Apothekers, ze hadden het ooit zo goed

Apothekers zien hun inkomsten fors teruglopen.

20 procent lijdt verlies. En de verwachting is dat straks een aantal over de kop gaat.

De goodwill die beginnende apothekers betalen bij het overnemen van een praktijk, is verdampt tot 0,5 à 1 miljoen euro. Met name jonge apothekers hebben zich nu diep in de schulden gestoken. (Foto Spaarnestad) Apothekeres mevrouw Land en haar assistente voor de receptentafel met medicijnen in een apotheek in Amsterdam, Nederland, 25 februari 1954. Stuifbergen, Wilh.L.

Het gaat slecht met de apotheken. Naar schatting 20 procent van de ruim 1.900 apotheken in Nederland lijdt verlies. Dat zegt de apothekersorganisatie Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter Bevordering van de Pharmacie (KNMP). Zo moesten onlangs zeven apotheken van de keten Medsen uitstel van betaling vragen.

Het belangrijkste probleem: zorgverzekeraars vergoeden nog maar een beperkt aantal, goedkopere geneesmiddelen. Gevolg: de bonussen en inkoopkortingen die apothekers kregen van leveranciers zijn drastisch afgenomen.

Apothekers houden dus minder over, „en sommigen moeten er nu zelfs op toeleggen”, aldus een woordvoerder van de KNMP.

Het verleden waarin ze nog wel veel verdienden, hangt veel apothekers nu als een molensteen om de nek. De goodwill die de beginnende apotheker betaalt bij het overnemen van een praktijk, is verdampt tot 0,5 à 1 miljoen euro. Volgens de KNMP was dit twee jaar geleden nog 2 tot 3 miljoen euro.

Met name jonge apothekers hebben zich diep in de schulden gestoken om een apotheek te kunnen overnemen. De KNMP raamt de kosten van afschrijving en rente op de goodwill voor deze groep op 265.000 euro per jaar. Volgens de beroepsorganisatie kampt de gemiddelde apotheek mede daardoor met een exploitatietekort van 38.000 euro.

Financieel adviseur Ton van Hulst van de Napco (de Nederlandse Apothekers Coöperatie, belangenbehartiger van de vrije apothekers): „Van de apothekers die de laatste vijf jaar zijn begonnen, kan 80 tot 90 procent niet meer aan zijn financiële verplichtingen voldoen.”

In dat schuitje zit ook Bart van der Arend, die zijn praktijk Sint Anthonis in Boxmeer in 2005 overnam van een groepje apotheekhoudende artsen. Hij betaalde „het volle pond” aan goodwill, die de vorige eigenaren hebben besteed aan hun oudedagsvoorziening. Van der Arend is een van de oprichters van de Stichting Jong Zelfstandige Apothekers, die zo’n vijftig collega’s vertegenwoordigt met soortgelijke problemen.

Van der Arend: „Zelfs kinderen die apotheken van hun ouders overnamen, hebben indertijd een flinke goodwill betaald. Het overnamebedrag moest van de Belastingdienst marktconform zijn, anders zou het gelden als schenking.” Het is de goodwillverplichting die jonge apothekers op den duur gaat nekken, zegt Van der Arend. Er zullen veel failliet gaan, denkt hij.

Toch concludeerde de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vorig jaar nog dat apothekers ondanks het afromen van de inkoopkortingen nog te veel verdienden. Volgens Van Hulst van de Napco ging de NZa in die berekening voorbij aan de „ingrijpende effecten” van de goedkopere medicijnen en „de kosten van vastgoedfinanciering en goodwill”.

Gemiddeld genomen is de sector ziek, zegt Van Hulst. „In het verleden hebben apothekers misschien te veel voordeel gehad, maar dat is in sneltreinvaart ingelopen. De zorg wordt uitgekleed nu apothekers enorm op kosten moeten gaan sturen.”

Er blijft er geen ruimte meer over voor extra zorg en innovatie in de apotheek, zegt ook Emma de Feijter, voorzitter van de Vereniging van Jonge Apothekers (VJA) en tweede apotheker in apotheek ’t Zuid in Veghel. De werkdruk wordt groter, omdat met minder mensen hetzelfde gedaan moet worden. Extra service, zoals huisbezoeken aan mensen die door de dag heen veel verschillende medicijnen moeten slikken, zal er misschien bij inschieten. „Die huisbezoeken blijken heel belangrijk, want meestal komt er een grote berg oude geneesmiddelen tevoorschijn”, vertelt De Feijter.

Door deze financiële problemen is ook de opvolging in de apothekersbranche stilgevallen. Sinds de invoering van de verplichte goedkopere medicijnen is er geen apotheek meer overgenomen, zegt Van der Arend van de Stichting Jong Zelfstandige Apothekers. „Op dit moment wacht iedereen, omdat het onzeker is wat er gaat gebeuren. De ambitie van jonge apothekers om voor zichzelf te beginnen is er wel, maar de angst is groter.”

Met zijn stichting praat Van der Arend nu met banken, NZa en politiek over regelingen die jonge apothekers uit de brand kunnen helpen. Maar vooral pleiten de apothekers voor een verhoging van de receptregelvergoeding, waardoor hun basisinkomen weer op peil zou moeten komen. Naast de marge op medicijnen is de receptregelvergoeding de tweede bron van inkomsten van apothekers. Die vergoeding bedraagt nu gemiddeld 7,28 per recept.

Volgens de KNMP is de receptregelvergoeding pas met 8,75 euro kostendekkend, nu apothekers geen inkoopvoordelen meer krijgen. De NZa brengt hier binnenkort een nieuw advies over uit.

Een woordvoerder van het ministerie van van Volksgezondheid, Welzijn en Sport laat weten dat ‘Den Haag’ de financiële problemen van de apothekers vooralsnog beschouwt als „geïsoleerde gevallen”.