Duits, Nederlands chagrijn

Globaliseringsangst teistert ook de landen om ons heen. Het naargeestige ressentiment dat daaruit voortvloeit, moet bestreden én begrepen worden, zegt René Cuperus.

De uitslag van de Duitse verkiezingen heeft laten zien dat het naoorlogse politieke stelsel op zijn grondvesten schudt. De grote volkspartijen kalven af. Het midden fragmenteert. Niet alleen leed de SPD een recordnederlaag, ook de CDU van bondskanselier Angela Merkel leed verlies. De stemmen gingen naar de flankpartijen. Er was vooral ook sprake van een lage opkomst. Wat volgens Duitse onderzoekers zou duiden op grootscheepse Politikverdrossenheit: een groot ongenoegen met de (gevestigde) politiek.

Nederland geldt in de ons omringende landen al langer als grimmig laboratorium van dat ongenoegen. Is Nederland een op zichzelf staand geval van hysterische gekte of is het Europa’s voorland? De Nederlandse politiek is voor buitenlanders een speeltuin van politieke noviteiten. Links-populistische partijen, rechts-populistische partijen in alle maten, een dierenpartij, clientèlepartijen voor academici. Ons politieke systeem kent districtenstelsel noch kiesdrempel, waardoor de voorkeuren en bewegingen van het electoraat een-op-een geregistreerd en gerepresenteerd worden. Men zou die grillige bewegingen van het electoraat, en de erosie van de brede volkspartijen die daarmee gepaard gaat, kunnen zien als teken van emancipatie, ontvoogding en individualisering. Zoals in de kiosk de kranten en publiekstijdschriften weggedrukt worden door op de persoon toegesneden tijdschriften, zo ook ligt het niet voor de hand dat de volkswil zich nog laat kanaliseren in ouderwetse, collectieve bewegingen.

Maar dit rooskleurige beeld van een democratie van tevreden geemancipeerde burgers wordt keihard onderuitgehaald door de revolte van het Grote Ongenoegen. We zitten in Nederland wat dat aangaat in een rare stilte voor de storm. Een partij van een rechtse politicus die nota bene persona non grata in Engeland is, is in de peilingen al tijden vrijwel de grootste partij van Nederland. En peilingen, zelfs die Van Maurice de Hond, zijn tegenwoordig waarheidsgetrouwer dan we durven toegeven. Zie de Europese verkiezingsuitslag.

Op die blijvend hoge score van de PVV in de peilingen wordt, vreemd genoeg, weinig alarmistisch gereageerd. Hetzelfde geldt voor de uitkomst van het onderzoek van NRC Weekblad van zaterdag naar de opvattingen van de PVV-kiezer. Dat is vreemd en het laat in elk geval zien hoe sterk we met het fenomeen Wilders in onze maag zitten. Wilders, die met zijn ‘kopvoddentaks’ het dieptepunt van de Nederlandse politieke beschaving natuurlijk wel zo’n beetje bereikt heeft, staat ons favoriete zelfbeeld van Nederland in de weg: dat van een tolerant, vooruitstrevend, gastvrij en nieuwsgierig land. Velen zouden het liefst, als bij een computer, de systeemdatum van Nederland weer terugzetten naar 1999, de tijd van voor Fortuyn en zijn klonen en epigonen, toen het nog leuk en gezellig was.

Dat nu zou een totale miskenning zijn van de spanningen waar onze samenleving in heftige overgang mee wordt geconfronteerd, en waarop die ‘populistische’ bewegingen een even verklaarbare als grimmige reactie vormen. Niet alleen in Nederland. De globaliseringsangst en het immigratietrauma waarmee dit land zo opzichtig worstelt – en waar Wilders als een wilde rattenvanger van Hamelen mee aan de haal gaat – teisteren ook alle ons omringende landen.

Dat is precies wat dat verontrustende NRC Weekblad-onderzoek ons laat zien. Verontrustend omdat de opvattingen van de PVV-aanhang niet mijlenver afwijken van die van de gemiddelde Nederlander. En uit die opvattingen rijst een even naargeestig als indringend ‘eigen-volk-eerst’-ressentiment op, dat zowel bestreden als begrepen moet worden.

„Solidariteit is diefstal”, zo vat NRC Handelsblad het onderzoek samen. „Rijk en arm voelen zich gepakt. Arm kan bijna niet rondkomen, rijk wordt bestolen via de belastingen. Geld waar zij recht op menen te hebben, verdwijnt volgens hen al decennia via Den Haag in een bodemloze put. Ze noemen: asielzoekers, ontwikkelingshulp, de EU, Polen, Bulgaren en Roemenen, JSF, Betuwelijn, Uruzgan, de publieke omroep, de banken, de euro, de verkwistende managers in zorg en onderwijs’’.

Uit het onderzoek spreekt een diep wantrouwen tegenover ‘de’ politiek, een verloren samenlevinggevoel, een gefrustreerd idee van sociale unfairness en xenofobie tegenover alles wat onbekend en buitenwereld is.

Rechtsfilosofe Dorien Pessers heeft eens gezegd dat „de razendsnelle modernisering, de permanente veranderingen in de arbeidssfeer, het tomeloze consumentisme, de commercialisering van het publieke domein en de prestatie- en afrekencultuur in het algemeen, mensen opgejaagd, gespannen en ongelukkig maken. Als dat onbehagen politiek niet verstandig wordt gekanaliseerd, dan wordt er een zondebok gezocht”. Dat kan in conflict komen met de waarden die horen bij een open economie en een democratische en tolerante maatschappij.

De gevestigde politiek, dit kabinet voorop, heeft de dure plicht zich rekenschap te geven van de riskante opstand van het grote ongenoegen. Zeker nu het populistische verhaal van ‘maatschappelijke neergang’ nog bewaarheid dreigt te worden ook, door grootscheepse bezuiniging en sanering. Het wordt een regelrechte ramp als de ‘35 miljard-operatie’ van de ambtelijke werkgroepen alleen maar in het teken komt te staan van afbraak, kaalslag en publieke armoede. Het moet er de politiek van de gematigden alles aan gelegen zijn om het herontwerp van Nederland te verbinden met een hernieuwd vooruitgangsgeloof. Met minder geld onze samenleving beter laten functioneren: met die kunstgreep moet nieuw politiek vertrouwen worden gewonnen. Het bestrijden van hedendaags populisme kan niet aan ambtenaren worden uitbesteed, maar is de kernopdracht van politici in turbulente tijden.

René Cuperus is medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, denktank van de PvdA, en auteur van ‘De wereldburger bestaat niet. Waarom de opstand der elites de samenleving ondermijnt’