Britten voltooien de scheiding der machten

Elf Britse rechters zijn gisteren in vol ornaat beëdigd als leden van het splinternieuwe Hooggerechtshof, op een steenworp van hun vroegere onderkomen in het Hogerhuis. Hoewel Britse juristen onderstrepen dat het vooral om een cosmetische verandering gaat, is de verandering wel degelijk van symbolisch belang. Zo is immers de fysieke scheiding der machten voltooid, die in moderne democratieën als normaal geldt.

Tot verbazing van veel buitenlanders, in het bijzonder constitutionele experts, maakte het hoogste rechterlijke college in Groot-Brittannië tot dusverre integraal deel uit van het Hogerhuis. Vonnissen van de zogeheten Law Lords werden gepresenteerd als stemmingen over commissierapporten, ook al waren de twaalf Law Lords geen willekeurige leden van het Hogerhuis. Het waren topjuristen, die in de praktijk niet wezenlijk anders opereerden dan collega’s bij de hoogste rechterlijke instanties in andere landen.

Zes jaar geleden werd besloten een einde te maken aan deze archaïsche situatie door een nieuw Hooggerechtshof op te richten, weer met twaalf rechters en met dezelfde bevoegdheden.

Een van de twaalf rechters, Lord Neuberger, bleef achter in het Hogerhuis. Hij vreest dat het nieuwe hof zich te assertief zal opstellen tegenover het parlement en bedankte voor de overstap. De kroon zal binnenkort een ander in zijn plaats benoemen.

Ook Neubergers voormalige collega’s beseffen dat hun speelruimte in vergelijking tot bij voorbeeld het Amerikaanse Hooggerechtshof gering is. Dat kan wetten toetsen aan de grondwet, terwijl in Groot-Brittannië het parlement daarover het laatste woord heeft. Wel kunnen ze – zoals trouwens ook al de Law Lords – wetten terugsturen naar het parlement, die volgens hen in strijd zijn met de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens.