EU-commissie: Georgië begon oorlog Rusland

Georgië is de aanstichter van de oorlog met Rusland in augustus vorig jaar. Rusland wordt daarentegen medeverantwoordelijk gesteld voor de escalatie van het conflict en voor het toestaan van etnische zuiveringen. Dat zijn de voornaamste conclusies van een onderzoeksrapport van de EU dat gisteren in Brussel is gepresenteerd.

In het rapport wordt korte metten gemaakt met de Georgische lezing dat het uit zelfverdediging besloot tot de beschieting van de Zuid-Osseetse hoofdstad Tschinvali en de inval in Zuid-Ossetië omdat Rusland in augustus 2008 Georgië wilde binnenvallen. De onderzoekscommissie heeft hiervoor geen bewijs gevonden.

Volgens het rapport was de aanvankelijke reactie van Rusland om zijn vredestroepen in Zuid-Ossetië tijdens de Georgische aanval te hulp te komen gerechtvaardigd. Wel zou Rusland het conflict hebben laten escaleren door in de jaren voor de oorlog massaal Russische paspoorten aan de inwoners van Abchazië en Zuid-Ossetië te geven. Volkenrechtelijk is deze stap illegaal. Het argument dat Rusland op de aanval moest reageren om zijn burgers in de gebieden te beschermen, gaat niet op.

In strijd met het volkenrecht waren ook de Russische bezetting van het gebied rond de Georgische stad Gori en van grote delen van West-Georgië, de vernietiging van Georgische oorlogsschepen door de Russische Zwarte Zeevloot en de Russische bezetting van de Kodori-kloof.

Tevens wordt Rusland beschuldigd van het aanwakkeren van spanningen, omdat het in het voorjaar van 2008 een Georgisch verkenningsvliegtuig boven Abchazië neerschoot. Bovendien stelt het rapport vast dat in Zuid-Ossetië, waar tot augustus 2008 veel Georgiërs woonden, etnische zuiveringen hebben plaatsgevonden, al is niet bewezen dat die van hogerhand zijn bevolen. Eerder lijkt het erop dat ze door bendes uit de Noord-Kaukasus zijn gepleegd. Dat Russische troepen toekeken en niet ingrepen, wordt in het rapport ernstig gekritiseerd.