AOW-Koningin was een muurbloem

Het stuklopen van de onderhandelingen over de AOW is vooral een nederlaag voor de vakbeweging.

Die speelde vanaf het begin hoog spel.

FNV-voorzitter Jongerius na het mislukken van de onderhandelingen woensdagavond. (Foto's Roel Rozenburg)
Den Haag : 30 september 2009 SER-overleg AOW. FNV-voorzitter jongerius na het mislukken van de onderhandelingen. © foto Roel Rozenburg
Rozenburg, Roel

De kater is groot voor de belangrijkste vakbondsvrouw van Nederland. De ‘koningin van de AOW’ stond woensdagavond als een muurbloempje dat niet ten dans werd gevraagd in het SER-gebouw. De mislukking van het AOW-overleg is een nederlaag voor de FNV-voorzitter en de vakbeweging, die bij de hervormingen in het defensief dreigt te raken.

De woede en verbijstering was groot bij Jongerius toen tegen de avond bleek dat de werkgevers niet meer wilden doorpraten. De sociale partners en Kroonleden van de Sociaal-Economische Raad (SER) hadden het kabinet immers voor donderdag een alternatief voor de AOW-verhoging naar 67 jaar moeten aanreiken.

Wie beweert dat in ‘de Hollandse polder’, zoals het Nederlandse overlegmodel wordt genoemd, alle scherpe standpunten onder een donzen dekbed van consensus verdwijnen, komt bedrogen uit.

Stoom en superlatieven kwamen woensdagavond uit de mond van de FNV-voorzitter, die de werkgevers openlijk betichtte van „sabotage” en „onfatsoenlijk gedrag”. Zelfs „tuig van de richel” werd de andere sociale partner genoemd, met wie in maart nog zo eensgezind een sociaal akkoord was gesloten.

De FNV-voorzitter had hoog ingezet toen ze een half jaar geleden na het crisisoverleg met het kabinet over het optrekken van de AOW-leeftijd beslist verklaarde: „Dit gaan wij niet meemaken.” Het zou haar wel lukken om dit onzalige idee van het kabinet in de SER van tafel te krijgen. Het feit dat werkgevers na maanden onderhandelen weinig heil meer zagen in „een ritueel van kleffe akkoorden”, zoals werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes (VNO-NCW) het noemde, kwam hard aan.

Verrassend kan de opstelling van de werkgevers voor de drie vakcentrales niet zijn geweest. Al twee weken geleden gaf de belangrijkste onderhandelaar van de werkgevers, directeur Niek Jan van Kesteren van VNO-NCW, het op. „Wat mij betreft is het over. Echt kansloos dat er nog een akkoord uit komt rollen”, zei hij toen. Volgens Van Kesteren zat de FNV „geharnast” in het overleg. En dat terwijl de werkgevers, net als de vakbeweging, veel aan een akkoord in de SER was gelegen. Had Wientjes zelf niet voorgesteld de SER in te schakelen, toen het crisisoverleg over een sociaal akkoord in maart in het Catshuis dreigde vast te lopen omdat Jongerius niets voor het optrekken van de AOW-leeftijd voelde?

Het kabinetsplan om de AOW-leeftijd op te trekken, klonk werkgevers als muziek in de oren. Zij gaven vorig jaar al een schot voor de boeg met hun pensioennota Naar een modern en betaalbaar pensioen, waarin wordt gepleit voor een geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd tot 67 jaar en versobering van de pensioenen.

Toen minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) eerder dit jaar maatregelen nam om de pensioenfondsen sneller op herstelkoers te krijgen, reageerden de bonden fel. De AOW is het domein van de staat, maar de aanvullende pensioenen beschouwen de bonden als exclusief domein van de sociale partners waarover aan de cao-tafel wordt gedeald.

Hier zit dan ook de pijn voor de vakbeweging en het vormt de kern van de mislukte SER-besprekingen. „Het is cynisch dat het gat dat ter overbrugging op tafel ligt niet over de overheidsfinanciën gaat”, zei Jongerius gisteravond bitter.

Wat de AOW betreft leken beide partijen eerder deze week net een heel klein beetje bij elkaar te komen. Wientjes deed dinsdagavond in Nova een handreiking aan de vakbonden door een flexibele AOW te aanvaarden. De vakbonden deden water bij de wijn door in hun laatste voorstel de 65 niet langer heilig te verklaren (flexibel doorwerken mag). Maar de kern van het conflict met de werkgevers blijkt over de bedrijfspensioenen te gaan.

De werkgevers willen de almaar stijgende pensioenkosten naar beneden krijgen. Hun inzet was van meet af aan: de leeftijd voor de AOW én die voor het bedrijfspensioen moeten tegelijkertijd naar 67. „Dan slaan we twee vliegen in één klap”, aldus Van Kesteren. Dat levert verlichting van de overheidsfinanciën op en langer doorwerken is gunstig, gezien het tekort aan personeel dat na de crisis levensgroot opdoemt. En de uitgeholde dekkingsgraad (de verhouding tussen beleggingen en verplichtingen) van de pensioenfondsen verbetert dan aanzienlijk.

Het optrekken van de pensioenleeftijd naar 67 jaar „zet alle regelingen voor het prepensioen uit het Museumplein-akkoord op de helling”, zei Jongerius woensdagavond, doelend op de grote demonstratie in Amsterdam in 2004. De vut (vervroegde uittreding) werd toen afgebouwd, maar mensen kunnen daarvoor in de plaats sparen voor hun prepensioen, zodat ze toch eerder met werken kunnen ophouden.

Daarmee teruggaan naar de achterban bij de politie, in de bouw, in de gezondheidszorg – ook allemaal ‘bolwerken’ van de Socialistische Partij – is een gang naar Canossa. Wil de grootste vakcentrale blijven meepraten over grote hervormingen die voor de deur staan, dan zal ze meer onderhandelingsvrijheid moeten hebben. Het was toch geen toeval dat de SP bij de voordeur van de SER grote rode stickers uitdeelde met ‘65 blijft 65’.