De mistige sprong voorwaarts

Hoe westers of Chinees oogt de toekomst van de jubilerende Volksrepubliek? Wordt China de tweede, of eerste, wereldmacht?

Martin Jacques voorspelt in When China Rules The Wo r l d (Allen Lane, €40,-) dat China zich zal transformeren tot een staatskapitalistische bureaucratie, aldus Oscar Garschagen. n Zie pagina 3

Martin Jacques: When China Rules The World. The Rise of the Middle Kingdom and the End of the Western World. Allen Lane, 549 blz. € 40,–

Annette Nijs: China met andere ogen. Thoenis, 272 blz. € 24,95

Jay Taylor: The Generalissimo. Chiang Kai-shek and the struggle for modern China. Harvard University Press, 722 blz. € 34,–

Soldaten in marinewit en legergroen marcheerden gisteren over het Tienanmenplein langs het nieuwe schilderij van Mao Zedong. De Global Times, de Engelstalige staatskrant, vond de nieuwe uniformen zelfs sexy. Toen tanks en nieuwe langeafstandsraketten langs de Verboden Stad ronkten, gevolgd door ballerina’s, waren zelfs de duiven uit het luchtruim van Peking verbannen.

De wereld werd bij de 60ste verjaardag van de Volksrepubliek getrakteerd op veel militair vertoon en technisch kunnen. China feliciteerde zichzelf met wat terecht de snelste economische ontwikkeling in de geschiedenis genoemd wordt, sneller dan de industrialisatie van de VS en Europa en de ontwikkeling van Japan en Korea. Chinezen zelf zijn daar nog het meest verbaasd over, getuige de golf aan boeken en films waarin trots én verrast over de ontwikkelingen van de laatste 30 jaar wordt gesproken. De derde economie van de wereld verdringt straks Japan van de tweede plaats en zal tegen 2027 de VS evenaren.

Boeken over China zijn doorgaans (kunst)historische werken van bankiers, economen en ondernemers die een economisch ‘wow’ slaken. Daarnaast zijn er de ambitieuze, geopolitieke boeken over de nieuwe wereldorde met Peking als wereldhoofdstad, deterministische beschouwingen die als het ware aansporen onmiddellijk een cursus Mandarijn te volgen.

In de eerste categorie valt China met andere ogen. Daarin bepleit de Nederlandse econoom Annette Nijs verder te kijken dan de krantenkoppen over onderdrukt Tibet, gearresteerde advocaten en persbreidel. De voormalige VVD-staatssecretaris, directeur aan de CEIBS (China Europe International Business School) in Shanghai, ziet een dynamisch China ontstaan waarvan Nederlandse politici en ondernemers kunnen leren. In haar informatieve gids voor ondernemers, met bijdragen van de journalisten Bernard Hammelburg en Jan- Fred van Wijnen, betoogt de bedrijfsadviseur tussen neus en lippen door dat er zelfs lessen te trekken zijn uit de wijze waarop in China burgers bij het bestuur worden betrokken. Dat is een krasse bewering over een land dat zij duidelijk bewondert, maar dat niet bekend staat wegens liberale principes. Nijs’ boek kan gelden als onbedoeld voorbeeld van het westerse ‘wensdenken’ waar de Britse hoogleraar en columnist Martin Jacques het over heeft. Jacques’ fascinerende When China Rules The World valt duidelijk in de tweede categorie en is betrekkelijk nieuw in zijn soort. In het Chinadebat, dat hoofdzakelijk door Amerikaanse, Britse en Hongkongse wetenschappers en journalisten wordt gevoerd, zet Jacques zich af tegen degenen die betogen dat een modern China onontkoombaar westers georiënteerd zal zijn. De Amerikaanse politieke wetenschapper John Ikenberry schreef eerder dit jaar in Foreign Affairs dat een op democratie en kapitalisme gebaseerde westerse orde nooit door de supermacht China opzijgeschoven zal worden. Ikenberry denkt dat China zich net als Japan zal aansluiten bij de westerse, door de VS gedomineerde orde. Mits de VS verstandig opereert, kan het Westen China gemakkelijk absorberen.

Dat Jacques het daar totaal niet mee eens is, blijkt al uit de ondertitel, waarin het ‘einde van de westerse wereld’ wordt voorspeld. Het idee dat China westers moet worden om op lange termijn succesvol te blijven, strookt volgens Martin Jacques niet met de Chinese geschiedenis en al evenmin met een cultuur waarin aanvaard wordt dat de Staat, of het nu om keizers of communisten gaat, een allesbepalende rol speelt in het dagelijks leven.

Jacques voegt daar nog het Han-Chinese ‘racisme’ aan toe evenals de oude nog altijd springlevende overtuiging dat China het middelpunt van de wereld is om duidelijk te maken dat China wel moderniseert, maar niet naar westers evenbeeld. Er ontstaat, zo voorspelt hij, een wereld van concurrerende moderniteiten en zo komt er een einde aan de westerse dominantie.

Democratieën komen onder zware druk te staan. Peking wordt een van de wereldhoofdsteden met invloed tot ver in Latijns-Amerika, Afrika en het Midden-Oosten. De dollar krijgt als reservemunt concurrentie van de renminbi. Er ontstaat een nieuwe financiële orde, nieuwe invloedszones en er dienen zich conflicten aan over grondstoffen, zoals al zichtbaar is in Iran.

Historisch en cultureel is China niet gevoelig voor externe druk. Wie trendy Shanghai, de yuppen in Peking en de rijkdom van Guangzhou beschouwt als voortekenen van een verwesterst China vergist zich. China is geen schattige, zachtaardige panda, zei Jacques een interview, maar toch echt een draak. Hij noemt China een bijzonder land, eerder een continentale ‘beschavingsstaat’ dan een gewone natie. De Chinese Communistische Partij is een taai verschijnsel. De CCP is niet ingestort na de ondergang van het Russische communisme en al evenmin luidden de Tienanmen-demonstraties van 1989 het einde in. De partij vernieuwt zich steeds en is in technocratisch opzicht bekwaam, redeneert Jacques, die te goedaardig over de CCP schrijft. Want in feite ontwikkelt China zich tot een staatskapitalistische bureaucratie. Maar, zo denkt Jacques, de CCP kan het zich niet veroorloven onzorgvuldig te luisteren en te reageren op de wensen van de bevolking. Hij onderschrijft de stelling dat een grote meerderheid van de bevolking de partij zal blijven steunen, als de Staat maar zorgt voor voldoende en groeiende welvaart.

Jacques heeft er wel begrip voor dat China geen grote haast maakt met de democratisering van het politieke systeem. Verschillende maatschappijen en systemen hebben nu eenmaal verschillende prioriteiten. De Europese Unie is ook geen toonbeeld van democratie en vrouwen en zwarten in de VS kregen pas in de 20ste eeuw kiesrecht, redeneert hij in een poging de westerse ‘hypocrisie’ aan de kaak te stellen. Moderniseren is een inherent autoritair proces, anders wordt het niets, zegt hij stellig. Dat zal moeten blijken. In China zelf zijn economen en ook politici daar nog niet zo zeker van. Zonder ingrijpende hervormingen geen groei, betoogde vorig jaar de linkse Brit Will Hutton. Liberale Chinese economen en zelfs sommige leden van het Politbureau zijn het daar tot op zekere hoogte mee eens.

Dat in China wel degelijk behoefte is aan democratische hervormingen, blijkt uit de protesten tegen corrupte partijfunctionarissen, tegen vervuilende fabrieken en huisuitzettingen. Op internet zijn deze woelingen goed te volgen – totdat de censuur wakker wordt en ingrijpt. De groeiende kloof tussen de kleine groep rijken (zo’n 80 miljoen) en de armen en zeer armen ( zo’n 750 miljoen) is een bron van onrust. Hiermee is niet gezegd dat China aan de vooravond van een democratiseringsgolf staat, maar wel dat China fragieler is dan Jacques doet voorkomen.

Wat gebeurt er als de economische groeit blijft steken bij minder dan 7,8 procent per jaar en de banenmachine stagneert? Het huidige tempo wordt door omvangrijke investeringen in infrastructuur hoog gehouden, maar dat is ook volgens de gezaghebbende, Chinese economen Yu Yongding en Andy Xie niet vol te houden. Er wordt wel geïnvesteerd in een kenniseconomie en in centra voor innovatie, maar de afhankelijkheid van de exportindustrie blijft groot. En er is sprake van industriële overcapaciteit. Yu Yongding van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen betoogde in de Financial Times dat er daarom geen garanties zijn voor blijvend succes.

Wil de afhankelijkheid van de export gecompenseerd worden dan moet de binnenlandse vraag worden gestimuleerd. Maar Chinezen zijn zuinig uit noodzaak. Er moet veel gespaard worden voor studerende kinderen, bejaarde ouders en de dokter. De Staat zorgt daar niet voor, want het geld gaat naar de infrastructuur of naar Amerikaans schatkistpapier.

Hoe onvoorspelbaar een historisch verhaal kan aflopen, blijkt uit de enige diepgravende historische biografie die is verschenen aan de vooravond van het Chinese jubileum. The Generalissimo van Harvard- onderzoeker Jay Taylor gaat over de grote verliezer van 1949: de Chinese president Chiang Kai-shek, leider van de Kuomintang (KMT) en opponent van Mao Zedong. Chiang Kai-shek, die in 1949 naar Taiwan vluchtte waar hij de Republiek China stichtte, was lang de gebeten hond, in China en in de VS. Hij verloor immers China aan de communisten, was corrupt, incompetent en hardvochtig. Althans dat was het historische oordeel. De oud-diplomaat Taylor nuanceert dat beeld en schetst een getormenteerde ziel die zijn land wilde verenigen en het volk wilde verheffen, maar die vastliep in intriges en in de omgang met zijn Amerikaanse bondgenoten. Uiteindelijk liet Amerika hem in de steek.

Taylor vertelt nieuwe feiten over de nauwe contacten tussen Chiang Kai-shek en Zhou Enlai, Mao’s rechterhand, en over de spanningen tussen Chiang en een reeks Amerikaanse presidenten, te beginnen bij ‘FDR’ en eindigend bij Nixon. Hoewel de biografie door het verbijsterende aantal feiten moeilijk leesbaar is, eindigt Taylor spannend. Tot op zekere hoogte rehabiliteert hij zelfs de dictator. En dat valt toevallig samen met een berekende herwaardering van Chiang Kai-shek in China zelf. In jubileumfilms als De geboorte van de republiek is hij niet langer een ‘bandiet’ of een ‘kapitalistische hond’.

Bioscoopgangers kregen zaterdagvond in Shanghai een beeld van een invoelende Kuomintangleider die uiteindelijk ook het beste met China voorhad, een patriot dus net als de grote Mao. De boodschap was duidelijk: de bloedige geschiedenis mag geen beletsel zijn om de twee Chinese republieken te verenigen. De inlijving van Taiwan is de grote, onvervulde wens van de feestvierende autoriteiten in Peking. Toenadering is in volle gang, maar wat gebeurt er als Taiwan zich blijft verzetten tegen annexatie? En hoe reageren Taiwan en de VS dan? Waar zijn al die tanks en raketten voor nodig die gisteren door Peking trokken?