Spam naar werkmail nu écht illegaal

Vanaf vandaag is spam aan werknemers verboden.

Een register moet consumenten bovendien vrijwaren van telemarketing.

Een schone mailbox en rustige avondmaaltijden. Dat belooft de vernieuwde Telecommunicatiewet die vandaag ingaat. Nooit meer ongevraagde aanbiedingen voor viagra. En nooit meer storende telefoontjes over levensverzekeringen en hypotheken. De praktijk blijkt weerbarstiger.

Per vandaag is spam aan mensen op hun werk verboden als zij niet van te voren hebben gezegd dat zij elektronische post willen ontvangen van de betreffende afzender. Dat wordt ook wel opt-in genoemd. Na klachten (op Spamklacht.nl) kan telecomtoezichthouder Opta spammers hoge boetes opleggen. Ongewenste e-mail aan particulieren is sinds 2004 strafbaar.

En vanaf nu mogen telefonische marketeers en enquêteurs nog wel ongevraagd bellen, maar als een consument vervolgens aangeeft dat hij nooit meer wil meewerken moet hij worden opgenomen in een zogenoemd bel-me-niet-register. Onmiddellijk en voor altijd. Zo moet de wet mensen vrijwaren van ongewenste reclame via e-mail, telefoon, sms en andere technieken.

De Consumentenbond is blij dat er eindelijk een register tegen ongewenste telefoontjes is. „Wij ijveren daar al sinds 2005 voor”, zegt Diek Schipper van de bond. „95 Procent van de consumenten geeft aan geen prijs te stellen op telemarketing. Daarom denk ik dat dit zeker effect zal hebben.” De bond houdt deze week de Nationale Afmeldweek om consumenten te wijzen op hun rechten bij ongewenste communicatie.

Bel- en mailbedrijven die actief zijn in wat zij zelf dialoogmarketing noemen, twijfelen echter sterk aan de maatregelen die ingaan. „Het bel-me-niet-register kan helpen tegen wat wij de cowboys van onze bedrijfstak noemen”, zegt Jitty van Doodewaerd van branchevereniging DDMA. „Maar onze leden werkten al met het voorgaande, vrijwillige register van Infofilter.nl.” De DDMA vertegenwoordigt callcentra en hun opdrachtgevers (adverteerders).

De uitzondering op de wet dat bedrijven wel hun bestaande klanten mogen blijven bellen, wekt volgens Van Doodewaerd ook verwarring bij de consument. „Een aantal eisen maakt de uitvoering van het register in de praktijk lastig en duur.” Bellers moeten onmiddellijk worden ingeschreven, zegt ze. „Dat is voor veel bedrijven vanuit kostenoverwegingen lastig te realiseren.” Ze bedoelt: telemarketeers moeten op een avond zoveel mogelijk mensen bellen en elk oponthoud, zoals het inschrijven in een register, kost geld.

Een ander probleem noemt zij dat de blokkade voor eeuwig moet gelden. „Dat klinkt misschien mooi voor consumenten, maar het is lastig om het register up-to-date te houden. De beheerder is verplicht elke verhuizing en elke verandering van telefoonnummer te registreren.”

Van Doodewaerd verwacht dat de nieuwe maatregelen tegen spam weinig tot niets zullen uithalen. „Het is nogal zinloze wetgeving.” Pakweg 90 procent van de spam komt volgens haar uit het buitenland. Die wordt niet aangepakt met de vernieuwde wet. „Een spammer zet een server neer in Oezbekistan en verstuurt zonder problemen miljoenen berichten. De irritatie over spam zal niet dalen. De wet heeft hoogstens een voorbeeldfunctie.”

Spam zou volgens haar moeten worden aangepakt in breed internationaal verband. „Maar ik besef ook dat dat een weinig realistische utopie is.”

Het Adviescollege Toetsing Administratieve Lasten (Actal), dat namens de overheid toetst of nieuwe wetgeving de lasten van ondernemers verhoogt, adviseerde al in 2006 negatief over de anti-spammaatregel. Volgens de organisatie staan de lasten voor bedrijven in geen verhouding tot het doel van de vernieuwde wet.

Wat de Consumentenbond betreft blijft het echter niet bij deze wet. De bond wil bijvoorbeeld ook malafide sms-bedrijven aanpakken. Maar al deze maatregelen ontslaan de consument niet van een eigen verantwoordelijkheid, zegt Doek Schipper van de bond. „Consumenten moeten leren om zorgvuldig met hun persoonlijke gegevens om te gaan. Persoonlijke informatie van mensen slingert nu rond in 250 tot soms wel duizenden verschillende databases.”

Vooral jongeren zijn volgens de bond gemakzuchtig in het verstrekken van hun gegevens. „Maar webwinkels vragen vaak ook veel meer gegevens dan zij nodig hebben.”