Doden bij beving

Bij een krachtige zeebeving 55 kilometer uit de kust van het Indonesische eiland Sumatra zijn gistermiddag zeker 100 doden gevallen. Bij de beving, die een kracht van 7,6 op de schaal van Richter had, zijn mogelijk ook duizenden slachtoffers vast komen te zitten onder puin.

Dat verklaarde vice-president Jusuf Kalla gisteren na een spoedvergadering in Jakarta om de toestand in Sumatra te bespreken. Aangenomen wordt dat het dodental nog sterk kan stijgen. In de 800.000 inwoners tellende provinciehoofdstad Padang is de ravage het grootst met honderden ingestorte gebouwen, waaronder een ziekenhuis, hotels en scholen.

Eerder op de dag trof een tsunami de eilandengroep Samoa als gevolg van een zeebeving in de Stille Oceaan met een kracht van 8,3 op de schaal van Richter. Als gevolg van die vloedgolf zijn vermoedelijk 120 mensen om het leven gekomen. Volgens autoriteiten bereikte het water een hoogte van ruim 7,5 meter.

De aardbeving bij Sumatra is de grootste in Indonesië van de afgelopen jaren, zei de Indonesische minister van Volksgezondheid Siti Fadilah Supari. „Dit is een grote ramp, krachtiger dan de aardbeving die Yogyakarta trof in 2006 en waarbij meer dan 3.000 doden vielen”, aldus de minister.

De krant Jakarta Globe meldde op zijn website dat Kalla heeft verklaard dat het aantal slachtoffers gisteravond laat moeilijk was te schatten ten gevolge van zware regens, en de uitval van elektriciteit en telefoonverbindingen. De luchthaven van Padang werd licht beschadigd, maar is uit voorzorg gesloten om inspecties uit te voeren.

Een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid verklaarde dat teams van artsen en verpleegkundigen vanuit de Sumatraanse steden Palembang en Medan onderweg zijn om bij Padang een noodhospitaal in te richten. Vandaag zouden nog meer artsen vanuit Jakarta naar het getroffen gebied worden gevlogen.

Vice-president Kalla zei verder dat hij met een team van zes ministers met een militair toestel vol hulpgoederen naar Padang zou afreizen. Bij het vallen van de avond meldde het staatspersbureau Antara dat de meeste mensen daar de nacht op straat doorbrachten. (AP, Reuters)