Een les in realisme

Vrij plotseling heeft president Obama veertien dagen geleden besloten om het schild tegen eventuele Iraanse raketten, dat president Bush in Polen en Tsjechië had willen plaatsen, bij het oud vuil neer te zetten en daarvoor in de plaats met een nog niet uitgewerkt plan te komen, dat het schild dichter bij Iran en deels op schepen moet stationeren.

Over de strategische betekenis van deze zoveelste breuk met het beleid van zijn voorganger valt op dit ogenblik nog niet veel te zeggen. Rusland, dat zich altijd fel verzet had tegen Bush’ project, omdat dit te dicht zou komen te liggen bij zijn eigen grenzen en waarvan de radarinstallatie tot diep in Rusland zou reiken, toonde zich natuurlijk tevreden.

Maar of het tevreden genoeg is om nu zijnerzijds gebaren van tegemoetkoming te maken, is nog de vraag. Obama hoopt natuurlijk dat Rusland nu meer bereid zal zijn mee te werken aan sancties tegen Iran, en president Medvedevs eerste reactie was, wat dat betreft, bemoedigend. Het kan echter ook zijn dat anderen, minister-president Poetin bijvoorbeeld, in Obama’s besluit een teken van zwakte zien en dus een aanmoediging om op de minder coöperatieve weg door te gaan. In Ruslands annexatie van twee Georgische provincies heeft het Westen per slot van rekening ook berust.

En wat is de reactie in Europa op Obama’s besluit? Die is verdeeld. Grosso modo heeft West-Europa het toegejuicht als een teken van ontspanning. Maar naarmate de afstand tot Ruslands grens kleiner wordt, is de stemming minder geestdriftig. De Tsjechen zijn, als altijd, voorzichtig; de Polen daarentegen fel. Ze voelen zich ronduit in de steek gelaten door Amerika. Zo zullen de Balten, de vergeten bondgenoten van de NAVO, ook wel denken. Zij grenzen, anders dan Polen en Tsjechië, direct aan Rusland en zijn praktisch weerloos. Mourir pour l’Estonie?

De politieke betekenis van Obama’s besluit laat zich dus, anders dan de strategische, nu al duidelijk schatten. De kloof tussen Midden- en West-Europa – dus in feite in de NAVO en de Europese Unie, waartoe beide behoren – laat zich nu duidelijk zien. Het recente pleidooi van de nieuwe secretaris-generaal van de NAVO, de Deen Rasmussen, voor de „nieuwe start” in de betrekkingen met Moskou, dat per slot van rekening een „grote Europese mogendheid met een eigen kijk” op zijn belangen is, zal de Midden-Europeanen niet bepaald geruststellen. „En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zal het niet kunnen bestaan” (Marcus 3:25).

In West-Europa, dat niet, als Midden-Europa, ruim veertig jaar Russische overheersing achter de rug heeft, heerst over ’t algemeen de vrees voor Rusland veel minder. Zelfs Nederland profiteert graag van een pijplijn die via de Oostzee Russisch gas naar Rotterdam voert – met voorbijgaan van Pools en Baltisch grondgebied. Een tweede Ribbentrop-Molotov Pact, zeggen de Polen en Balten, die zich nog heel goed het Duits-Russische pact herinneren dat in 1939 hun ondergang bezegelde.

Daarom had Polen zijn grondgebied graag ter beschikking gesteld voor Bush’ antiraketschild – niet om de merites van dat schild zelf, maar omdat dit een tastbaar bewijs zou zijn van Amerika’s betrokkenheid bij Polens veiligheid – veel tastbaarder, in Poolse ogen, dan Amerika’s handtekening onder het Noord-Atlantisch verdrag. En insgelijks dachten de Balten. Nu die tastbare garantie verdwijnt, voelen zij zich min of meer verraden.

Kenmerkend was de reactie van Polens minister van Buitenlandse Zaken, Radoslaw Sikorski. In een interview met een Warschause krant noemde hij dit besluit „ een les in realisme”. Het was altijd Polens doel geweest een „Amerikaanse militaire aanwezigheid” op zijn grondgebied te hebben, want het lidmaatschap van de NAVO was nog niet met „inhoud” gevuld.

Nu die Amerikaanse militaire aanwezigheid er niet komt, is het, aldus Sikorski, zaak voor Polen zich op zijn positie te bezinnen. Polen had een „kunstmatig vergrote rol” gespeeld in de jaren van Bush’ presidentschap – vooral toen Amerika in 2003 in de clinch lag met Frankrijk en Duitsland over de oorlog tegen Irak. Toen rekende minister van Defensie Rumsfeld Polen tot het ‘nieuwe Europa’ – in tegenstelling tot het ‘oude Europa’ van Frankrijk, Duitsland en België.

Die fase is echter voorbij, en nu moet Polen, volgens Sikorski, erkennen dat het beter is „twee veiligheidspolissen” te hebben dan alleen de Amerikaanse. Daarom moet Polen ook in Europa veiligheidsgaranties zien te vinden – ook als die bepaalde beperkingen van de nationale soevereiniteit met zich zouden brengen.

Inderdaad een les in realisme. Maar helaas kan Europa zulke veiligheidsgaranties helemaal niet geven. Het spreekt niet met één stem, laat staan dat het één veiligheidsbeleid heeft. Het gevoel bedreigd te zijn – want het is in de eerste plaats een gevoel – varieert van land tot land, afhankelijk van eigen geschiedenis en eigen geografische ligging. Verkeerd misschien, maar zo is het.

Maar niet alleen voor Polen en de andere landen van Midden-Europa is Obama’s besluit een les in realisme. Ook voor een zich zo onbedreigd voelend land als Nederland, dat toch al zo’n weinig militant verleden heeft (behalve in Indië). Ook Nederland zal er rekening mee moeten houden dat zijn banden met Amerika minder nauw worden dan zij vroeger waren – niet omdat Amerika minder betrouwbaar zou zijn geworden, maar omdat zijn belangen zijn verschoven.

Dat heeft ook Nederland meer in de richting van Europa gestuwd. Maar, helaas, wat is de politieke en militaire betekenis van Europa?

Wilt u reageren? U kunt de auteur mailen via dezerdagen@nrc.nl. Of laat een reactie achter op nrc.nl/heldring