Beetje diabetes niet goed voor baby

Zwangere vrouwen met een lichte vorm van zwangerschapsdiabetes doen er goed aan hun dieet aan te passen, regelmatig hun bloedsuikerwaarden te meten en eventueel insuline te spuiten. Ze krijgen dan minder last van hoge bloeddruk en de bevalling verloopt makkelijker.

Het stond al buiten kijf dat vrouwen met ernstige zwangerschapsdiabetes baat hebben bij dieet, controle en medicatie. Ook de baby’s zijn dan beter af. Amerikaanse onderzoekers schrijven vandaag in The New England Journal of Medicine dat dat ook geldt voor milde zwangerschapsdiabetes. Zij screenden bijna duizend vrouwen na hun 24-ste zwangerschapsweek op diabetes. Ze deden dat niet alleen met de gebruikelijk ‘nuchtere’ glucosemeting, ‘s morgens bij iemand die nog niet heeft gegeten, maar met de glucosetolerantietest. Daarbij wordt een glaasje suikerwater gedronken en wordt vervolgens een tijdlang de glucosespiegel in het bloed gemeten. Was de glucosemeting normaal, maar de tolerantietest alarmerend, dan beschouwden de onderzoekers dat als een lichte vorm van diabetes.

Ongeveer drie procent van de zwangere vrouwen krijgt in de tweede helft van de zwangerschap diabetes, terwijl ze die daarvoor niet hadden. Dat kan leiden tot complicaties bij de bevalling. De baby van zo’n moeder is vaak abnormaal groot, komt vaker te vroeg ter wereld en kan schade oplopen bij de bevalling. De moeders krijgen vaker hoge bloeddruk of zwangerschapsvergiftiging.

In Nederland wordt een glucosetolerantietest pas uitgevoerd als de ‘nuchtere glucosewaarden’ te hoog zijn. Milde diabetes wordt in Nederland dus niet routinematig opgespoord. De richtlijn van verloskundigen en internisten uit 2006 beveelt screening van alle zwangeren op diabetes niet aan. De diagnose wordt vaak pas gesteld als bij controle blijkt dat de foetus erg hard groeit.

Zwangerschapsdiabetes verdwijnt kort na de geboorte meestal vanzelf. Toch krijgt ongeveer de helft van de vrouwen binnen tien jaar na de bevalling alsnog diabetes type 2. Er zijn aanwijzingen dat kinderen die met een te hoog geboortegewicht ter wereld komen, bijvoorbeeld doordat hun moeder zwangerschapsdiabetes had, later meer kans hebben op obesitas, wat weer tot diabetes kan leiden.