Alles mis aan het westelijk front

Brian Southall: The Rise & Fall of EMI Records. Omnibus, 278 blz. € 30,95

In augustus 2007 nam het Terra Firma-consortium onder leiding van Guy Hands, het soort ondernemer die tijdens veilingen op liefdadigheidsgala’s als eerste biedt, EMI over. Of deze laatste grote private-equityovername voor de kredietcrisis verstandig was, valt nog te bezien. Vast staat wel dat hiermee de laatste grote onafhankelijke platenmaatschappij iets van haar karakter kwijtraakte. Hoe het zover heeft kunnen komen probeert Brian Southall duidelijk te maken in het boek The Rise & Fall of EMI Records.

EMI is ontstaan als gevolg van een eerdere economische recessie. In 1931 gingen de kwakkelende bedrijven Gramophone Company en Columbia Gramophone op in Electric & Musical Industries. Het samengaan van een maker van draaitafels en een platenproducent bleek een visionaire daad te zijn geweest. EMI groeide uit tot hét label van de Engelse popmuziek. Alle grote bands zaten hier, van The Rolling Stones tot The Spice Girls, van The Beatles (na een valse start) tot Radiohead. En natuurlijk The Sex Pistols, al werden die ontslagen na een opzienbarend televisieoptreden. De punkband, die het niet kon laten om een nummer over the stupid fools van EMI te schrijven, vond onderdak bij Richard Bransons rebelse Virgin Records, later ingelijfd door EMI Group.

De geschiedschrijving van Southall, voormalig hoofd van EMI’s muziekafdeling, wemelt van de jaarcijfers, aandelenkoersen en marktaandelen. Wat dat laatste betreft is EMI’s succes, of gebrek eraan, in Amerika een rode lijn. Elke platenmaatschappij, zelfs een buitenlandse, is in wezen Amerikaans, zo citeert hij Times-journalist Dan Sabbagh. Tot begin jaren zestig ging het goed aan het westelijke front Van EMI. Men had Astaire, Sinatra en, zij het kortstondig, Presley onder contract. Probleem was dat de Amerikaanse tak, Capitol Records, nog conservatiever handelde dan de moedermaatschappij. In de ‘duivelse’ Doors toonde men geen interesse. Vanaf die tijd zou EMI achterlopen bij rivalen als Universal en Polygram. Soms zou EMI nog successen boeken, met Norah Jones en Mariah Carey bijvoorbeeld.

Halverwege de jaren tachtig hoopte EMI greep op de Amerikaanse markt te krijgen door samen te gaan met elektronicabedrijf Thorn. Het werd een elf jaar durende lijdensweg. Na de breuk flirtte EMI met Warner Music. Southall vertelt dat vier EMI-topmensen ooit in de hal van het Warner-gebouw stonden maar geen kleingeld hadden voor een telefoontje met de Warner-baas. Later stuitte een EMI-Warner-fusie op bezwaren van de Europese kartelcommissie. De fusieplannen hielden verband met het huwelijk tussen AOL en Time Warner, het begin van het internettijdperk. EMI zag internet aanvankelijk als bedreiging en hield vast aan rechten die in de praktijk van het downloaden irrelevant zouden zijn. Het bedrijf verkeerde in dezelfde situatie als andere creatieve ondernemingen, zoals kranten. Uiteindelijk ging men samenwerken met bedrijven als T-Mobile en Apple, al viel de muziek van het ‘echte’ Apple-bedrijf, The Beatles, buiten de overeenkomst. Het agressieve Universal begreep de internetrevolutie beter.

De stijgende winsten op digitaal gebied kon de teruglopende cd-verkopen niet compenseren en EMI bleef een prooi, die uiteindelijk werd gevangen door karaoke-liefhebber Guy Hands. Dit wandelende pr-debacle leek niet te beseffen dat elke interne e-mail over ‘luie artiesten’ openbaar wordt. Immers, voor economieredacties is een bericht over EMI een excuus om de pagina op te fleuren met een afbeelding van Mariah Carey of Norah Jones. Tot het gevolg van Hands behoorden een verkoper van afwasmachinetabletten en John Birt, de nutteloze adviseur-met-roze-bril van Tony Blair.De successen van Coldplay en de diverse greatest hits-cd’s konden de interne onrust niet verbloemen. Enkele belangrijke muziekmensen gingen weg, terwijl de Stones, Radiohead en Robbie Williams de stal verlieten. Nadat Gorillaz-zanger Damon Albarn, net als andere huisartiesten, champagne had ontvangen van de nieuwe leiding, merkte hij op liever op de EMI-burelen te komen om onder het genot van een kopje thee over muziek te praten. Maar bij de grootvader van de Engelse muziekindustrie wordt momenteel vooral gedelibereerd over bezuinigingen.