En nu verkoop ik vaatwassers

Anderhalf jaar geleden was Ari Cantor net ontslagen op Wall Street.

Nu woont hij bij zijn ouders in de kelder.

Tegenwoordig woont hij in de kelder bij zijn ouders, in een buitenwijk met uitzicht op de spoorlijn. Maar nu ziet hij nog even een glimp van zijn vroegere leven op Wall Street. Ari Cantor, een 26-jarige Amerikaan die dacht het gemaakt te hebben, ziet Sasckya Porto uit zijn oude appartementencomplex komen.

Dat gebouw staat letterlijk om de hoek van de New Yorkse beurs en was ooit het hoofdkantoor van Goldman Sachs, Ari Cantors voormalige werkgever. In de jubeljaren op Wall Street verhuisde de bank naar een duurder pand en werd het kantoor omgebouwd tot luxe appartementen.

En daar gaat Sasckya Porto: lang, dun, op een bruine Louis Vuitton-tas na geheel in het zwart gekleed en bloedmooi. Ze was ooit Miss Brazilië en ‘Playmate’ van de maand in de Playboy. Maar bovenal was ze Ari Cantors buurvrouw. Midden in de nacht, als hij thuiskwam van zijn werk, hoorde hij haar vaak met een man ruzie maken of in ieder geval luidruchtig bezig zijn.

Hij bedoelt maar: het leven was goed op Wall Street.

Dat lijkt lang geleden. Nog voordat de Amerikaanse economie in een recessie terechtkwam – 23 maanden geleden – vertelde Ari Cantor in deze krant hoe hij van handelaar op Wall Street bedelaar werd. Hij studeerde aan de gerenommeerde Cornell University, werd aangenomen bij Goldman Sachs en voelde zich helemaal thuis tussen de andere snelle jongens op de handelsvloer.

Later ging hij naar Bank of America en toen begon de golf massaontslagen die nog steeds aanhoudt: ruim 16 miljoen Amerikanen zitten nu zonder werk.

Sinds hij werkloos raakte, solliciteert Ari Cantor op elke vacature in de financiële sector die hij tegenkomt. Netto resultaat: nul. Het verhaal over zijn neergang was eerst exemplarisch voor de opkomst en neergang van bankiers op Wall Street: de groep die aan de basis stond van de huidige wereldwijde crisis. Naarmate de crisis vorderde, werd Ari Cantor meer dan dat. Nu staat hij symbool voor de algehele economische neergang. Ook al krabbelen aandelenbeurzen af en toe even op, of lijken enkele macro-economische gegevens optimistisch te interpreteren – in de reële economie lijkt er geen einde te komen aan de kommer en kwel.

Cijfers te over die dat illustreren: gemiddeld zit een werkloze Amerikaan nu 25 weken zonder werk, de langste periode sinds de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de vorige (internet)recessie waren er voor elke vacature twee werklozen. Dat zijn er nu vier. En omdat de meeste bedrijven werknemers nu in deeltijd laten werken, komen er niet direct banen bij.

Inmiddels kan Ari Cantor „zeker zestig” bekenden opnoemen die lang thuiszaten en door hun spaargeld heen zijn geraakt. Hij somt op:

David, ooit van Bear Stearns, beantwoordt nu de telefoon bij een filmbedrijfje van een vriend.

John, die naast hem zat bij Bank of America en daarvoor aan Harvard wiskunde studeerde, is tuinier bij de plantsoenendienst.

Bruce, „een briljante advocaat bij een goed kantoor”, verdient het minimumloon als boswachter in het afgelegen Colorado.

En de 35-jarige Marta hoorde vanochtend dat ook zij per direct kan vertrekken bij Bank of America. Ze verzorgde daar jaarrekeningen van multinationals maar begon uit voorzorg al belastingformulieren van haar buren in te vullen.

Deze mensen maakten deel uit van een generatie die geloofde in opwaartse mobiliteit, in een goede baan na een mooie studie. „Maar nu blijkt dat we helemaal nergens heen kunnen. En dat is frustrerend.”

Financieel staat Ari Cantor er ook slecht voor. Bij zijn ontslag kreeg hij zes weken salaris mee en de staat gaf hem een werkloosheidsuitkering van 26 weken, 385 dollar per week. Maar hij kreeg een brief van New York die zich 425.000 werklozen niet kan veroorloven – en met terugwerkende kracht een bezuiniging doorvoerde: het was niet langer toegestaan zowel een ontslagvergoeding van de werkgever te ontvangen als een werkloosheidsuitkering van de staat. Ari Cantor kreeg de keus: hij betaalde tien weken uitkering terug – 3.850 dollar – of er zou een arrestatiebevel uitgevaardigd worden.

Hij kiest ervoor te betalen.

Ook de vader van Ari heeft een moeilijke tijd. Hij zag de waarde van zijn investeringen – gedaan op advies van zijn zoon – vervliegen, en daarmee zijn solide pensioen. Bovendien brandde zijn bedrijfspand af. Hij is de vierde generatie Cantors die keukenmachines voor restaurants maakt.

De dag na de brand besloot Ari Cantor dat hij niets meer in New York te zoeken had. Hij verhuisde terug naar zijn ouders en helpt nu in het familiebedrijf. „Ik voel me een mislukkeling. Op Wall Street was ik bezig met halve miljoenen, nu moet ik zonder inkomen een noodlijdende restauranthouder proberen een vaatwasser van 3.000 dollar te verkopen.”