Ik houd de solidariteit in de zorg juist in stand

Volgens Marc Chavannes zou de zorg de komende jaren verschralen. Het tegendeel is waar, stelt Ab Klink, er komt juist geld bij. En specialisten worden niet gespaard.

‘Zou de krant in een aparte rubriek kort en puntig eenregelige samenvattingen kunnen geven van reacties uit de onderbuik?”, verzucht een briefschrijver in Opinie&Debat van zaterdag. De column van Chavannes ernaast komt dicht in de buurt!

Maar het opgeroepen beeld van een minister die tegen de wil van de bevolking bezuinigt, huisartsen marginaliseert en specialisten ongemoeid laat, strookt niet met de feiten. Er gaat volgend jaar meer geld naar de zorg en specialisten worden allesbehalve gespaard. Voor de lange termijn neem ik maatregelen om de eerste lijn te versterken, spoor ik verzekeraars en ziekenhuizen aan tot een betere zorgverlening en zal ik de positie van de raden van bestuur ten opzichte van de medisch specialisten versterken.

Laat ik beginnen met de korte termijn. De uitgaven voor medisch specialisten groeien in 2008 en 2009 veel harder dan wenselijk is. Anders dan Chavannes suggereert spaar ik de specialisten niet: volgend jaar zal ik hun tarieven verlagen. Ondanks dat nemen de zorguitgaven in 2010 toe. Sinds 2007 zijn de zorguitgaven met bijna 9 miljard euro gestegen. Het aantal werkenden in de zorg zal in die periode zijn gestegen met ongeveer 75.000 personen. Geen verschraling dus van de zorg, maar groei!

Dan de lange termijn. Mijn voorstellen gaan niet over de begroting 2010, maar zijn voorstellen die de komende twintig jaar de stijging van de zorgkosten hanteerbaar moeten maken. Het CPB concludeert „dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat de maatregelen ruimte scheppen voor betere, op de behoefte van patiënten toegesneden zorg”. Maar deze verbetering kan tot extra zorgvraag leiden. Dit doet de doelmatigheidswinst deels teniet. Dit ingewikkelde vraagstuk zal ik de komende maanden verder bekijken.

Hoe zorg ik ervoor dat de zorg in de toekomst goed en betaalbaar blijft?

Ten eerste wil ik verzekeraars prikkelen en ziekenhuizen meer ruimte geven om afspraken te maken over prijzen en kwaliteit van planbare zorg (niet spoedeisende zorg of topzorg). Daarom wil ik dat instellingen onder voorwaarden privaat kapitaal kunnen aantrekken. Geen Amerikaanse toestanden, maar ook geen Moskou aan Zee.

Ten tweede versterk ik de positie van de huisartsen zodat we de groei van het aantal chronische patiënten beter kunnen opvangen. Ik wil meer samenhang via de eerste lijn en minder versnipperde zorgverlening in de duurdere specialistische zorg. Daarom pas ik de nu nog aanbodgerichte bekostiging aan. Uit experimenten blijkt dat diabetespatiënten bij goede zorgverlening 50 procent minder kans hebben op hartfalen en bijna 20 procent minder kans op ziekenhuisopnames.

Ten derde wil ik in de ziekenhuizen de positie van de raad van bestuur versterken ten opzichte van de specialisten. Het CPB verwacht dat „de maatregelen zullen leiden tot een meer gestroomlijnde ziekenhuisorganisatie”. Dit zal waarschijnlijk een gunstig effect hebben op de kwaliteit van de zorg.

Wat het in stand houden van het „specialistenkartel” (Chavannes) betreft: er worden wel degelijk voldoende specialisten opgeleid. Jaarlijks stromen 2.850 geneeskundestudenten in, een verdubbeling in vergelijking met zo’n tien jaar geleden, dit ondanks een advies van het Capaciteitsorgaan om de instroom te verlagen tot 2.500.

Het gaat er niet om „de Nederlanders de vrijheid te ontnemen die leidt tot hogere zorgkosten”, zoals Chavannes schrijft. Het gaat erom de solidariteit in ons zorgstelsel te behouden. Ik wil pakketingrepen en hogere eigen betalingen zoveel mogelijk voorkomen. Deze maatregelen zijn voor het CPB wellicht eenvoudiger kwantificeerbaar dan mijn systeemmaatregelen en cultuuromslagen.

Niet de rekenmachine, maar de zorg zelf heeft prioriteit.

Ab Klink (CDA) is minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Lees het artikel van Chavannes na op nrc.nl/opklaringen