Het werkt niet, maar het is omzet

Apotheker Koomen in de Amsterdamse Watergraafsmeer moet inkrimpen. Te veel personeel, te hoge kosten. Maar hij brengt het positief.

Op de toonbank van de apotheek staan potjes zalf tegen zweetvoeten, voor zowel mannen als vrouwen. Daarnaast liggen travel socks. Er staan flesjes met allerlei homeopathische middelen. Voor 20 euro is er een voorzorgpakket griep te koop: latex handschoenen, chirurgische mondkapjes, alcoholdeppers, een flesje handgel en nog twee mondmaskers FFP2 met ventiel. En om de weerstand te verhogen tegen de Mexicaanse griep, zijn er plantenextracten te koop.

Kijk, die plantenextracten, dat vind ik nou leuk om te verkopen, zegt apotheker Arnold Koomen (48). Zijn apotheek zit samen met drogisterij Etos in een winkelcentrum in het Amsterdamse Watergraafsmeer. Het wordt steeds belangrijker om naast medicijnen allerlei andere dingen te verkopen, zegt Koomen. Homeopathische middelen bijvoorbeeld. Nee, hij gelooft er zelf niet in. „Het kan helemaal niet werken. Dat is ook wel wetenschappelijk aangetoond. Maar het verkoopt wel.” 15 procent van zijn omzet haalt hij inmiddels met de verkoop van artikelen zonder recept.

Drie apotheken hebben Arnold Koomen en zijn collega Herman Nordemann in de Watergraafsmeer. Maar noodgedwongen hebben ze op 1 juli van één apotheek een servicepunt gemaakt. Al meer dan vijftig jaar bestond deze apotheek aan de Hugo de Vrieslaan. Maar nu kunnen klanten daar alleen nog medicijnen afhalen, tussen vier en zes uur ’s middags.

Het moest, zegt Koomen. Drie apotheken draaiende houden was financieel niet meer mogelijk. Te veel personeel, te hoge kosten. In de apotheek aan de Hugo de Vrieslaan waren negen mensen in dienst. Nu werken er nog twee, alleen tussen vier en zes. De medicijnen worden klaargemaakt in de twee andere apotheken.

Het servicepunt ligt in een wijk met veel oudere mensen. Die komen vaak hun hele leven al medicijnen halen aan de Hugo de Vrieslaan. Zij kregen allemaal een brief van Koomen en Nordemann. Daarin stond niet dat het financieel slecht ging. Wat hebben klanten daaraan, zegt Koomen. Ze wilden het positief brengen. Dus schreven ze over „de nieuwe dienstverlening” van „uw apotheek”. Dat de drie apotheken nauwer gaan samenwerken. Dat de dienstverlening bij de apotheek in de Etos en de andere apotheek hetzelfde blijft. En dat de Hugo de Vrieslaan een servicepunt wordt, met ook een automaat waar dag en nacht bestelde medicijnen uitgehaald kunnen worden. En dat er op het servicepunt „spreekuren, themadagen en activiteiten komen”.

Het is stil in het servicepunt, dinsdagmiddag rond half vijf. Buiten regent het. Zo rustig is het bijna nooit meer geweest sinds 1 juli, zegt Hedi Steggerda. Vaak staan er lange rijden, vertelt ze. „Op vrijdagmiddag staan er voor vier uur al heel wat mensen buiten te wachten.” Een beetje genant vindt ze. „Alsof ze allemaal in de rij staan voor voedsel.”

Op de toonbank staan nog dropjes. In de vitrines hangen onder meer pleisters. Er liggen pijnstillers en andere middelen. Karin Engelhard heeft zuigtabletten gekocht. Keelpijn, zegt ze. „Ik kan gewoon naar de Albert Heijn gaan en wat dropjes kopen, maar ik wil graag advies.”

Steggerda kent bijna alle „cliënten” bij naam. Zeventien jaar werkt ze al aan de Hugo de Vrieslaan, volgende maand gaat ze met vervroegd pensioen. Mensen komen voor veel meer dan medicijnen, zegt ze. Veel ouderen hebben een „vast loopje”, en komen dan even langs. „Ze willen advies, maar ook vaak gewoon een praatje. Je hebt echt een sociale functie.”

Inmiddels heeft Arnold Koomen een kwart van zijn personeel ontslagen. „En er moet nog meer weg.” Hij ziet twee oplossingen. De vergoeding per recept moet omhoog, „maar je kan ook de helft van alle apotheken dicht doen”.