Geen rol voor de SER

Het is de SER niet gelukt. De Sociaal-Economische Raad van werkgevers, werknemers en Kroonleden heeft geen overeenstemming bereikt over een alternatief voor het kabinetsplan om de AOW-leeftijd naar 67 jaar te verhogen.

Verbazingwekkend is dat niet, teleurstellend wel. Een maatschappelijk gedragen plan voor de AOW is te prefereren boven een kabinetsmaatregel die sociale onrust zal veroorzaken. Het kabinet had beloofd dat een unaniem SER-advies een „zwaarwegende rol” zou spelen bij zijn definitieve besluit. Maar daar is dus niets van terechtgekomen.

Met name FNV-voorzitter Jongerius is veel te optimistisch gebleken. In maart beweerde ze, na afloop van een overleg met het kabinet, dat ze de verhoging van de AOW-leeftijd van tafel had gekregen. Niemand die dat bevestigde. Maar ze wekte daarmee wel een valse verwachting bij haar achterban.

De vakbondsleider meende dat de sociale partners samen met de Kroonleden wel iets zouden kunnen bedenken dat de overheid een even grote besparing zou kunnen opleveren. Ze onderschatte daarmee de belangentegenstellingen én de in brede kring levende overtuiging dat verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd onvermijdelijk is. Te vrezen valt dat de vakbeweging nu weinig anders rest dan veel kabaal te laten maken op het Malieveld of het Museumplein, met uiteindelijk weinig resultaat.

Het poldermodel heeft dus niet gewerkt, waarmee het nog niet begraven hoeft te worden, zoals altijd weer wordt geroepen wanneer de SER niet tot een akkoord komt. Berichten over de dood van deze patiënt zijn traditioneel schromelijk overdreven. Maar kwetsuren zijn er wel, en die zijn onder meer veroorzaakt door het onhoffelijke gedrag van de werkgeversorganisaties gisteravond. Zij braken de onderhandelingen onverhoeds af en lieten hun gesprekspartners in de steek, zonder hen in te lichten.

Maar daar komen zij wel weer overheen, en intussen is van meer belang wat het kabinet nu met de AOW gaat doen. Dat de pensioenleeftijd van 65 naar 67 gaat, lijdt eigenlijk geen twijfel meer, de vraag is vooral in welk tempo dat gebeurt. Verwacht wordt dat het kabinet de leeftijd met één maand per jaar zal verhogen, waardoor het nog 24 jaar zal duren voor de regeling in haar volle omvang is geëffectueerd. Het hoeft niet te verbazen als dit tempo wordt verhoogd, waardoor het proces maar 12 jaar vergt, zoals al is bepleit door D66-leider Pechtold. Daar is, gelet op de stand van de staatskas, ook veel voor te zeggen.

Maar het kabinet is ook gebonden aan een toezegging die het in maart heeft gedaan bij de presentatie van het crisispakket Werken aan de toekomst. En dat is dat er bij de AOW-maatregelen rekening wordt gehouden met de ‘zware beroepen’. Omdat niemand precies weet welke dit zijn, sprak het zelfs van de ‘zogenaamd zware beroepen’. Daarvoor een objectieve maatstaf vinden zou nog een interessante taak voor de sociale partners kunnen worden. Moeten ze wel weer met elkaar gaan praten.