Tv-kijken met een gek ding op je hoofd

Elektronicafabrikanten presenteren driedimensionale televisie als the next big thing.

Maar dit wordt moeilijker te verkopen dan hdtv.

Bij gebrek aan beter werd driedimensionale televisie het thema van de elektronicabeurs IFA, begin september in Berlijn. Sony en LG kondigden 3D-toestellen aan voor 2010. Panasonic deed dat ook en voegde er dito Blu-rayspelers aan toe. Philips was wat voorzichtiger maar demonstreerde wel 3D-video op zijn stand.

De grote fabrikanten hebben weinig keus: ze móeten deze technieken wel ontwikkelen en ze moeten wel zeggen dat ze erin geloven. In een markt met onstuitbaar dalende prijzen en afwachtende consumenten is de behoefte groot aan iets echt nieuws. Maar 3D wordt nog moeilijker te verkopen dan hdtv.

Begin jaren 80 had de NOS een experimentele uitzending in 3D. Om die te zien was een rood-groen brilletje nodig. Dat leverde de kijker een zekere 3D-ervaring op, maar ook hoofdpijn. Bovendien zag de kijker er zelf raar uit. Zo moest het dus niet. Een kwart eeuw later is het beste wat we hebben nog steeds tv-met-een-brilletje. De moderne versie doet het met een elektronische bril die de beeldinformatie voor links en rechts van elkaar scheidt. Zo zien we 3D én kleur, en zelfs hd.

Maar veel nadelen zijn gebleven. De kijker zit nog steeds met een gek ding op zijn hoofd, dat nu bovendien duur en zwaar is geworden. Met brildragers is geen rekening gehouden. Omstanders zonder 3D-bril zien dubbel, wat lastig wordt als er bezoek is (zoals gebruikelijk is de hoop bij het verkopen van de nieuwe toestellen gevestigd op grote sporttoernooien). Philips heeft overigens een techniek die zonder bril werkt, maar deze ziet er niet overtuigend uit. De plaats van de kijker voor het scherm is bij deze techniek cruciaal. Philips heeft voor 2010 geen product aangekondigd.

De techniek van Sony en Panasonic zal in eerste instantie vooral gebruikt worden voor het bekijken van koopvideo’s. De eerste 3D-uitzendingen waarmee in Japan en Groot-Brittannië wordt gepionierd passen een andere techniek toe die andere beeldschermen vereist. De industrie gaat, net als bij de recente strijd tussen Blu-ray en hd-dvd, weer zijn uiterste best doen het zichzelf moeilijk te maken.

De video-industrie zoekt zich suf naar innovaties waar het publiek warm voor loopt. De laatste vernieuwing die echt in de smaak viel was het goedkoop worden van platte en buitensporig grote schermen. Grote schermen vindt de massa geweldig. Breedbeeld wordt al veel minder belangrijk gevonden. Breedbeeld heeft vaste grond onder de voeten omdat grote schermen nu eenmaal niet anders worden gemaakt dan breed. De extra scherpe hdtv laat het grote publiek siberisch. Men heeft liever inferieure Digitenne-kwaliteit, als het maar goedkoop is.

Hoe zit dat met 3D? Echte diepte, is dat niet een grote stap vooruit? Nee hoor.

Iedereen heeft wel eens een 3D- film gezien. Wat blijft daarvan hangen? Ongeveer één scène per film. Een schaatser die zo vriendelijk was precies op de goede plek onderuit te gaan. Een jojo die naar de camera toe valt. Een shot van een aquarium vol vissen. Een speer die in de richting van de kijker wordt geprikt. Dergelijke shots horen in de afdeling ‘Kijk ons eens 3D maken’ en zijn zelden functioneel. De realiteit is dat gewone tv- en filmbeelden al vol zitten met diepte-informatie. Er is perspectief, scherptediepte, lichtval; er zijn camerabewegingen en bewegingen van acteurs en objecten. Omdat de kijker in de huiskamer op aanzienlijke afstand van het scherm zit, is méér niet nodig. Echte 3D voegt dus weinig toe, behalve gedoe. Denk aan fotografie: ook op het gebied van 3D-foto’s is veel mogelijk en is veel geprobeerd, van de dia’s in de Viewmaster tot roodgroene, met brilletjes te bekijken afdrukken in tijdschriften. Maar een mooie, grote en scherp afgedrukte foto die je zonder poespas kunt bekijken suggereert veel meer diepte dan een 3D-gimmick waarvoor je als consument door allerlei hoepels moet springen.

Net als 3D-fotografie zal 3D-video wel een niche vinden in de zakelijke markt. Het grote publiek is meer dan tevreden met platte televisie, zelfs in de huidige dvd-kwaliteit.

Herbert Blankesteijn is journalist en schrijft voor nrc.next de wekelijkse rubriek ‘haute technique’.