Trots en zelfvertrouwen alom in Peking

China vierde vandaag met veel vertoon de zestigste verjaardag van de Volksrepubliek. Technische ontwikkelingen en eenheid stonden centraal.

Een belangrijk deel van de parade in Peking was gewijd aan economische en technologische vooruitgang. Er waren praalwagens met ruimtevaartcapsules (zie boven), windmolens en zonnepanelen. Foto AP A float depicting China's space achievements participates in a parade to mark the 60th China anniversary in Beijing, China, Thursday, Oct. 1, 2009. China celebrated its rise to a world power over 60 years of Communist rule Thursday, staging its biggest-ever parade of military hardware with over 100,000 marching masses in a display that stirred patriotism and some unease. (AP Photo/Ng Han Guan) AP

Trots is het sleutelwoord om de gigantische verjaardagsparade, die de zestigjarige Volksrepubliek China zichzelf vanochtend cadeau heeft gedaan, te omschrijven. Onversneden trots op de status van nieuwe supermacht en de groeiende welvaart na een lange geschiedenis van oorlog, chaos en mislukte experimenten waar met geen woord naar werd verwezen.

Symbolen zijn belangrijk in China en zeker deze zestigste 1-oktoberparade was een demonstratie van de politieke prioriteiten en de manier waarop China zichzelf ziet. Als lengte van applaus en gejuich graadmeters zijn om de stemming op en rond het Tiananmenplein te peilen, dan hebben de astronauten, de ingenieurs en industriële ontwerpers het van de militairen gewonnen.

Niet verwonderlijk, want op de nieuwe sexy uniformen van vrouwelijke marine- en politie-eenheden en een paar dozijn intercontinentale raketten na was het militaire deel een standaarduitvoering van de jaarlijkse parade. Zoals ook het eerbetoon van president Hu Jintao aan de Grote Roerganger Mao Zedong communistische routine was.

Nieuw was het vertoon van economisch en hoogtechnologisch kunnen. Op de eretribune boven de Poort van de Hemelse Vrede werd door de belangrijkste leiders zelfs ontspannen gelachen en gewezen toen de praalwagens met de ruimtevaartcapsules en astronauten langs trokken, gevolgd door het eerste vliegtuig van Chinese makelij en nieuwe automodellen.

De economische hardware werd omringd door zwaaiende fabrieksarbeiders, ingenieurs en studenten van de technische universiteiten. „Vandaag is het socialistische China gericht op modernisering, op de wereld en de toekomst”, had Hu kort daarvoor gezegd. De zittende president had zijn voorganger Jiang Zemin naast zich staan en werd verder omringd door het Staand Comité van het Politbureau, te omschrijven als de raad van bestuur van de BV China.

Even nieuw waren de windmolens en zonnepanelen. China wil een leidende rol gaan spelen in de ontwikkeling van duurzame energievormen, waartoe ook kernenergie wordt gerekend. Na de vliegtuigen en de auto’s volgden podia met windturbines en zwartgrijze zonnepanelen. Daarom heen huppelden jongeren in oranje, gele en groene pakken, die een schone wereld moesten verbeelden. Het toeval wilde dat er vandaag in Peking voor het eerst in weken geen mist van stof en uitlaatgassen hing.

Misschien wel het meest raadselachtige element vormde het Democratie en eenheid-podium. Vrolijk lachende Han-Chinezen en minderheidsgroepen omringden een replica van de Grote Hal van het Volk, waar 56 rode pilaren de etnische diversiteit en eenheid moeten symboliseren.

Dat het ‘gewone volk’ net als de duiven niet in de buurt van het plein mocht komen, was alleen een paar chagrijnige internetters („Is dit een volksfeest?”) en sommige buitenlandse media opgevallen. In een straal van vijf kilometer rondom het plein was Peking op slot gedaan en verboden gebied voor iedereen die hier niet woont.

Hoe anders ging het zestig jaar geleden. Dat herinnert mevrouw Wang Xinying (80) zich nog heel goed, want zij stond vlak voor het podium waar Mao Zedong de Volksrepubliek uitriep. „Dat was puur toeval, want ik wist niet eens dat er iets bijzonders zou gaan gebeuren. Ik was met mijn moeder op zoek naar haar broer die in het Rode Leger zat en in Peking was aangekomen. Het was een spontaan feest, ik zal het nooit vergeten”, vertelt mevrouw Wang in een zuidwestelijke sloppenwijk niet ver van het Tiananmenplein.

Geen seconde heeft zij vandaag overwogen weer naar het plein te gaan. Zij heeft niets te vieren, zegt zij in haar onverwarmde, onverlichte kamer in een steeg met noodwoningen voor migrantenarbeiders. Zeven jaar geleden moest mevrouw Wang wijken voor het nieuwe China. Haar buurt werd platgewalst ten behoeve van nieuwbouw. Nog steeds wacht zij in het armste deel van Peking op een nieuw huisje of compensatie.

Met haar al even koppige dochter heeft zij de strijd met de bureaucratie en de projectontwikkelaars aangebonden. Zij hebben zelfs gedemonstreerd op het Tiananmenplein tijdens de Olympische Spelen door vuurwerk af te steken in de richting van het Zhongnanhai, waar de hoogste leiders wonen en werken.

Die actie trok wereldwijde aandacht en werd bestraft met een jaar arbeidskamp. Die straf werd later voorwaardelijk gemaakt. Maar nog steeds zit mevrouw Wang in haar schoongemaakte hok met een schimmelende muur, zonder elektriciteit, zonder keuken. En nog steeds wordt zij gevolgd door de politie en de veiligheidsdienst.

„Er is voor ons eigenlijk niet zoveel veranderd in al die jaren. Ik ben nog steeds net zo arm. Het verschil is dat we in 1949 allemaal arm waren en nu zijn er een paar mensen heel rijk geworden, maar die zal je hier niet vinden”, grijnst zij. Haar ene, goede oog kijkt berustend. Als een politieofficier en vier agenten in burger plotseling binnenkomen om het gesprek te beëindigen, zegt zei nogmaals: „Wat valt er te vieren.”

Weblog van Oscar Garschagen en fotoserie van 60 jaar Volksrepubliek: nrc.nl/china