'De mensheid is gek, knotsgek!'

Voor de verzamelde Europese pers presenteerde Robert Crumb maandag zijn graphic novel ‘Genesis’. Hoe subversief is hij nog? „Je hoeft niets aan de Bijbel te veranderen om hem belachelijk te maken.”

Robert Crumb tekent Genesis: Eva eet tegen het gebod van God een appel van de boom midden in de paradijstuin, laat Adam er ook één eten en dan beseffen ze naakt te zijn, en bedekken zichzelf. (Hfds 3) scheppingsverhaal adam en eva Crumb, Robert

Robert Crumb heeft zijn ziel al twee uur lang uitgeknepen voor een volle zaal in het Centre Pompidou in Parijs, als een Franse stripjournalist alsnog een kritische vraag opgooit over wat Crumb ons in zijn nieuwste graphic novel, die deze maand verschijnt, voorschotelt.

In Crumbs Genesis krijgt de strenge God een baard en vertelt de tekenaar een verhaal waarin geen woord van hemzelf is: hij volgt de Bijbel, of in elk geval Genesis en een handvol andere boeken uit oude Testament, totdat Jozef in Egypte ten grave wordt gedragen, 110 jaar oud. Vóór de Exodus.

Crumb veroorlooft zich geen visuele grappen met het Oude Testament. Hij geeft geen variaties op het verhaal waaruit zijn eigen interpretatie blijkt. Wie er zomaar een beetje in bladert, denkt: dit is het Oude Testament zoals we het al kenden.

De vraag is dus: is de aartsvader van de graphic novel, de koning van de Amerikaanse underground comic sinds de jaren zeventig, er op voorbereid dat zijn versie van Genesis braaf en vlak zou kunnen overkomen?

Daar zit de legende dan. Crumb knijpt zijn ogen samen achter zijn fijne brilmontuur, draait de punten van zijn zachtleren bruine sandalen nog wat strakker naar elkaar toe en plukt met zijn lange handen aan de pantalon die om zijn magere lange benen zwabbert.

We beginnen eraan te wennen, zo gaat het al twee uur. Dit betekent dat hij antwoord gaat geven. Soms begint hij met een opgewekt „Onzin”, vaker met een welwillend „Interessante gedachte, ik heb geen idee eigenlijk”. Crumb ziet zichzelf niet als een prater. Maar na een paar zinnen gaat het motortje altijd pruttelen, en wat hij zegt is meestal interessant. Hij gaat net zo lang door met hardop nadenken tot hij er zelf genoeg van krijgt. Dat merk je vanzelf: dan laat hij zijn zinnen eindigen op een geërgerd „bla-bla-bla”.

Maar dit keer komt het niet zo ver. Zijn Franse uitgever, Jean-Luc Fromantin, is hem voor. Kijk, Robert Crumb is fantastisch, houdt hij ons voor. Hij slikt sinds lang geen lsd meer en woont al 17 jaar in een aangenaam dorpje in de Zuid-Franse Cevennes. Robert Crumb is een tekenaar die altijd doorwerkt en die serieus werkt. Hij probeert niet te ontsnappen aan de comic, stelt Fromantin, maar streeft er juist naar de grenzen van het genre op te rekken. Hij blijft zich technisch verfijnen. Rembrandt waagde zich aan het Oude Testament, net als andere grote namen. En nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw…

Met onverwachte verve duwt Crumb opeens Fromantin tegen de schouder. Ja, hoor eens, onderbreekt hij hem. Prachtig allemaal. „Maar is het nu subversief genoeg? Dát willen die undergroundjongens weten!”

Die undergroundjongens: hoort Robert Crumb, ooit aanvoerder van de undergroundjongens, daar nog bij?

Hij is uitvinder van Mr. Natural, de cynische goeroe die God in een persoonlijke ontmoeting bijdehand aftroefde. Hij maakte van Fritz the Cat de schuinste hippie, voorzag Janis Joplin en vele anderen van platenhoezen en de wereld van een hard getekend pandemonium van relatieperikelen en seksuele fantasmen.

En nu? Deze maand brengt hij in twaalf landen tegelijk, waaronder zijn geboorteland de Verenigde Staten, zijn woonland Frankrijk en Nederland, een boek uit dat hij eenvoudig „de geïllustreerde Bijbel” had willen noemen. Zijn Amerikaanse uitgever protesteerde: ‘Jij bent niet zomaar een illustrator, jij bent Robert Crumb.’ Ja, zegt Crumb, „maar ik heb dit keer geprobeerd mijn ego ondergeschikt te maken aan het boek”.

Is Robert Crumb nog underground, nu de presentatie van dat boek een media-event is geworden? Crumb zit in zijn beste pak op het podium in het Centre Pompidou in Parijs. Achter hem blaast God (die man met die baard die Crumb getekend heeft) van een diascherm een tekstballonnetje: ‘ROBERT CRUMB. International Press Conference Paris. 28 september 2009.’ De aanwezige journalisten krijgen allen een T-shirt met deze afbeelding cadeau. Er is geen gelegenheid tot afzonderlijke interviews, want dat zou te druk zijn voor Crumb. Die houdt van tekenen, niet van praten. Zodat de sessie uitloopt op een collectief interview van de verzamelde Europese pers met de ster.

Op een gegeven moment komt dit ‘gesprek’ op de aantrekkingskracht die Crumb tegenwoordig uitoefent op musea en galeries. „Comics horen niet aan de muur”, zegt hij, „ze zijn gemaakt om gedrukt te worden in boekvorm, om te lezen.” En dan tovert hij de persconferentie speels even om in veilingzaal. Drie miljoen voor zijn werk, eigenlijk niet veel, vindt hij. Vier jaar werk. Wie biedt er meer? Vier miljoen, de BBC, Le Point misschien? Vijf miljoen?

Nee, alle gekheid terzijde. Crumb heeft een boodschap vanmorgen, een heel serieuze. Hij probeert duidelijk te maken dat zijn bijbelversie géén subversief ‘undergroundproject’ is. Hij probeert niet revolutionair te zijn, maar juist traditioneel, ambachtelijk. Hij moppert op „die wonderlijke gedachte dat je altijd maar een breakthrough moet maken als kunstenaar”. Hij is er „trots” op dat hij in tekentechnische tradities van de comic werkt, van Mad, van Harvey Kurtzman. „Al die EC Comics van de jaren vijftig lagen naast me terwijl ik aan God werkte!”

Crumb is het eens met Marx: religie is opium voor het volk. Maar het is niet zo dat hij zelf een nieuw verdovend middel nodig had. Hij heeft de Bijbel aangepakt „als een klus voor een tekenaar”. Dit is het soort werk dat hij twintig jaar geleden nooit had kunnen maken. „Toen had ik niet genoeg geduld om mij te onderwerpen aan zo’n serieus boek. Ik maakte het mezelf makkelijk, tekende een novel in een maand. Nu ben ik sober, en bezeten van het detail.”

Hij bestudeerde al lang Babylonische en Soemerische mythen en dacht toen op een dag, begin deze eeuw: het Oude Testament, daar zit een „interessante comic” in. Geen kwestie van geloof, gewoon omdat het verhaal erom vraagt. „It’s a just story, a great story!”

Hij heeft niet eens geprobeerd „creatief met de Bijbel te zijn”. Na raadpleging van filologische werken, koos hij ervoor dicht bij de tekst te blijven. „Of de bijbelverhalen echt gebeurd zijn, doet er niet toe. Wat ik wilde, is op zoek gaan naar wat er werkelijk staat. Moet je voorstellen, er zijn mensen die elkaar vermoorden uit naam van deze tekst, en ze weten niet eens wat er staat!” En dan volgt zijn lievelingszin, die hij zo vaak uitspreekt als kan: „De mensheid is gek, knotsgek!”

Goed, niet subversief dus? Nou ja. Niet toevallig heeft Crumb er in de Verenigde Staten toch maar een sticker op laten plakken: dient te worden gelezen onder begeleiding van een volwassene. Er staan weliswaar geen gezwollen penissen en andere expliciete scènes in, zoals in zijn eerdere werk, „maar je moet er toch rekening mee houden dat mensen zeggen: hé, de Bijbel, leuk voor de kinderen.”

En zijn bijbelverhaal is wel degelijk rauw getekend. Er wordt gezweet, gevrijd en gevochten, gebaard en gebloed. Het Oude Testament is een wereld van geweld, van eindeloos verlangen en bedrog tussen de mensen, en van een strenge patriarchale God – met baard dus.

Zijn God heeft Crumb al voor de publicatie verwijten opgeleverd. Hij zou kiezen voor een conventionele christelijke iconografie. Maar in zijn Genesis dwingt Crumb de blik eerder naar de mensen dan naar God. Vooral zijn vrouwen zijn onmiddellijk herkenbaar, en zeker meer Crumb dan Bijbels. Vaak naakt, meestal wellustig, en altijd trotse borsten. Ze liggen in uitbundige vrijmoedigheid naast de mannen. Aan God wordt niet getwijfeld, maar in dit tableau is hij uiteindelijk maar een personage – en ook nog geschapen naar het evenbeeld van de man.

Het moet wel een bewuste keuze zijn. Crumbs streven was, zegt hij, zo dicht mogelijk bij het echte verhaal te komen. Want Crumb is ervan overtuigd dat Genesis „niet Gods woord is, maar een verhaal van mensen”.

Hij is na het lezen van een reeks studies tot de conclusie te gekomen dat de bijbeltekst tegen de zesde eeuw voor Christus zijn vaste en religieuze vorm heeft gekregen. Onder aanvoering van een kaste van geestelijken die een patriarchaal systeem in de Joodse gemeenschap in Babylon verdedigden. Hij is dus op zoek naar hun wereld, al toont hij zich „gefascineerd” door de matriarchale echo’s van eerdere tijden in het Oude Testament.

Crumb kan zich best voorstellen dat mensen aanstoot nemen aan zijn verstripping van het scheppingsverhaal. Christelijke fundamentalisten bijvoorbeeld. „Misschien willen ze me wel vermoorden.” Van het debat over de Deens islamcartoons heeft hij opgestoken dat „we in een primitieve wereld leven”. Het is moeilijk „echte gelovigen te overtuigen”, denkt hij. „Maar ze zullen toch moeten accepteren dat er mensen met hun heilige teksten gaan rommelen.”

Hij noemt het zelf ironisch: hij is niet de eerste die het scheppingsverhaal verstript, maar wel de eerste die zich zo strak aan de details houdt. En dat terwijl hij niet in God gelooft. Zijn voorgangers waren vaak gelovigen die de Bijbel wel Gods woord noemden en zich niettemin permitteerden „hele dialogen te verzinnen”. Dan zegt Eva: zou Adam deze appel lekker vinden? „Zulk slecht werk”, zucht Crumb. Het Oude Testament verdient beter. „Het is zo’n krankzinnig verhaal. Je hoeft er niets aan te veranderen om het belachelijk te maken.” Hij neemt geen loopje met God: die figureert in zijn bijbel zoals bedoeld: „Hij is echt een patriarchale figuur. Ze noemen hem Hem in het scheppingsverhaal.”

Maar het Oude Testament, versie Crumb, draait om de mensen. Zij leiden hun zware, onvolmaakte menselijke leven, zoals ze dat altijd al deden bij Crumb. De wereld is niet veranderd, zegt hij: mensen zijn vals tegen elkaar, en nog valser als ze macht krijgen. Als je God erbij haalt verandert er eigenlijk niets: „Ik had gewoon eens zin in een andere valsheid.”

En zo stortte hij zich op het verhaal. Naar elke pagina, elk detail kun je minutenlang kijken, elke scène is een fresco op zich. „Ik had eerst niet door dat ik aan iets groots was begonnen”, vertelt hij. „Maar na een pagina of veertig brak het besef door dat ik de Mount Everest aan het beklimmen was.” Hij was geobsedeerd door de details. God moest eindeloos gecorrigeerd worden. Een buurman in het dorp, opgegroeid in het Marokko van de jaren dertig en veertig, moest lachen om de tenten waarin Crumb de Joden liet slapen. „Alsof ze uit de supermarkt om de hoek kwamen.” Dan ging hij weer oefenen op de bedoeïenentent. „Ik kreeg een verschrikkelijke hekel aan de Bijbel terwijl ik ermee bezig was.”

Heeft hij er iets van geleerd? „Ja, ik kan nu beter kamelen tekenen.” Het is geen boutade. Met zijn „persoonlijke queeste heeft dit boek niets te maken”, zegt hij stellig. Hoe meer hij de Bijbel bestudeerde, des te steviger zijn gedachte dat „dit boek niet nuttig is als moreel kompas”. Broeders die elkaar doodslaan om niets, zusters die te kijk worden gezet als hoeren. „Van de moraliteit van de Bijbel krijgt je eerder afkeer.”

Ooit geloofde hij in de Bijbel. Tot zijn viertiende, vijftiende. Hij is katholiek opgevoed, zijn vader was een even strenge patriarchale figuur als God, maar dan zonder baard: hij was marinier. Nog steeds gelooft hij dat ‘iets’ onze levens bestuurt. Crumb is geen agnost. Misschien is hij wel een agnost als het aankomt op zijn persoonlijke drijfveren. Dat hij naar verlossing streeft, dat hij een zuivere, nette Bijbel heeft gemaakt om te worden vergeven voor zijn zondes in zijn undergroundfase, „betwijfelt” hij zelf.

„Verlossing is niet zo eenvoudig.” Kijk maar naar Indiase geloofsopvattingen: „Als je in dit leven te veel plezier gemaakt hebt, zoals ik, zal je in het volgende leven stront moeten ruimen. Het is een harde wereld.”

Na twee uur en een kwartier zegt hij: „Ik heb de Bijbel getekend om de religieuze kracht ervan uit te drijven. Het is exorcisme. Ik heb er een historisch boek van willen maken.”

Dan zegt hij: „Is het voorbij? Mag ik weg?”

The book of Genesis. Illustrated by Robert Crumb. Norton & Companay, €25,-De Nederlande vertaling verschijnt op maandag 26 oktober en kost € 22,50.