Bloed aan de Paal gekruist met John Lanting

Tomas Ross: Het meisje uit Buenos Aires. Cargo, 366 blz. € 19,95

Tomas Ross speelt altijd man en bal. Zijn boeken zijn voorzien van ingenieuze – soms wat al te ingenieuze – plots, maar ze bevatten ook altijd een sensationele kant die nauw verband houdt met de vaderlandse realiteit of geschiedenis. Zo moest Prins Bernhard het in minstens zes romans ontgelden, was Pim Fortuyn onderwerp van twee boeken en exploiteerde Ross ook het mysterieuze onderlijden van Mathilde Willink en Mata Hari.

In Het meisje uit Buenos Aires, veegt hij alles wat we van Argentinië weten op een hoop: het WK voetbal 1978, Videla, Evita, Zorreguieta en Máxima, plus een historisch feitje dat we alleen uit andere boeken van Ross kennen: een geheim bezoek aan Argentinië door Prins Bernhard tijdens WOII. Daarmee levert hij weer een intelligent alternatief voor roddelbladen. Wat je bij de kapper weglegt omdat het te zoetsappig is, lees je bij Ross op welbewust kwaaddenkende wijze.

Van oudsher – dit boek is Ross’ 40ste thriller! – haalt hij zijn gelijk door middel van factie, het vermengen van feiten met verzinsels. In Het meisje uit Buenos Aires doet hij dat nog rigoureuzer dan tot nu toe, want voor het eerst komen zijn fictieve personages in contact met hun echt bestaande tegenhangers. Natuurlijk tast Ross hiermee de zuiverheid van zijn quasi-historische methode aan. Maar het vergroot ook zijn mogelijkheden als romancier. Het stelt hem in staat om treiterige passages te schrijven waarin diverse prinsen, prinsessen en ook de koningin worden opgevoerd als ijdeltuiten, zeurpieten en domoren. Dat zijn voor de een vermakelijke en voor een ander ergerlijke passages. Maar het zijn vooral kleingeestige stukken doordat Ross zijn best doet alle hofbewoners tegelijkertijd te kakken te zetten.

In Het meisje uit Buenos Aires borduurt Ross voort op de moord- en martelpraktijken van het regime Videla, die vorige week nog het nieuws haalden bij de arrestatie van een piloot van de dodenvluchten. Carmen, een oud-klasgenote van Máxima, heeft ontdekt dat de oude Zorreguieta niet alleen van Videla’s schanddaden op de hoogte was, maar ook bij betrokken was. Zij probeert Máxima met dit feit te chanteren.

Met deze politieke aanklacht als inzet heeft Ross een stoere plot in handen. De gedachte dat een door de koningin ingesteld onderzoek Zorreguieta ten onrechte heeft vrijgepleit is immers onverdraaglijk. Het scandaleuze karakter van die aantijging smeekt bijna om een kort geding. Komt dat er niet, dan krijgt Ross – die een vooraanstaand lid is van het Republikeins Genootschap – impliciet gelijk. Komt het er wel, dan bestaat zelfs de kans dat hij het expliciet krijgt.

Helaas is de plot niet compleet met die dubbele chantagepoging. Ross laat talloze andere personages door Scheveningen, Kijkduin, Leiden en Wassenaar rennen, die – als in een stuk van John Lanting – er om de beurt achter komen dat ze elkaars broer, zus of vader zijn. Bovendien wordt er veel, te veel gerend, geschoten, geklommen op steigers en verstopt op het strand.

Of dit boek nu helpt de geschiedenis van Nederland en/of Argentinië te (her)schrijven of niet, een spannend of fraai werkje is het in geen geval. Vanuit literair oogpunt biedt de heftigheid van het schandaal onvoldoende compensatie voor de beperkte stijl en de platte karakters. Ross slaagt er na veertig jaar schrijverschap nog steeds in personages als volgt te beschrijven: ‘Hij is het veel getreiterde kind van een alleenstaande moeder die zich door een Wehrmachtsoldaat had laten bezwangeren, een jongen die al op zijn dertiende op zee zat en uiteindelijk met alleen maar mulo opklom van straatagent tot commissaris, zij uit een communistisch nest, haar vader gemeenteraadslid voor de CPN in Oost-Groningen die zelfs na Boedapest nog heilig in de USSR bleef geloven.’

Veel rancuneuze geschiedschrijving en weinig warmbloedigheid, dat leest niet lekker voor een thrillerliefhebber. En dat is zonde, want Ross had goud in handen met deze actualisering van de actie Bloed aan de Paal.