DE VERDWENEN SCHAT

Na school zijn Tobias en Henriette met Rintje meegegaan. Ze gaan bij hem in de tuin spelen. Eerst doen ze tikkertje. Rintje kan het hardst rennen. Tobias is het minst snel en hij is dus het vaakst aan de beurt.

Als ze moe zijn en in het gras liggen uit te hijgen, komt mama de tuin in lopen. “Zijn jullie nu al uitgespeeld?” vraagt ze.

“Nee hoor, we liggen even uit te puffen van het hollen,” zegt Rintje. “Maar we gaan zo verstoppertje spelen.”

“Dan hoef je tenminste niet zo te hollen!’ zegt Henriette.

“Ik ben hem wel het eerst,’ zegt Tobias en hij doet zijn ogen dicht.

“Je moet tot twintig tellen!’ zegt Henriette.

Dat doet Tobias, en daarna gaat hij op zoek. Het duurt een hele tijd voor hij zijn vriendjes gevonden heeft.

Als iedereen een paar keer aan de beurt is geweest, vindt Rintje het niet zo leuk meer.

‘Ik weet een ander spel,” zegt hij. “Schat zoeken!”

“Schat zoeken?’ vraagt Tobias. “Zijn we opeens zeerovers of zo?”

“Ik heb een paar dagen geleden een lekkere kluif in de grond verstopt,’ zegt Rintje. ‘Wie hem het eerst heeft mag hem hebben!”

“Maar jij weet waar de kluif ligt, dus jij mag niet meedoen!’ zegt Henriette.

“Ik tel tot drie en dan mogen jullie gaan zoeken,’ zegt Rintje. ‘Eén, twee, drie!’

Tobias en Henriette lopen snuffelend door de tuin, op zoek naar de kluif.

‘Ik roep wel warm of koud, als jullie dichtbij of ver van de schat zijn!” zegt Rintje.

Eerst zijn Tobias en Henriette steeds koud, maar na een tijdje komen ze dichterbij, want Rintje roept: “Warm!’ En als ze doorlopen roept hij: “Warmer, warmer, en nu zijn jullie zelfs heet!”

“We moeten hier gaan graven,” zegt Tobias. Met zijn voorpoten graaft hij een kuil. Henriette kijkt toe. “Mijn vacht wordt veel te vies van dat graven,” zegt ze.

‘Als ik hem vind mag je ook een stuk!’ zegt Tobias. Hij graaft zo diep dat hij bijna helemaal onder de grond verdwijnt. Alleen het puntje van zijn staart is nog te zien.

“Ik heb nog steeds niets gevonden,” roept Tobias vanuit zijn diepe kuil. “En ik ruik ook geen lekkere kluif!’

Rintje kijkt heel bezorgd. “Ik weet zeker dat ik hem hier heb begraven,” zegt hij. “Ik snap er helemaal niets van. Misschien moet je nog iets dieper graven.”

Maar hoe diep Tobias ook graaft, hij vindt geen kluif.

“Wat is hier aan de hand,” vraagt mama als ze de diepe kuil ziet.

“Ik had hier een kluif begraven, maar nu is hij weg!’ zegt Rintje.

“Dat kan gebeuren,’ zegt mama. “Ik denk dat een vreemde hond hem geroken heeft en opgegraven. Kom maar eens mee naar de keuken, ik heb een verrassing!”

Als Rintje, Tobias en Henriette even later in de keuken zijn pakt mama drie pakketjes.

“Ik was vanochtend bij de slager,’ zegt mama. “Pak maar uit!”

In ieder pakje zit een heerlijke kluif.

“Drie schatten in plaats van een!’ zegt Rintje blij.