Digitalisme

Misschien is Steve Jordan een nieuwe pionier. Hij schrijft sciencefictionromans. Die worden niet meer gedrukt. Is het werk voltooid dan zet hij het meteen online, en zijn publiek leest het, op een laptop, een smartphone, misschien zelfs een gewone desktop of een Kindle (waarvan ik nog niet weet wat dat is maar dat leer ik nog wel). Ik lees dit allemaal niet in gewone literatuurrubrieken of een literair tijdschrift maar op de pagina Personal Tech van de International Herald Tribune, die iedere week met de beschrijving van de nieuwste digitale wonderen komt. Het houdt niet op. Jordan publiceert zijn werk op zes verschillende formats. We doen alles wat vroeger aan zetters en drukkers was voorbehouden, zegt hij. En dan kunnen de klanten bijvoorbeeld het lettertype veranderen, de kleur van de achtergrond en nog het een en ander. Je zou verbaasd zijn als je zag hoe ver de smaken uiteenlopen. In dit artikel wordt ten slotte een van de oprichters van Wattpad.com aan het woord gelaten. Wattpad is een gemeenschap die zich tot doel stelt het publiceren en verder toegankelijk maken van e-books te vergemakkelijken. Deze pionier, Allen Lau, zegt: „Sommige mensen schrijven hele romans op hun mobieltje. Van wel 300 pagina’s. Hoe ze het doen begrijp ik niet, maar het lukt.”

Ik citeer dit als het zoveelste bewijs dat er een nieuwe beschaving in wording is. Hoe schreef je vroeger een roman? Je kreeg een idee, zette dat met een pen op papier en liet er je hersens op los. In de duisternis van je hoofd werd het op een onnaspeurlijke manier heen en weer gegooid, omgedraaid, van vorm veranderd en dan merkte je op den duur vanzelf of het voldoende beloofde om verder te worden uitgewerkt. Dat was het voorspel, het denk-denken. Als dat gelukt was, kwam het volgende stadium: het schrijf-denken, het georganiseerd de woorden op een rij zetten en tot een boeiend geheel formeren. Dat ging niet altijd van een leien dakje.

De beste zichtbare voorbeelden van het schrijfdenkproces vind ik nog altijd de handgeschreven manuscripten van Gustave Flaubert. Een voorbeeldig leesbaar handschrift, in strakke kolommen met een brede marge over het papier verdeeld. Dan las hij het over. Dit leek bij nader inzien naar niets, dat kon beter. Hij begon te corrigeren, even duidelijk en zorgvuldig. Een pagina uit zo’n manuscript zou je kunnen inlijsten en als grafiek aan de muur hangen. Het zijn de zichtbare sporen van het scheppend werk.

De schrijfmachine vergde een andere techniek van corrigeren maar toch kon je met dit mechaniek nog je persoonlijke sporen op het papier achterlaten. Toen kwam de elektronische schrijfmachine, een kortstondig tussenstadium. Daarna hebben we het digitalisme begroet.

Tot de kinderen die toen leerden lezen en schrijven hoort de eerste nu aantredende generatie dichters en romanciers. Ze corrigeren zonder een spoor na te laten. Ze weten niet beter.

Wat u hier leest, is op een overjarige Windows XP getikt. Ik weet niet of het mijn proza afbreuk heeft gedaan. Maar soms denk ik aan W.F. Hermans. Stel je voor, schreef hij in het precomputertijdperk, dat miljarden bacteriën in één nacht al het papier ter wereld opaten. De mensheid zou zonder geheugen wakker worden. Stel je voor dat door een geheimzinnige straal alles wat digitaal is wordt vernietigd. Het zou chaos veroorzaken. Bewaar uw oude schrijfmachine.