spreken. In de Nederlandse commentaren was ze afgeschilderd als iemand zonder charisma. In een grote hal hield ze een goede toespraak, zonder retoriek of doorzichtige trucs, waarin ze de kleine wereld van het gezin moeiteloos met de grote wereld van de wereldeconomie wist te verbinden. Het was een politieke preek voor eigen parochie, maar het betoog was helder, de toon beschaafd – je kunt dat saai noemen, maar ik heb de afgelopen tien jaar geen enkele Nederlandse politicus zo’n goede speech horen houden. Denk aan Rita Verdonk in de Passengerterminal met haar insinuaties over duistere krachten die het Sinterklaasfeest willen afschaffen en je begrijpt dat het verschil tussen Nederland en Duitsland gewoon een verschil in niveau is – en die Hollandse strijd tussen ‘volk’ en ‘elite’ niets anders dan sociale nijd over en weer, die ons steeds verder doet afdrijven van de rest van de wereld.