Ierland kijkt anders aan tegen EU dan vorig jaar

Morgen stemt Ierland opnieuw over de hervormingsplannen voor de Europese Unie. „Het is beter om in Europa niet uit de pas te lopen.”

Darren Gannon (32), een lange potige man, is druk bezig de ramen van een advocatenkantoor in het noorden van Dublin te lappen in de herfstzon. Zoals veel Ieren heeft hij het vertrouwen in ’s lands politici volledig verloren. Hij vindt het een belediging dat de regering van premier Brian Cowen morgen het Europese hervormingsverdrag, dat beoogt de Europese Unie slagvaardiger te maken, weer in een referendum aan de kiezers voorlegt. Hadden die dat vorig jaar niet met een duidelijke meerderheid afgewezen? „Ik stem zeker weer nee. Misschien dat ze dan eens luisteren”, zegt hij welgemoed, terwijl hij een lange stok met een zeem erop naar boven duwt.

Het zijn mensen als Gannon die niet alleen de Ierse regering maar ook regeringsleiders elders in Europa koude rillingen bezorgen. Zal Ierland wederom nee stemmen en zo de hervormingsplannen definitief om zeep helpen? Het verdrag moet immers door alle lidstaten worden geratificeerd voor het in werking kan treden. Een nieuwe verwerping van het verdrag, waarin zoveel politiek kapitaal is geïnvesteerd, zou de EU in een diepe crisis storten. Uit democratisch oogpunt is het moeilijk voorstelbaar dat de Ieren het verdrag ten derde male voorgelegd krijgen.

Aan de vooravond van de volksraadpleging – grondwettelijk verplicht alvorens de regering het verdrag kan ratificeren – lijkt dit sombere scenario niet aan de orde. Opiniepeilingen geven aan dat het ja-kamp op een comfortabele meerderheid afkoerst. Maar niemand durft nog te juichen. Er zijn te veel mensen die nog twijfelen..

Sommigen hebben hun buik vol van de zaak. Met tegenzin zal Brian Farrell (23), student internationaal recht aan het befaamde Trinity College in Dublin, opnieuw ja stemmen. „Ik heb aarzelingen dat we dit nu weer moeten doen. Het is haast alsof ze ons van hogerop willen vertellen hoe we moeten stemmen”, zegt hij, gezeten op een bankje naast een van Trinity’s smetteloze gazons.

De regering bestrijdt dat het ondemocratisch zou zijn opnieuw een referendum te houden. Ze heeft na het debacle van 2008 onderzoek laten doen. Daaruit bleek dat velen hadden tegengestemd wegens specifieke zorgen. Over de rechtspositie van werknemers of de Ierse neutraliteit, maar ook over de handhaving van de lage Ierse belastingtarieven voor bedrijven en het behoud van een Ierse Eurocommissaris. Op al deze punten wist de regering alsnog garanties van de andere EU-lidstaten te verkrijgen.

Sinds het referendum in juni 2008 is er ook anderszins veel veranderd. De ‘Keltische Tijger’ van de laatste 20 jaar, die was uitgegroeid tot het welvarendste land van Europa na Luxemburg, is in een spiraal naar beneden geraakt. De Ierse economie krimpt dit jaar met 9 procent. Als Ierland niet tot de eurozone had behoord, was het er nu vermoedelijk even slecht aan toe geweest als IJsland.

Veel Ieren beseffen dat en willen de betrekkingen met de EU niet nodeloos onder druk zetten. „Ik heb vorige keer niet gestemd, maar stem deze keer waarschijnlijk voor het verdrag”, zegt Mary, een vrouw van middelbare leeftijd die haar achternaam niet wil geven. „Het is beter voor Ierland om in Europa niet uit de pas te lopen. Wat zou Ierland nou op zichzelf zijn? Niet meer dan een klein eiland, toch?”

Werd de campagne vorig jaar op weinig inspirerende wijze door de regering geleid, ditmaal treedt die minder op de voorgrond, ook omdat haar populariteit tot een dieptepunt is gedaald door de crisis. De vrees is dat veel mensen anders van de weeromstuit tegen het verdrag zouden stemmen.

In plaats daarvan voeren veel gewone burgers die vorig jaar niet actief waren in de veronderstelling dat hun land wel ja zou stemmen, campagne. Op de bovenste etage van een kantoorkolos in het centrum van Dublin zijn tientallen vrijwilligers van actiegroep ‘Ireland for Europe’, bezig voor het ja-kamp. Velen beschouwen het als hun heilige plicht Ierland voor een nationale ramp te behoeden.

„We moeten dit winnen en we moeten allemaal onze verantwoordelijkheid nemen”, zegt prof. Brigid Laffan, die de ivoren toren van de wetenschap tijdelijk heeft verwisseld voor het voorzitterschap van ‘Ireland for Europe’. „Door een nee kan de Ierse economie forse schade lijden en politiek gezien zou het land naar de periferie van Europa afzakken. Wij vinden deze zaak te belangrijk om aan politici over te laten.”

De groep kan op steun rekenen van prominenten als voetballer Robbie Keane, speler van het Londense Tottenham Hotspurs en captain van het Ierse nationale team, en dichter en Nobelprijswinnaar Seamus Heaney.

Ook het bedrijfsleven heeft zich volop in de campagne gestort. Werkgeversorganisatie IBEC stelde dat Ierland zijn reputatie in Europa moet herstellen door alsnog voor het verdrag te stemmen. IBEC wees er fijntjes op dat in 1973, toen Ierland lid werd van de Europese Economische Gemeenschap, voor een equivalent van 17 miljoen euro aan buitenlands kapitaal was geïnvesteerd in Ierland. Nu is dat 131 miljard euro.

Zelfs Michael O’Leary, de grofgebekte baas van luchtvaartmaatschappij RyanAir die gewoonlijk evenmin veel op heeft met de „verdomde politici” in zijn land, doet mee. O’Leary laat nu een vliegtuig rondvliegen met daarop de tekst ‘Yes to Europe’. „Europa is goed voor Ierland”, verklaart hij overal „Dit verdrag is goed voor de economie en voor banen.”

Curieus genoeg is de Ierse vakbondscentrale ICTU, die een diepe afkeer koestert van het harde personeelsbeleid van RyanAir, eveneens voor het verdrag. Zij hopen via het Europees Handvest voor de Grondrechten van de burger te bewerkstelligen dat de Ierse werkgevers verplicht worden met de vakbonden te overleggen. Anders dan elders in Europa kunnen werkgevers vakbonden volkomen links laten liggen, als ze dat willen.

Bij zo’n breed gedragen coalitie voor het verdrag kan men zich afvragen of er nog organisaties zijn die het opnemen voor de tegenstanders. Niet veel, luidt het antwoord. Het nee-kamp blijft beperkt tot Sinn Féin, de linkse nationalistische partij, en de nog kleinere Socialistische Partij, enkele vredesgroepen en ultraconservatieve katholieken. Ook is Libertas, de beweging die onder leiding van de zakenman Declan Ganley vorige keer een hoofdrol speelde in het nee-kamp, te elfder ure weer opgedoken. In juni zei Ganley nog zich uit de beweging terug te trekken nadat hij geen zetel in het Europees Parlement had gewonnen. Hij bedacht zich vorige maand en doet weer mee. Of het veel uitmaakt is de vraag.

Volgens de tegenstanders staat Ierland met een ja een belangrijk deel van zijn soevereiniteit af aan Brussel. Ze ontkennen bovendien bij hoog en bij laag dat een afwijzing van het verdrag economische schade oplevert.

Met dat laatste is de econoom Alan Barrett, verbonden aan het gerespecteerde onafhankelijke Instituut voor Economisch en Sociaal Onderzoek (ESRI), het niet eens.

„We presenteerden ons altijd als toegangspoort tot de Europese markt, vooral voor Amerikaanse bedrijven”, zegt Barrett. „Een nee wekt de indruk dat we onze banden met Europa losser maken en dat kan investeerders ontmoedigen. Bovendien zou de rente op de regeringsobligaties er wel eens door omhoog kunnen gaan.”