Nieuwe wijn in oude zakken

Collectief: Badeenden en zwevende ideeën Teletubbies

De kunst bevrijden uit haar knellende banden… Wat is er mooier? ’t Is heroïsch en het verandert het aangezicht van de aarde. De idee belangrijker dan het ding… ’t Is de enige ontwikkeling in de kunst van de twintigste eeuw. Weg met alle oude troep die nog aan een spijker hangt of op een sokkel staat. Conceptuele kunst is de leus.

De markt en de musea en de kunstambtenaren hebben zich er massaal op gestort. Een stoet van epigonen aapte de pioniers na. Jammer alleen dat zoveel conceptuele kunstenaars geen benul hadden welke kunst ze uit welke knellende banden moesten bevrijden. Jammer alleen dat de idee vaak neerkwam op een ideetje.

De kunst mag een omwenteling van jewelste hebben meegemaakt, we zitten opgescheept met dezelfde kunstenaars. Dezelfde onderlaag en middelmatigheid. Tussen een Caravaggio en een heidelandschapje valt nog een onderscheid aan te wijzen, maar in de conceptuele kunst lijkt elke hiërarchie taboe. ’t Zal liggen aan de ongrijpbaarheid van de ideeën.

Toch komt het me niet onaannemelijk voor dat ook de conceptuele kunst haar heidelandschapjes en zigeunerkindjes kent. Alleen al de populariteit van geïnstalleerde concepten en geconcipieerde installaties bij de lokale kunstambtenaren zegt genoeg. Zoals een reu drie straten verderop een teef ruikt, zo herkennen die lui rotzooi van een afstand.

Het mooie van de conceptuele kunst is dat je kunt ontsnappen aan de esthetiek, dat je denkt niets te maken te hebben met beschimmelde begrippen als mooi en lelijk, hoog en laag, subliem en plat. Mooi ogende ideeën bestaan immers niet. Ideeën zweven rond in het luchtruim, dus hoog en laag bestaan lekker ook niet. Helaas. Stomme ideeën bestaan wel degelijk. Stomme ideetjes nog meer. Al sinds de mens van vier op twee benen overstapte zijn de stomme ideeën in de meerderheid. Waarom zou dat bij de kunstenaars van nu ineens heel anders zijn?

Er mag alleen niet over gepraat worden. Kunst is voor de conceptuele kunstenaars heiliger dan ooit. Installaties en spot gaan niet samen.

Maar ‘iets gewoons’ op een plaats waar je het niet verwacht – zeg een reuze-colafles in een museumtuin – is juist ouderwets komisch. En bovendien niets dan een omkering van ‘iets fantastisch op een gewone plaats’ – Rembrandt boven de schoorsteenmantel. Dus eigenlijk satire.

Ook werkt het nog altijd op de lachspieren als je iets tuttigs maar vaak genoeg herhaalt. Een oeroude truc van de cabaretier en een constante in de conceptuele kunst.