Die Perzische kleedjes hebben een oorsprong

Meer dan één miljoen Nederlanders hebben een islamitische achtergrond.

Maar we lopen achter bij de internationale trend om islamitische kunst te tonen.

Per décret présidentiel beval Jacques Chirac in augustus 2003 de oprichting van een zelfstandig departement islamitische kunst in het Louvre. Argument? „Om gevolg te geven aan de universele roeping van deze prestigieuze instelling door het Franse volk en de wereld te herinneren aan de belangrijke bijdrage van de islamitische beschavingen aan onze cultuur”.

Direct na dit presidentiële decreet gaf een Arabische prins 17 miljoen euro. De Cour Visconti kon daarmee worden verbouwd om de islamitische kunst van het Musée des Arts Décoratifs en die van het Louvre op luisterrijke wijze samen te voegen en tonen.

In andere culturele hoofdsteden gebeurt iets soortgelijks. Het Victoria & Albert Museum in London opende na een royale gift van een islamitische familie uit Saoedi-Arabië in 2006 haar vernieuwde afdeling islamitische kunst. In Kopenhagen kwam recent De David Collection met een betere presentatie van haar collectie islamitische kunst en in Berlijn, Lissabon en Athene zijn al geruime tijd prachtige verzamelingen te bewonderen. En dan Amerika: op dit moment wordt de islamitische afdeling van het Metropolitan Museum in New York opgevijzeld voor een goede 50 miljoen dollar. Toronto heeft The Aga Kahn Trust for Culture voor zich gewonnen en bouwt daar nu een nieuw museum, ontworpen door Fumihiko Maki. Het zal in 2013 de deuren openen.

Nederland loopt opvallend achter. Behalve incidentele tentoonstellingen blijft het Nederlandse publiek verstoken van een permanente, museaal getoonde verzameling islamitische kunst. Wat er is, staat vaak onder een andere rubriek in de depots.

Terwijl de Tweede Kamer zich druk maakte over de vestiging van een nieuw museum voor de Nationale Geschiedenis, heeft de politiek een zeer voor de handliggende kans laten liggen. Bovendien: het Nationaal Historisch Museum bestaat feitelijk al. Want zoals de Kamerleden horen te weten: het Rijksmuseum, zo staat in haar statuten, is „het nationale museum van de geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden”.

Toevallig wordt dit museum momenteel grondig verbouwd, dus wat ligt er meer voor de hand dit onderdeel grondig aan te pakken? Want met meer dan 1 miljoen Nederlanders met een islamitische achtergrond is het bijna genant dat er geen afdeling islamitische kunst in het Rijksmuseum bestaat, ons nationale en internationale uithangbord. Dat is de plaats voor het grote gebaar. Met de oprichting van een afdeling islamistische kunst en de tewerkstelling van een conservator kan deze pijnlijke lacune op termijn worden gedicht.

Dat het mes aan meer kanten snijdt behoeft geen betoog. Nederlanders met een christelijke of seculiere achtergrond kunnen zien dat de islam de meest prachtige dingen heeft voortgebracht; Nederlanders met een islamitische achtergrond kunnen trots zijn op de voortbrengselen uit de islamitische wereld. Belangrijke exponenten daarvan zijn dan te zien in het belangrijkste museum van Nederland.

Het is de context waarin kunst tot gelding komt. De plaatsing van islamitische kunst in de context van de andere kunst van het Rijks is a priori al een verrijking.

Interessant genoeg is islamitische kunst al heel lang onderdeel van onze nationale kunst- en cultuurgeschiedenis. Zo dreef de VOC intensief handel met de Turken, de Perzen en de Moguls, en was Indië de parel in onze koloniale kroon, nu het grootste islamitische land ter wereld.

Niet voor niets liggen in traditionele Nederlandse cafés ‘Perzische’ kleedjes op tafel. En op hoeveel regentenportretten liggen er geen schitterende Perzische kleden op de tafel ? Waar zijn die kostbare tapijten gebleven?

De Collectie Nederland bezit voldoende materiaal om tot een presentabele en representatieve museale collectie te komen. Aangevuld met bruiklenen en een aantrekkelijk tentoonstellingsbeleid zou een afdeling islamitische kunst in het Rijksmuseum op korte termijn een groot succes kunnen worden. Geef een vooraanstaande Iraanse vrouwelijke architect opdracht om op het Museumplein een mooi paviljoen te ontwerpen, dan kan dat tegelijk met de herinrichting van het plein worden meegenomen in de wijziging van het bestemmingsplan. Open daarbij een toprestaurant met de 19de eeuwse Turkse en Perzische keuken. Iedereen blij!

Tot slot: Ik geloof niet dat er meer dan een miljoen Nederlanders zijn met een Oost-Aziatische achtergrond, maar die afdeling is er wel en krijgt, als ik goed geïnformeerd ben, een eigen paviljoen.

Bert-Jan van Egteren is kunstverzamelaar, was een van de oprichters van De Kunstfabriek en werkt momenteel als Fine Art Consultant.