Verdriet om de mannen van Putten

Putten herdenkt de razzia uit 1944, waarbij honderden mannen verdwenen. „Dit verlies heeft nabestaanden voor het leven getekend.”

Duitsers zijn er nog steeds moffen. In Putten is 65 jaar later nog altijd verdriet om de honderden mannen die begin oktober 1944 door de Duitse bezetters werden weggevoerd en nooit terugkeerden. Bij de razzia, een vergeldingsactie van de Duitsers, werden 661 mannen op de trein gezet naar Kamp Amersfoort. Vandaag en morgen herdenkt Putten deze gebeurtenis, onder meer met een herdenkingsdienst, een kranslegging en een bijeenkomst voor nabestaanden.

Gert van Dompseler, bestuurslid van de Stichting Oktober 44, onderhoudt contacten met veel nabestaanden. „De verhalen zijn vaak schrijnend. Sommige nabestaanden zijn voor hun leven getekend door het verlies. Er zijn mensen die er niet over willen praten, zo groot is hun trauma.” Een familie verloor zes zoons, twee kleinzoons en twee schoonzoons. Van Dompselers opa verloor drie broers.

In de nacht van 30 september op 1 oktober 1944 beschoten leden van de Puttense verzetsbeweging tussen Putten en Nijkerk een auto van de Duitse Wehrmacht. Twee inzittenden raakten gewond – een van hen, een Duitse officier, overleed later –, twee anderen wisten te ontsnappen.

Als vergelding werden 110 huizen in Putten platgebrand en 661 gearresteerde mannen afgevoerd naar Duitsland, via Kamp Amersfoort naar het concentratiekamp Neuengamme. Van daaruit zijn ze naar diverse „buitenkampen” gebracht.

Van de 48 teruggekeerde mannen zijn er nog twee in leven, Jacob van Wincoop en Jannes Priem. Van Wincoop mijdt de publiciteit. In 2008 haalde hij toch het nieuws toen zijn portefeuille die hij destijds bij zich had, was gevonden. De spullen lagen in het archief in Bad Arolsen, dat de administratie van alle concentratie- en werkkampen bevat. Dit archief is pas in 2007 opengesteld.

Priem geeft lezingen in Nederland en Duitsland over de ontberingen, de verschrikkingen en de angst tijdens zijn gevangenschap. Hij vertelt op de website van de Stichting Oktober 44 over „veel stokslagen” en weinig eten en drinken. Hij zag hoe Duitsers gevangenen doodschoten en doodknuppelden en hun opdracht gaven elkaar op te hangen. Dat hij de oorlog overleefde, is te danken aan „God” en „een dosis geluk”.