De helpende hand van Ronald Plasterk

Twee handreikingen wil Plasterk ons dus doen. De krant mag straks gebruikmaken van de programmagegevens van radio en televisie (die auteursrechtelijk uiteraard eeuwig het geestelijk eigendom blijven van de omroepen); en de kranten mogen wat hem betreft altijd bij de omroepen aankloppen om journalistieke hulp. De minister heeft zich duidelijk laten inspireren door de aanbevelingen van de commissie-Brinkman, die sinds juni onder andere ‘de toekomst van de nieuwsvoorziening’ had onderzocht.

Wat vindt u? Heeft u er ook al jaren naar gesnakt dat nrc.next eindelijk op vrijdag verschijnt met een rtv-gids als bijlage, zodat u al een week tevoren in uw lijfblad kunt aankruisen op welke dagen en hoe laat precies twee trutten van de omroep Max in hun praatuurtje twee medetrutten van boven de vijftig over truttige onderwerpen aan het woord laten?

Die Plasterk. Je hoort weleens dat hij geen goede bewindspersoon is, maar voor ons laat hij een hart van goud kloppen. De programmagegevens! ‘Hoe kan ik die noodlijdende kranten in ’s hemelsnaam toch een eindje vooruithelpen’, moet hij ’s nachts vaak in bed hebben liggen prakkiseren, en op een keer zag hij de huiskamer van z’n Brabantse jeugd weer voor zich: hij het veelbelovende misdienaartje, moeder aan het borduren, en vader die bij het radiotafeltje uit een periodiek opkijkt, en roept: ‘Vanavond weer pater Leopold Verhagen, kinderen!’

De KRO-gids. Zou hij in die richting iets kunnen verzinnen? Hij herinnerde zich dat De Telegraaf lang geleden actie voerde vanwege die programmagegevens, want als je die had, dan was je als krant binnen, dachten ze toen. Maar je hoorde er nooit meer over.

Zou die sluwe Sjuul Paradijs daarom een zendvergunning willen? Want dan heeft-ie z’n auteursrechten, en dan moet je haast wel een gids maken.

Voorzover hij wist, zouden de gidsredacties geen bezwaar meer maken. Als mediaminister las hij ze elke week, en hij zag ze ook elke week meer op HP/DeTijd of de Donald Duck gaan lijken, met dikwijls leuke verhalen over Darwin en filmsterren. Hij had zich al bladerend weleens afgevraagd waar ze hun programmagegevens lieten. Dat zou trouwens ook nog een suggestie kunnen zijn: dat de omroepen en de kranten onderling ruilden. De kranten elke week het spoorboekje (hun servicetaak; ze doen tenslotte ook dagelijks de beurskoersen, de bioscoopagenda en het weerbericht), dan konden de gidsen hun gegevens lozen, wat weer bespaarde op de begroting.

Zo is Plasterk in feite dag en nacht met de dagbladcrisis en de nieuwsvoorziening bezig, en bovenal met de vraag naar het broodnodige pluriforme informatieverkeer dat in naam van de democratie natuurlijk nooit in de gevarenzone terecht mag komen. Hij kijkt ’s avonds na zessen wel eens naar Een Vandaag, en dan ziet hij twee of drie keer per week iemand zitten die Wouter Kurpershoek heet, en die alleen maar (heel professioneel, daar gaat het niet om) drie of vier onderwerpjes aan elkaar praat. Wat zou zo’n man nou de rest van zijn dag uitvoeren? In deze bezuinigingstijd zou elke krant er een moord voor doen om zo iemand parttime te mogen inschakelen. Hij kan op de payroll van de actualiteitenrubriek blijven, en twee of drie keer per week even naar Hilversum om die onderwerpjes aan elkaar te praten.

Bij de omroep, dat heeft Plasterk wel ontdekt, wemelt het van journalistieke kwaliteit. Elke vereniging heeft als het ware een overvolle reservebank aan talent dat niet kan spelen bij gebrek aan zendtijd. Dan moet de overvloed toch de schaarste bijstaan? Straks komen Wakker Nederland en PowNed er ook nog weer tussen: nog minder zendtijd. Logisch toch dat de minister al een poosje aan een vierde net denkt?

Maar ons heeft de goeierd even uit de brand geholpen.

Jan Blokker vertelt over zijn AOW op nrc.tv