Ook na dagen regen ligt de boot droog

Bewoners van woonboten ondervinden ellende door de lage waterstanden.

Maar voor de scheepvaart is de droogte een zegen: vaker varen voor dezelfde lading.

Elk jaar ligt de woonboot van Henk Göbel en zijn vrouw ongeveer drie weken droog. Maar nu is de ellende al een maand aan de gang, en het einde is nog lang niet in zicht, ook niet met enkele dagen regen. „Veel mensen willen zonneschijn, wij willen regen”, zegt Göbel. Veel regen uit Duitsland, wel te verstaan.

Twee woonboten liggen naast elkaar in een dode arm van de IJssel, in het dorp De Steeg. De boot van Henk Göbel hangt stijf in het drijfzand. „We lopen de hele dag scheef.” De voordeur valt vanzelf in het slot. De afvoer van de wc is verstopt. Ernaast ligt de boot van zoon Dimitri en diens zwangere vrouw. Zijn boot ligt nog schever. Een anker ligt bloot.

De vaargeul van de IJssel is smal geworden. Rijkswaterstaat houdt de vaargeul op diepte door te baggeren. Maar tot die vaargeul hoort niet de strook waar de woonboten liggen. Sinds het baggeren is een terras aan de zijkant van de boot weggezakt en onbereikbaar geworden. „Als straks het water weer gaat stijgen, dan kantelt de hele boot”, vreest Göbel.

Nergens in Nederland wordt de scheepvaart zo gehinderd als hier, tussen Arnhem en Zutphen. In de recreatieplas Rhederlaag, een voormalige zandwinplaats, liggen pleziervaartuigen in haventjes gedwongen stil; de drempel naar de IJssel is bij gebrek aan water te hoog geworden. Pontjes over de IJssel zijn uit de vaart genomen. „De laadklep haalt de kant niet meer”, vertelt woordvoerder Jan Huurman van Rijkswaterstaat.

Op de IJssel manoeuvreren traag de vrachtschepen door het oneindige land. Rijkswaterstaat heeft tussen Westervoort en Zutphen een inhaalverbod voor schippers ingesteld, een zogenoemd oploopverbod, alsmede een ontmoetingsverbod voor schepen op smalle bochtige stukken, waar schippers stroomafwaarts moeten wachten tot de tegenligger voorbij is gevaren. Rijkswaterstaat garandeert een vaste diepte, de „minst gepeilde diepte” die vandaag 1,85 meter bedraagt, met hulp van baggerschepen. Op die diepte kunnen schippers hun belading afstemmen.

In de sluis van Doesburg, op de kruising tussen IJssel en Oude IJssel, ligt het vrachtschip van Jan van Putten. Het schip is op weg van Amsterdam naar Doetinchem en heet Helios. Tijdens het schutten komt het schip zes meter omhoog zodat de schipper vanaf de kant steeds beter verstaanbaar wordt. „Je moet heel voorzichtig varen”, vertelt hij. Zijn schip is beladen met tweehonderd ton soja, nog niet de helft van wat hij onder normale omstandigheden kan vervoeren.

De lage waterstanden komen de binnenvaart als geheel niet ongelegen. „In de huidige economische crisis is de droogte een zegen”, zegt directeur Kees de Vries van Koninklijke Schuttevaer, de belangenbehartiger van de binnenvaart. Het beperkte aanbod aan vrachten moet over meer schepen worden verdeeld, aangezien je per transport minder vracht kunt meenemen. De krapte aan schepen drijft de prijs omhoog, zegt De Vries, en bovendien verbruiken de schippers minder brandstof.

En er zijn nog meer voordelen. Patrouillevoertuigen van Rijkswaterstaat kunnen eindelijk eens goed zien welke lozingsbuizen er in de IJssel nog worden gebruikt. Het winnen van zand langs rivieren gaat ineens een stuk gemakkelijker. Vorige week is bij Gendt, in de Waal, het wrak van een miniduikboot uit de Tweede Wereldoorlog bloot komen te liggen, door de Duitsers gebruikt in een poging om de Waalbruggen bij Nijmegen met torpedo’s te vernietigen.

Woonbootbewoner Henk Göbel ziet door de droogte vooralsnog alleen nadelen. Hij hoopt dat straks ook de bodem onder zijn boot wordt uitgebaggerd, vertelt hij aan een medewerker van Rijkswaterstaat. „Zou u een goed woordje voor me willen doen?”