Film 'Happy end' heeft een eigenaardig eind

Happy End. Regie: Frans Weisz. Met: Pierre Bokma, Catherine ten Bruggencate. In: 9 bioscopen. **

Regisseur Frans Weisz maakte twee eerdere film over de wederwaardigheden van een joodse familie, gebaseerd op toneelstukken van Judith Herzberg: Leedvermaak (1989) en Qui vive (2001).

De hernieuwde kennismaking met Simon en Ada, hun dochter Lea (Catherine ten Bruggencate), haar ex Nico, die nu weer getrouwd is met violiste Dory, die ook nog een kind heeft van Simon, voelt vertrouwd.

Het grote thema van de film – euthanasie – komt er bekaaid van af. Terwijl Simon, geplaagd door flashbacks van het concentratiekamp, ligt te sterven, discussieert de familie beneden over de vraag of de stekker er wel of niet moet worden uitgetrokken.

Met deze topcast, die in de twintig jaar die het project omspant gelijk is gebleven, mag je ook wel verwachten dat dat met kunde gebeurt. Maar het maakt deze keer dramatisch en dramaturgisch relatief weinig indruk, omdat er zoveel moet worden uitgelegd en herhaald, dat de film maar niet op gang komt.

Wat rest is dan een eigenaardig einde. Omdat het in zo’n andere kleur en tint dan de rest van de film gedraaid is, kan het niets anders zijn dan een droom, of een doodsvisioen. Is dat het ‘happy end’ waarvan de titel spreekt? Het lijkt wel alsof de filmmaker een loopje met ons neemt. Maar waarom? Niet elegant.