Niemand kan multitasken

Inhalen op de snelweg en ondertussen telefonisch een zakendeal sluiten. Een rapport lezen terwijl je naar het journaal kijkt. Het zijn klassieke voorbeelden van multitasken: twee dingen tegelijk doen. Vrouwen kunnen dat beter dan mannen, horen we altijd. De waarheid?

Niemand kan het. Onze hersenen kunnen niet écht twee dingen tegelijk doen. Taken heel snel afwisselen is het beste wat we kunnen doen. En bij dat afwisselen zetten we onze hersencapaciteit taak suboptimaal in. De bellende en passerende multitasker op de snelweg maakt dus een minder goede zakendeal én een minder goede inhaalmanoeuvre.

Dat concludeert de Italiaanse psycholoog Paolo Toffanin in zijn proefschrift ‘Brain economics: Housekeeping routines in the brain’, waarop hij maandag in Groningen promoveert.

Toffanin en zijn collega’s ontwikkelden een nieuwe methode om precies te kunnen zien hoeveel aandacht proefpersonen besteden aan verschillende taken als ze die tegelijkertijd uitvoeren en hun aandacht dus moeten verdelen. De methode, die de Groningers frequentiemarkering noemen, is gebaseerd op elektro-encephalografie (EEG), waarbij men elektrische stroompjes in de hersenen registreert. Iedere taak blijkt een kenmerkend signaal op het EEG achter te laten. Kijkt iemand, zoals in Toffanins onderzoek, naar een wit vierkantje op een computerscherm, dan verschijnt een karakteristieke piek uit het visuele gedeelte van de hersenschors op het EEG. Als de proefpersoon vervolgens twee taken tegelijk in een voorbijkomende reeks cijfers iedere 5 moet herkennen, dan zien de onderzoekers precies hoe de proefpersoon zijn aandacht verdeelt.

Toffanin ontdekte – verrassend – dat multitasking niet bestaat: de hersenen wisselen aandachtstaken razendsnel af, maar voeren ze nooit tegelijkertijd uit. Hij vond ook dat mensen met een hoog IQ niet meer hersencapaciteit inzetten dan mensen met een laag IQ. Ze zetten de hersencapaciteit alleen beter in: de timing van hun aandachtsverdeling is beter. Maar de interessantste uitkomst, aldus Toffanin, is misschien wel dat de hoogte van de piek in het EEG een goede maat is voor de mate van aandacht.